Ze noemden me Daylight, maar ik leefde in duisternis

“Macht en geld maken uiteindelijk niet gelukkig. Rust in je ziel en in je hoofd, dat is wat je nodig hebt.” Het zijn woorden waarvan Dimas Salaberrios (42) de betekenis aan den lijve heeft moeten ondervinden voordat hij hun inhoud werkelijk begreep.

Gepubliceerd: 14 juli 2017 in Geloven Tekst: Jurjen Sietsema Beeld: Ruben Timman

Niet dat het voortdurend rustig is in het leven van Dimas, zijn vrouw Tiffany en hun twee dochters. Om zijn pas verschenen boek ‘Street God’ te promoten zijn ze op tournee door Europa. Even na de aanslagen in Parijs stond Dimas met willekeurige mensen te bidden op straat, vlakbij één van de restaurants waar de schutters hun afschuwelijke missie hadden volbracht. Eind november brengen hij en zijn gezin twee weken door in Nederland. Dimas spreekt in kerken en evangelische gemeenten en staat de pers te woord over zijn opmerkelijke verhaal.

Hij was een gewone jongen uit een middenklassegezin in het New York van de jaren ’80, maar werkte zich op tot leider van een kleine maar beruchte drugsbende. Hij is met zijn twee meter een imposante verschijning. Toch heeft hij een vriendelijke en open uitstraling. Hij lacht veel en lijkt geen moment moe om zijn verhaal te vertellen. Het te woord staan van journalisten kost desondanks veel energie, zegt Dimas eerlijk. “Maar ja, dat gaat nu eenmaal zo als je een levensverhaal op papier zet dat blijkbaar veel bij mensen los kan maken.”

Avontuurlijk jochie

Dimas wordt in de pers soms vergeleken met Nicky Cruz, de nu 77-jarige ex-bendeleider die evangelist werd. “Onze achtergronden verschillen toch behoorlijk. De ouders van Cruz hielden zich bezig met hekserij en andere duistere zaken. Ik kom uit Queens, een nette buurt. Mijn moeder was hoofd van een school en mijn vader directeur van de gevangenis op Rikers Island (New York). Ik heb hun hart gebroken. Mijn jeugd was een gelukkige. Ik was een avontuurlijk jochie, veel buiten, actief, beweeglijk en vol energie. Ik had veel vrienden, we speelden basketball, American Football en we fietsten veel. We woonden in een fantastische buurt waarin veel saamhorigheid heerste, totdat eind jaren ’80 crack en cocaïne hun intrede deden in de buurt.

150.000 dollar per dag

Zelf was Dimas elf jaar toen hij voor het eerst drugs dealde. Zijn inspiratie kreeg hij van jongens van een jaar of zestien die in grote dure auto’s reden. “Geld speelde geen enkele rol voor deze gasten. Er verschenen in die tijd ook de eerste speelhallen met computergames waar jongens zaten die behangen waren met dure juwelen en horloges en bij wie je altijd terecht kon voor wat geld als je zelf niet meer had. Stoere kerels die in de laatste mode rondliepen en een Rolex om hun pols droegen. Zij veranderden de jeugdcultuur in de buurt zonder dat de ouders er erg in hadden. Zelf zag ik in die tijd de film ‘Scarface’ (met Al Pacino) en de tv-series ’21 Jump Street’ en ‘Miami Vice’. Ik dacht: maar wacht eens, dat gebeurt gewoon hier, in mijn eigen buurt! Er waren dealers die 150.000 dollar per dag verdienden. Queens was een rijke buurt met rijke klanten en er was weinig politie op straat. Daar wilde ik ook wel een graantje van meepikken. Doordat ik veel rondhing in de speelhallen, werd ik op een gegeven moment gerekruteerd door één van de met juwelen behangen wat oudere jongens. Het dealen begon klein, met pillen. Na verloop van tijd dealde ik het ‘echte’ spul. Cocaïne en nog veel zwaardere drugs. Het was eigenlijk een soort leer-werktraject buiten schooltijd.”

Bijna dood

Hij dealde niet alleen, maar gebruikte toen hij vijftien was ook zelf negen maanden cocaïne en crack. Dat kostte hem bijna zijn leven. Niet alleen vanwege de drugs zelf, maar ook omdat de drugsbaas voor wie hij daarnaast werkte, hem om het leven wilde brengen nadat hij een fout had gemaakt. “Hij had besloten mij als voorbeeld te stellen voor andere jongens. Hij liet zijn handlangers mij opsluiten in een appartement dat ze ‘the hole’ (het gat) noemden. Ze sloegen me in elkaar. Het plan van de drugsbaas ging uiteindelijk niet door. Hij vroeg op een gegeven moment hoe oud ik was. Ik schreeuwde: verwoest mijn leven niet, ik ben nog maar vijftien. Dat had hij blijkbaar niet verwacht. Misschien vond hij het risico te groot om een minderjarige te doden; ik weet het niet. Ik heb daarna nog wel een paar dagen opgesloten gezeten. Hoe dat afloopt, staat in het boek, maar man, het had weinig gescheeld of ik had dit niet kunnen navertellen.”

