"Zoiets krijgt geen plek"

Het is één van de meest schokkende gebeurtenissen die een mens kan overkomen: je kind verliezen. Vera en Luuk Klamer maakten het twee keer mee. "Mensen zeiden: Gaat het wel goed komen met jullie?"

Gepubliceerd: 30 oktober 2017 in Liefde Tekst: Rinke Verkerk Beeld: Wendy Bos

Vera (36) en Luuk Klamer (38) zijn de ouders van Joanne, Lucas, Marlijn, Thijmen en Matthijs. Marlijn en Thijmen overleden kort na de geboorte. “Je bent je kinderen kwijt, maar ook een stuk van jezelf. Zoiets krijgt geen plek. Het vormt je, je neemt het altijd mee.” Luuk: “Het werkt overal in door. Als mensen onze jongste, Matthijs zien vragen ze: Is het een nakomertje? Nee, denken wij dan, er zitten er nog twee tussen.”

Hersentumor
Als Vera 36 weken zwanger is van hun dochtertje Marlijn, voelt ze haar minder bewegen. “Ik moest voor controle even naar het ziekenhuis. Luuk lag ziek op bed.
"Hij zei: 'Ik ga met je mee.' 'Nee joh,' zei ik, 'ik ben zo weer terug.' Maar hij stond erop. Tegen de kinderen zeiden we dat we zo thuis zouden zijn." Maar dat is niet zo. Op de echo is een hersentumor te zien. “Ons meisje was al terminaal voor ze geboren werd. We konden kiezen: Een natuurlijke bevalling, waarbij ze kon overlijden tijdens de geboorte. Of een keizersnede, waardoor we haar nog even konden zien. We zeiden: 'Dit is toch geen keuze?' Maar we moesten wel. We zaten al in de molen.”

Marlijn wordt met een keizersnede geboren. “Haar hoofd was iets groter dan normaal, maar verder zag ze er compleet gaaf uit. Luuk was zo weg van haar dat hij niet anders kon dan roepen: 'Ze is zo mooi! Zo mooi! Er is vast nog wel wat aan te doen!' Luuk, zei ik, 'twee benen op de grond. Dit gaat niet goedkomen.'Ze heeft het vierentwintig uur volgehouden aan de beademing. De hele familie heeft haar ontmoet. Joanne en Lucas hebben haar vastgehouden, we hebben haar kleertjes aangedaan, geknuffeld, foto’s gemaakt, haar handjes en haar voetjes afgedrukt. En toen moesten we beslissen wanneer we de beademing wilden stoppen.”

Huilen
Vera: “Toen ik HBO Verpleegkunde studeerde, kregen we les over baby's die sterven. Ik zei tegen mijn vriendin: ‘Het zou mij niets verbazen als dat bij mij zou gebeuren.’ Marlijn was net op de wereld. Ze had waarschijnlijk pijn in haar hoofdje. Ze lag aan apparatuur. Voor zo’n meisje is dat niks. We zeiden: Zullen we haar laten gaan? Anders stellen we het uit. Ze is beter af in de hemel. Dat troost wel, maar maakt het niet gemakkelijker. De nachten die volgden, moest ik op de kraamafdeling herstellen van mijn keizersnee. Overdag ging het wel, want dan had ik bezoek. Maar ’s nachts, als ik niet kon slapen, hoorde ik de andere baby’s huilen. Dat vond ik zo erg. Marlijn lag opgebaard op mijn kamer.”

Pasklaar antwoord

“Dan denk je: dit gebeurt één keer. Domme pech. We geloven in God. Er zal een bedoeling mee zijn, er gebeuren bij heel veel mensen nare dingen. Maar op de waarom-vraag krijg je geen antwoord. Je moet niet vragen waarom, maar waartoe? En ook daar komt niet zomaar een pasklaar antwoord op.”

“Als gezin gingen we de molen van testen in. Was de hersentumor erfelijk? Was er iets erfelijks? Konden we nog een kindje krijgen? Tijdens dat proces, zaten we ook middenin de verwerking van ons verlies. Onze twee oudsten waren nog heel jong, 6 en 5. Voor hen was het ook heel heftig. We hadden een boekje: Hoe is het in de hemel? Alles geschreven in kindervorm, maar wel zoals het in de bijbel staat. Voor onszelf was dat ook goed. ‘Oh,’ dacht ik, ‘misschien is het daar inderdaad wel zo.’ We ervoeren nog steeds diep verdriet, maar voelden ook rust. We werden andere mensen. Ouder, met meer levenswijsheid, doordat we zo jong dit verlies meemaakten. En er was goed nieuws: Er was geen erfelijk probleem. We durfden een nieuwe zwangerschap aan.”

