"We zijn verslaafd aan dingen die we niet nodig hebben"

Een aantal jaar terug gooide hij er op televisie uit dat hij jarenlang verslaafd was. Aan werken en eten, maar ook aan alcohol en cocaïne. Jack Wouterse, succesvol acteur, ging de strijd aan met zijn verslavingen. Hij is inmiddels zes jaar clean, maar nog steeds verslaafd.

Gepubliceerd: 12 juli 2017 in Leven Tekst: Willemijn de Jong Beeld: Wendy Bos

Jack stond op de planken met zijn voorstelling ‘Slaaf’, over een verslaafde man die een eind aan zijn leven maakt. Ook bracht hij de gelijknamige film uit, met eveneens Jack in de hoofdrol. Hij legt uit dat verslaving een ziekte is, die minder ver van ons afligt dan we soms denken.  

“Een verslaafde is verslaafd aan het moment, niet aan het middel. Je moet even stilstaan, even rust in je kop. Dan zeggen rokers ‘ah, even lekker een sigaretje’. Maar ze bedoelen ‘ah, even lekker nergens aan denken’. Het is jammer dat dat middel dan een verslavende stof in zich heeft. En heel slecht voor je is. Jij en ik, we kunnen overal verslaafd aan raken: aan dingen kopen die je niet nodig hebt, porno, vet, drinken. Maar ook aan dingen die heel normaal zijn. Heel veel mensen zijn verslaafd zonder dat ze het weten. Slapend verslaafd, noem ik dat. Ze ontkennen bijvoorbeeld voor zichzelf dat ze eigenlijk te veel wijn drinken. En je zit al in een probleemzone als je gaat liegen over de hoeveelheden die je drinkt.”

Eten is vergeten

“Ik heb een beroep waarin heel veel druk op je wordt gezet. Je wilt belangrijk doen, het gaat allemaal snel, het is veel. Daar word je moe van en voor je het weet, is het van een geintje een groot probleem geworden. Dat gaat snel als je, zoals ik, geen maat weet te houden. Ik heb dat met bitterballen. Een normaal mens eet een bitterbal en als hij eens gek wil doen eet ‘ie er twee. Ik word echt gek als ik een schaaltje bitterballen. Als er nog twee ballen liggen, dan móeten die op. Ik kan op zo’n moment niet meer normaal denken. Dat is net zo’n vluchtmoment als dat peukje. ‘Eten is vergeten’ zeg ik in de film ‘Slaaf’. Even een lijntje of een wijntje, dat zorgt voor een leeg hoofd. Tegenwoordig heb je van dat mindfulness, hè. Daar zit een kern van waarheid in. Met mindfulness leer je even in het moment te zijn, even rust te nemen in je hoofd. Zonder een middel dat je lichaam en geest kapot maakt.” 

Morgen stop ik

“Nu klinkt het alsof je heel gemakkelijk verslaafd wordt, maar het is iets sluipends. Net als in een relatie, daar sluipen langzaamaan fouten in en als je daar niets tegen doet, loopt het uiteindelijk spaak. Het is ook heel stiekem en daardoor eenzaam. Je gebruikt en daarbij lieg je tegen jezelf en tegen anderen. Over hoeveel je gebruikt en hoe slecht je eraan toe bent. Maar ook over de verslaving zelf. Ik ontkende dat ik verslaafd was. Elke dag dacht ik ‘morgen stop ik, echt’. Met mijn gewicht, op mijn leeftijd een hoge dosis cocaïne tot je nemen, dat is levensgevaarlijk. Maar ik zei tegen mezelf ‘welnee, ik ben gewoon een feestbeest.’ Dat slaat nergens op! Ik had vrienden nodig om me een zet te geven naar een kliniek.”

Je begrijpt mij niet

“In die kliniek in Schotland, hielp het mij vooral dat er ervaringsdeskundigen waren. Ik kan jou uitleggen waarom ik verslaafd ben aan eten, maar joh, je begrijpt me toch niet. Dan ga ik naar een diëtiste, een meisje van zestig kilo met een prachtig lichaam. En dan denk ik: ‘Ja, ik kan best calorieën tellen en ik weet best dat ik niet te veel moet eten. Maar het is iets psychisch. Ik kán er niet vanaf blijven!’

Zo’n diëtiste begrijpt dat niet, omdat ze dat zelf niet ervaart. Een ervaringsdeskundige weet waar je doorheen gaat, uit ervaring. Dat maakt heel veel verschil. Dikke mensen onder elkaar begrijpen elkaar. Als je van iemand die vroeger dik is geweest, hoort hoe die is afgevallen, dan kun je daar zelf iets mee. De voorstelling en film ‘Slaaf’ hebben diezelfde rol. Door het te zien, kun je jezelf erin herkennen. Ik laat in ‘Slaaf’ verschillende momenten van die verslaving zien, ik geef het woorden. En ik laat de ernst zien. Het klinkt misschien lullig, maar een verslaving leidt naar de dood. En je hebt hulp nodig om dat te voorkomen.”

