“Wij hebben ook weleens met deuren gesmeten”

Een leven lang samen? Herman en Corrie zijn het in volle overtuiging: ze zijn al meer dan zestig jaar getrouwd. Wat is hun geheim?

Gepubliceerd: 06 oktober 2017 in Liefde Tekst: Wilfred Hermans Beeld: Jorik Algra

Samen op de bank

Daar zitten ze, samen op de bank. Zoals altijd, zo dicht mogelijk naast elkaar. Herman (81): “Ik ben in Rotterdam verwekt en in Bergschenhoek geboren.” Corrie (83) gniffelt. “We moeten niet te gek doen, hoor, anders denken ze dat je niet normaal oud kunt worden.” Herman gaat onverstoorbaar verder. “Op catechisatie vond de kortsluiting plaats. Zij was achttien, ik zestien. We zaten gewoon wat naar elkaar te kijken en te lachen, en van lieverlee werd het wat. Een uitgebreide liefdesverklaring hebben we nooit afgelegd.” Corrie: “Ik nam elke kans waar om hem te ontmoeten: op de zaterdagavonden, tijdens orgelconcerten in de Wilhelminakerk. Dáár mocht ik van mijn ouders wel naartoe; ze wisten natuurlijk niet dat daar wat achter zat. In de kerk zaten we hand in hand - tuurlijk. We waren elkaars eerste liefde. Ik had altijd wel een voorliefde voor bepaalde jongens, hoor. Zo was er een jongen die ik nog kende van de basisschool. Maar hij was niet van de kerk, dus dat was taboe.” Herman: “Ik heb ook weleens ergens naar gekeken, maar ik vond er nooit wat an.” 

Alzheimer

Vroeger speelden ze geregeld bridge, vertelt Herman, maar door opkomende vergeetachtigheid van zijn vrouw zit dat er niet meer in. “Ik kan me nog herinneren hoe het begon, in 2008. We gingen nog met de caravan op vakantie. Normaal was Corrie dan heel opgewekt, maar ik merkte dat haar ogen niet meer lachten.” Achter zijn brillenglazen worden de ogen vochtig. “De diagnose Alzheimer was een klap.” Corrie: “Alsof ik tekortschiet.” Herman: “‘Ik kan niet meer voor jou zorgen’, zegt ze, terwijl ze altijd erg zorgzaam is geweest. We gaan er beiden anders mee om. Ik heb gerouwd, en dacht: ik ben haar kwijt. Van ons tweeën ben ik wat zwaarmoediger.” Corrie: “Ik denk gewoon: dit is op mijn pad gelegd, ik moet erdoorheen.” Herman: “Daar zet zij een punt. Ik een komma.”

Wat vinden jullie elkaars leukste eigenschap?

Corrie: “Dat ‘ie eten kookt, haha! Praktisch elke dag. Ik heb vroeger altijd voor een groot gezin moeten zorgen; na vijf kinderen kregen we nog een tweeling – heel bijzonder. Onze kinderen waren allemaal bedplassers. Bedden afhalen, Herman gooide de lakens naar beneden en ik ving ze op en deed ze in de wasmachine. Mooie tijd, hoor! Maar ook best lekker dat dit niet meer hoeft.” Herman: “Ik heb voor haar één woord: inzet. Dat zit in haar. Vroeger wilde ze de verpleging in, maar dat mocht niet van haar ouders. Bitter, hoor.”

Hebben jullie weleens ruzie?

Herman, tegen Corrie: “Je zal best weleens gedacht hebben: dit is ook niet alles… Momenten van gezichtsvernauwing.” Corrie: “Da’s wederzijds, maar dat heb je toch in elk huwelijk? Dan moet je gewoon even naar buiten, afkoelen. En bidden.” Herman: “We hebben weleens met deuren gesmeten, hoor. Als het helemaal niet meer gaat, maken we wat luchtige rotopmerkingen tegen elkaar. Dan is het zo weer over.” Corrie: “Ik ben groot geworden met een grauw en een snauw. Dát is ruzie. Wij verschillen weleens van mening, maar daar hoef je mekaar toch niet scheel op aan te kijken?”

Wat is het geheim van samen oud worden?

Corrie: “Het geloof, natuurlijk. Als er moeilijkheden zijn, kun je altijd bij Iemand terecht.” Herman: “De Here heeft ons erdoorheen getrokken. Als je erkent, dat je van je zelf onmachtig en klein bent, komt het vanzelf goed. Dat is de sleutel, maar Gód draait die sleutel om. Aan de andere kant: je kunt een heel gelovig verhaal ophangen waar de duvel nog niet tussenkomt, maar het gaat er uiteindelijk om dat je daar minimaal aan voldoet. Daarbij: als het van onze karakters had afgehangen, weet ik niet of het gelukt was. We zijn bijvoorbeeld vanwege mijn werk wel tien keer verhuisd – dat was voor Corrie niet niks…” Corrie: “Je groeit naar elkaar toe. Verschillen leer je een plek geven door er over te praten. Problemen moet je niet de vloer in drukken. Nee, open kaart!” Herman knikt. “Wij kunnen niet met een dikke strot blijven rondlopen.” 

Eindelijk rust

Corrie: “Ik vind Herman nog steeds mooi, ja! Maar als ‘ie chagrijnig is natuurlijk niet. Dan moet je ‘m gewoon even laten lopen, komt vanzelf weer goed.” Herman staart naar buiten. “Soms is het goed als ze tegen mij zegt: zak jij maar effe in de stront. Want als je chagrijnig bent, betekent dat dikwijls dat je jezelf te belangrijk vindt. Of ik haar ook mooi vind? Ja, ze is mijn reddingsboei. Misschien weet ze dat zelf niet, maar zo ervaar ik dat.” Corrie: “Ik ook. Ik kom uit een rommelig gezin. Altijd herrie en ruzie. Bij Herman vond ik rust. Trouwen met hem is het beste wat me is overkomen.”