“De zwangerschap leek er goed uit te zien. Thijmen huilde bij de geboorte. Dat deed Marlijn niet. Vanaf zijn geboorte dronk hij niet goed, maar heel veel kinderen hebben dat, dus wilden we ons geen zorgen maken. Maar onze onbevangenheid was weg. Een paar weken later draaiden zijn ogen weg en begon onze ziekenhuis-in-ziekenhuis-uit-periode, in de tien maanden die we als gezin met Thijmen zouden hebben. Hij was een lief en vrolijk jongetje. Gek op muziek, daar reageerde hij op. Het liefst lagen we met hem in bed, op de bank, om te knuffelen. In bad doen was ook zo fijn. Maar langer dan twee weken thuis hield hij het soms niet vol, dan kreeg hij een aanval en zaten we weer een week, of twee, in het ziekenhuis. Niemand wist wat er met Thijmen was, maar ondertussen ging hij snel achteruit. Hij groeide niet goed, dronk niet goed, kreeg sondevoeding, en epileptische aanvallen, waardoor hij huilbuien kreeg die hij niet kon stoppen. Hij werd steeds vaker met de ambulance afgevoerd.”

Niet boos
“Zo ging het ook de laatste avond. Thijmen kreeg een aanval, een huilbui, en kon niet meer stoppen. ‘Nu komt hij er niet meer uit,’ zeiden we. Hij zat al op zo’n hoge dosis medicijnen, en het werkte niet meer. We hebben de kinderarts gebeld. De dag erna zijn we met hem naar het ziekenhuis gegaan. We liepen de deur uit en wisten: Hij komt hier niet meer terug.”

“We waren meer verslagen, de tweede keer. Ik was zo teleurgesteld. Dit kun je iemand toch niet aandoen? Als hier een reden voor is, mocht God me wel even vertellen welke. Mensen zeiden: Komt het wel goed met jullie? Maar je moet, voor je kinderen. Voordat zij weer naar school gingen, en wij weer aan het werk, zijn we een week samen op vakantie geweest. Dat was fijn en goed. Als gezin zijn we naar elkaar toegegroeid. Mensen om ons heen zeggen nu nog: Wat jullie hebben is heel bijzonder. Jullie hebben aan één blik genoeg.”

Cadeautje
“Ook de relatie met God is veel dieper geworden. Ik weet niet of ik niet meer teleurgesteld in Hem ben, over het verlies van Marlijn en Thijmen. Maar voor dit gebeurde, hoorden we ‘God is liefde’ en dan zeiden we ‘ja, oké’. We leefden het riedeltje. School, studeren, verkering, verloven, trouwen, werken, kinderen. Dat is finaal omgedraaid. Het ging niet meer om kerkliturgie, of regels. Het ging om de mensen, die voor ons kwamen koken, of even oppassen. Het ging om kracht om de dag door te komen, om rust als we in paniek raakten. Dat hebben we allemaal van Hem gekregen. Het heeft ons meer oog voor anderen gegeven. We willen dat iedereen iets kan zien van die liefde van God, als zijn het er maar een paar.”

“En toen kwam er een cadeautje. We zorgden dat ik niet meer zwanger kon worden, want dat durfden we natuurlijk niet meer. Maar opeens werd ik niet meer ongesteld. Ik weet nog dat ik onder de douche stond en dacht: Help, dit trek ik niet nog een keer! Wéér de hele molen met controles en testen. Alles leek oké, maar nu wisten we: het kan na de bevalling ook nog misgaan. Matthijs werd geboren. Hij dronk zijn fles leeg. Dat was een bijzonder moment. Na twee maanden leek hij nog steeds gezond. We zeiden voorzichtig: Volgens mij is hij oké. Hij lachte hij, hij groeide... na zes maanden durfden we te ontspannen. Vanaf dat moment zijn we gaan genieten. Hij is zo lief, zo gemakkelijk, een schat. Matthijs is voor ons allemaal een cadeautje van God.”