"Ik had al vroeg geleerd om die macht en controle te krijgen en te houden. Ik draaide mijn hand niet om voor geweld om te beschermen wat van mij was. Intimideren hoorde er gewoon erbij"

Intimideren

Ook toen hij zich een aantal jaren later had opgewerkt tot drugsbaas met een eigen imperium, was hij zijn leven niet zeker. “Het gaat om veel geld, om macht en om de controle over je eigen stukje, je eigen klantenkring. Als je die kwijtraakt, heb je niets meer en ben je niets meer. Ik had al vroeg geleerd om die macht en controle te krijgen en te houden. Ik was daardoor slim geworden, maar ook hard. Ik draaide mijn hand niet om voor geweld om te beschermen wat van mij was. Intimideren hoorde er gewoon erbij.”

Leerschool

Dimas noemt zichzelf ‘het brein’, de denker achter het drugsimperium waarvan hij het hoofd was. “Ik bedacht plannen, bepaalde het beleid. Mijn jongens voerden uit. Zoals al gezegd, ik had al een hele leerschool achter de rug. Mijn leraren waren de meest succesvolle drugsdealers en bazen in die tijd.” Toch belandde Dimas uiteindelijk in de gevangenis. Twee keer zelfs. Op Rikers Island, de gevangenis waar zijn vader directeur was. Daar kwam hij in contact met jongens die tot geloof waren gekomen. Toen hij vrijkwam, besloot hij een kerk te bezoeken. “Ik had veel gehoord over de kerk en wilde weleens meemaken wat die jongens mij hadden verteld. Ik was nieuwsgierig en tegelijkertijd terughoudend. Ik ben de eerste keer ergens helemaal achterin de kerk gaan zitten, maar ik kreeg toch een warm onthaal.” Desondanks bleef Dimas drugs verkopen. “Geen harddrugs meer, maar wiet. In mijn naïviteit dacht ik dat God dat wel oké zou vinden. Het was tenslotte minder schadelijk, dacht ik toen.”

Gelukkig

Gaandeweg ontstond er het besef dat hij niet verder kon. “Door de Bijbel te lezen, door erover te praten, ontstond er een verlangen om anders te gaan leven. Bovendien zag ik aan anderen hoe gelukkig, stabiel en rustig ze waren. Dat wilde ik ook. Ik wilde niet langer over straat gaan en voortdurend om me heen hoeven kijken of er niet iemand was die mij wilde omleggen. Ik wilde niet die constante onrust in mijzelf voelen. De waarden die mijn ouders mij als kind hadden meegegeven waren christelijk en gingen ineens voor mij leven. Ik besefte hoe enorm ik ze had teleurgesteld. Hoe ik mijn leven had vergooid.”

Ontmoeting

De rust kwam uiteindelijk toen drie oudere dames uit de kerk besloten met en voor Dimas te bidden. “Dat is het moment geweest waarop ik echt tot rust ben gekomen, diep in mijzelf. Op dat moment wist ik dat het goed was. Dat ik een nieuw begin mocht maken. Het was een emotioneel moment. Een ontmoeting met Jezus zelf.” Hij besloot zijn drugsimperium los te laten en zich vrij te maken uit wat hij zelf ‘de duisternis’ noemt. “Mijn bijnaam op straat was ‘Daylight’ (daglicht) maar ik leefde zelf in diepe duisternis. Hoe ironisch is dat?”

Nieuw begin

Het nieuwe begin voor Dimas Salaberrios was een totale ommekeer. “De volle 180 graden. Ik ben niet meer dezelfde.” Met het groeien van zijn geloof ontstond de wens om andere mensen te helpen om diezelfde innerlijke rust te vinden. Datzelfde geluk dat hij nu ervaart. “Dit gun je iedereen. Als ik kijk hoeveel nood er is in een stad als New York, dan kun je niet stil blijven zitten.” Dimas ging studeren, wat hij nog steeds doet, en hij bleek over de gave te beschikken om te spreken. Op dit moment is hij pastor van de Infinity Bible Church, die hij stichtte samen met de in evangelische kringen wereldberoemde Tim Keller. Zijn verhaal heeft hij nu over de hele wereld verteld, ‘behalve op Antarctica’.

“Ik hoop dat mijn boek ‘Street God’ mensen inspireert om een nieuw begin voor zichzelf te maken. Want het kán. Je kunt uit de diepste duisternis van je leven omhoog komen naar Gods licht. Als je het maar wilt geloven. Bij God is alles, maar ook echt alles mogelijk. Doe jezelf daarom niet tekort, maar ga ervoor. Als het mij is gelukt, dan kun jij het zeker weten ook!”