Wat kun je met God als je aan de grond zit?

Als het slecht met je gaat, wat maakt het dan voor verschil of je gelooft? En wat kun je dan met God? Met die vraag ging Strijdkreet naar Jannica (29), die na de geboorte van haar eerste dochter in een burn-out stortte en niets meer kon.

Gepubliceerd: 25 februari 2018 in Geloven Tekst: Willemijn de Jong Beeld: Margriet Alblas

Hoe het begon

“Een jaar geleden was het allemaal heel anders. Ik ben nu weer beter. Ik kan weer de uren werken die ik voorheen werkte - zonder dat ik daar stress van krijg, er depressief van raak en overmand word door vermoeidheid. Het begon ermee dat ik snel moest huilen. Ik was al heel lang bezig met mezelf aanmoedigen om door te gaan. Ik merkte dat ik vaak uitsprak dat ik 'klaar was' met mijn werk en het vreselijk vond om mijn mail te beantwoorden. Eerst dacht ik altijd: iedereen heeft dat, even een tandje erbij, iets eerder naar bed en doorgaan. Maar toen ik na de bevalling van mijn dochter weer wilde ging werken, lukte me dat gewoon niet.

Mijn zwangerschap liep op rolletjes, maar de bevalling van mijn dochter was heel heftig en daarna ging het niet goed. Alles waarvan je denkt: dat wordt zwaar maar wel mooi - dat werd bij mij alleen maar zwaar. Ik kon niet van mijn dochtertje genieten, voelde me depressief. Ze had sinds de geboorte een verstijving in haar nekje, dus ze huilde heel veel. Maar de oorzaak van mijn burn-out was niet mijn dochter. Zij was eerder de druppel. Ik vond alleen dat ik niet depressief mocht zijn. Ik wilde graag blij zijn met mijn baby. Maar ik vond het vreselijk. Ik zat met de gordijnen dicht op de bank met het idee: ik wil geen moeder zijn."

Hoe het misging

“Het werk dat ik deed, paste niet bij mij en mijn karakter. En daarbij had ik weinig succeservaringen. Maar ik vond dat ik gewoon door moest gaan. Je hebt tenslotte inkomen nodig; stoppen met werken is niet zomaar een optie. Waarom ik mijn werk niet trok, heeft denk ik te maken met een probleem dat veel mensen hebben die net zijn afgestudeerd. De baan die je neemt, past bij je CV en bij wat je denkt dat je leuk vindt. Dit was een baan die goed paste bij mijn opleiding, heel leuk klonk en in een leuke stad was. Maar ik begon eraan zonder na te denken over wat er nu precies bij mij past en waar ik energie van krijg. Misschien kom je daar ook pas achter tijdens je eerste baan. Ik ging alleen te lang door met iets dat niet bij mij paste, en dus ging het mis.

Een collega belde me op een dag en gaf me feedback, dat ik iets beter anders had kunnen doen. Dat kwam zo verkeerd binnen. 'Ik doe zo mijn best en ik heb het zo druk', dacht ik alleen maar. Ik had tweehonderd procent gegeven voor iets waar ik geen passie voor had. Na dat telefoontje barste ik in huilen uit en kon ik niet meer stoppen. Ik stortte lichamelijk ook in. Ik zat in eerste instantie twee weken thuis. Daar werd het alleen maar erger. Ik kreeg paniekaanvallen en hartkloppingen, moest hyperventileren. De controle over mijn lijf was ik helemaal kwijt, en als ik maar naar de wasmand keek of als mijn dochter eten op onze nieuwe houten vloer liet vallen, raakte ik in totale paniek. Ik begreep er niks van. Ben ik dit? Waarom doe ik zo moeilijk?”

Waarom het misging

“Ik ben van nature een heel energiek persoon met veel visie. Maar ook een enorme people pleaser. Ik heb mezelf aangeleerd om dingen te doen zodat mensen me waarderen. Ik was altijd bang dat mensen verkeerd over me zouden denken. Daarom was de feedback van die collega zo pittig voor mij. Toen ik eenmaal met een burn-out thuis zat, was ik alleen maar aan het piekeren. Ik vroeg me af hoe het zover had kunnen komen. Ik ontdekte dat ik verslaafd was geraakt aan goedkeuring van anderen. Alles wat ik deed, moest volgens anderen goed zijn. Ik stapte over mijn eigen gevoelens heen in ruil voor waardering.

"Je wereldje wordt heel klein, alleen naar buiten kijken voelde al zwaar."

De eerste vier maanden kon ik ook niet accepteren dat ik thuis zat. Ik mag dit niet, ik wil dit niet, dacht ik. Toen ik eenmaal op een punt kwam dat niemand meer verwachtte dat ik binnen een maand terug zou zijn, kon ik eindelijk echt ontspannen en stoppen met mezelf straffen voor mijn grote falen. Dat thuiszitten was wel heel eenzaam, je wereldje wordt heel klein. Ik zat binnen op de bank terwijl buiten mensen met hun zonnebril op van de zon genoten. Ik bracht mijn baby weg naar de kinderopvang en raakte in paniek van de gedachte dat ik iets moest doen. Ik was continu onrustig - mijn hart en hoofd gingen tekeer, terwijl ik niks deed. Het enige dat ik kon opbrengen was boodschappen doen, maar daarna was ik doodop van de prikkels. Als ik mijn dagboek nu teruglees, zie ik dat ik de zon letterlijk niet zag schijnen. Alleen naar buiten kijken was al zwaar.”

Wat ik over mezelf leerde

“We groeien allemaal op in een situatie die je niet zelf hebt gekozen. Ik geloof dat we onbevangen en puur geboren worden. Maar ons grootste verlangen is om geliefd te zijn. Door wat je tijdens het opgroeien meemaakt, kun je een tekort opbouwen aan liefde. Dan bedenk je manieren waarop je je wel geliefd gaan voelen; een strategie om de liefde te krijgen die je mist. Door ergens in uit te blinken bijvoorbeeld, dure spullen te kopen, of heel erg aan een ander te gaan hangen in een liefdesrelatie. Ik probeerde dat door constant het maximale uit mijzelf te halen. Ik voelde me gezien en geliefd als anderen me complimenteerden.

Natuurlijk is het niet per se ongezond om liefde en bevestiging van mensen om je heen te verwachten en is het goed als je je talenten gebruikt. Daarvoor heeft God ons aan elkaar gegeven. Maar wat blijft er van je over als er iets wegvalt? Wat blijft er van mij over als ik niet meer goed kan zingen? Weet ik dan nog steeds dat ik gewoon goed ben? Zou ik ervan kunnen genieten als ik er nooit meer complimenten over zou krijgen? Volgens mij is de zoektocht naar waardering niet gezond als we het helemaal moeten vinden in spullen of mensen. Het is namelijk nooit genoeg. Het vult nooit. