Zij wonen in een tent

Of eigenlijk noem je het een yurt. Een oeroude nomadische leeftent. Geert en Geralda wonen er samen met hun twee kindjes. Zelfs in de winter.

Gepubliceerd: 16 januari 2018 in Duurzaamheid Beeld: Bertina Kramer

Het is aardedonker en nog maar half acht in de ochtend. Ik parkeer mijn auto net voorbij een boerderij, ergens in de Alblasserwaard. Geert wacht me op. Het vriest. Ik moet bukken om door de deur te komen, en binnen is het al net zo koud. De rest van het gezin ligt nog in bed, ik hoor wat geluidjes van een baby. Pas vijf maanden, vertelt Geert. Hij doet een lampje aan en begint de houtkachel aan t e steken. Ik kijk om me heen. Ik zie een keukentje, een bed, een tafel, een speelhoekje. Eigenlijk gewoon een huis. Het wordt verassend snel warmer, een klein stemmetje begint te kletsen. Dit is dus hoe je wakker wordt in een yurt. 

Hoe het begon
Geralda: "Het begon met een stukje in de krant, de vader van Geert schoof het onder onze neus. Eigenlijk gekscherend, maar we waren verkocht. We hadden geen idee hoe of wat en we wilden al helemaal geen hippies worden. Maar we vonden een boer van wie we land mochten huren en een week voor we trouwden stond de yurt er."

We hadden geen idee hoe of wat en we wilden al helemaal geen hippies worden.

We ontbijten samen, voeren de kippen, oogsten wortels voor de soep, hangen de was op. Gewoon buiten, aan een lijn. Want een droger hebben ze niet. "De manier waarop we wonen dwingt ons om heel bewust met spullen om te gaan. Maar ook met water en stroomgebruik. Toen we hier in trokken, namen we aan elektrische spullen alleen een paar ledlampjes, onze telefoons en laptops en een staafmixer mee. Dat was en is genoeg. Wanneer je een willekeurige babyzaak binnenloopt, doen ze je geloven dat je alles wat er staat nodig hebt. En we zijn heus wel gevoelig voor spullen. Als ik door de stad loop en ik zie een leuk jurkje, dan wil ik dat hebben. Maar we hebben simpelweg geen ruimte voor te veel. Dus kleden we de baby aan op ons eigen bed in plaats van op een commode en slaan we het wipstoeltje over."

Gelukkig met weinig
Het is berekoud maar Jafeth, de oudste van de kids, werkt ijverig mee terwijl zijn vader hout hakt voor de houtkachel. Geert: "Wat je ziet is dat je helemaal niet veel nodig hebt om gelukkig te zijn. Jafeth heeft wel wat speelgoed, maar het meeste vindt hij hier buiten. Hout, hooi, hij kan er allemaal mee overweg. Doordat we met z'n allen zoveel buiten zijn, leven we enorm dicht bij de natuur. Dat is voor ons echt het mooiste aan leven in een yurt.

"Als we ooit misschien in een 'normaal' huis wonen, denk ik dat we echt veranderd zijn. Ik denk dat we het dan ook gewoon doen met de spullen die we hebben. 
Geralda knikt. "Ik denk zo vaak: we leven helemaal niet minimalistisch. Wanneer ik kijk naar het nieuws en al die vluchtelingenkindjes zie op blote voetjes in de kou... Als we met wat minder, meer kunnen geven... In aandacht, tijd en geld. Dat is wat we willen. Niet leven voor onszelf, maar leren genieten van eenvoud. En dankbaar zijn met wat we hebben."

Niet leven voor onszelf, maar genieten van eenvoud. En dankbaar zijn met wat we hebben.