Ik kan niet meer

“Het is dan ook geen amusementsfilm, geen film waar je de werkelijkheid even mee kunt ontvluchten. Het ís de keiharde werkelijkheid. Mensen die bij het Leger des Heils slapen, zijn misschien heel ver heen in hun verslaving, maar in de huizen hier in de buurt zijn heel veel mensen verslaafd en eenzaam. Zij kunnen het alleen nog wel bekostigen. Ik heb jarenlang behoorlijk gefunctioneerd doordat ik mijn drugsgebruik goed kon doseren. Er zijn artsen, politici, advocaten die heel lang gebruiken en dat prima verborgen kunnen houden. Alleen gaat dat uiteindelijk natuurlijk toch mis. Op een gegeven moment kon ik nog wel functioneren op mijn werk, maar daarna zat ik op de rand van mijn bed apathisch voor me uit te kijken. Ik deed niks meer tot ik weer moest werken. En niemand mocht het merken. Mensen zeiden dan wel ‘wat zie je er slecht uit’. Dat wuifde ik weg met ‘ja, ik ben moe en ik werk zo hard’. Je komt er dus lang mee weg. Maar in ‘Slaaf’ schreeuwt de hoofdpersoon ‘ik kan niet meer!’. Dat is wel waar het naartoe gaat. En voor veel mensen is de dood de uitvlucht uit hun verslaafde bestaan. Dat is niet uniek hoor, er zijn ontzettend veel mensen die aan die afgrond staan.”

Samenzijn maakt het feestje

“Ik denk dat de hele economische crisis te wijten is aan verslaving. We zijn verslaafd aan dingen die we niet nodig hebben. Even een serre aan je huis. Die heb ik net aan mijn woning geplakt, maar had ik echt niet nodig. De televisie vertelt ons wat we nodig hebben en hoe we eruit moeten zien. Daardoor hebben we de drang om te kopen, we denken dat we daar gelukkiger van worden. We kopen veel te veel en het maakt ons niet tevreden. Ik wil niet meer meedraven in die wedstrijd van wat we allemaal zouden moeten hebben. Er ligt zoveel druk op ons tegenwoordig en die economie is zo belangrijk. Ik vind dat we gewoon een feestje moeten bouwen met dat wat we hebben. Samen. Dat gaat niet over geld,  geen karren vol met boodschappen – het samenzijn maakt het feestje.”   

“Aan de andere kant kan ik met geld ook weer doen wat ik echt belangrijk vind: zo’n film maken als ‘Slaaf’. Ik maak ook liever een film waarmee ik mensen aan het lachen maak, maar ik vind dat ik deze film móet maken. Als je het zo aan me vraagt, weet ik ook niet eens precies waarom. Maar ik weet zeker dat ik hem moet maken. Het is geen therapeutisch project van mij, ik vind dat ik mensen het probleem moet laten zien. Wat voor hel een verslaving is. Dat is het waarom, misschien.”

Jack is inmiddels vier jaar clean. Maar hij ziet zichzelf nog steeds als verslaafde. “Wat ik nu nog lastig vind, is het eten. Daar kun je niet helemaal mee stoppen natuurlijk. Maar met eten moet ik maat houden, dat is nog wel moeilijk. Je bent je leven lang verslaafd, ook als je clean bent. Die onrust blijf ik wel in me houden, daar moet ik mee blijven dealen. Verder is mijn leven zo verrijkt doordat ik niet meer gebruik. Ik zie meer dingen, ervaar meer rust en kan van heel kleine dingen genieten.”   

“Vroeger kocht ik kicks om mijn hartslag omhoog te brengen, nu word ik gelukkig als ik een moeder haar kind van de crèche zie halen. Dan denk ik ‘Goh, wat is dit mooi, dat ik dit mag zien’. Eén van de vragen die de hoofdpersoon in ‘Slaaf’ stelt is ‘waarom?’ Dat is een kindervraag. Maar het helpt niks om antwoord te krijgen op die vraag. Te veel nadenken is ook een ziekte. Het denken gaat altijd over de toekomst of over het verleden en heel zelden over nu. Het leven in het nu is vaak beter dan maar denken over wat er was. Veel mensen met een verslaving kunnen hun hoofd, hun gedachten niet stopzetten. Daar word je gek van, dat moet je stil zien te krijgen. Dat mindfulness is ook veel bullshit, maar het kunnen zijn in het ‘nu’ en gewoon even stoppen met denken – dat is heerlijk. Dat heb ik wel geleerd.”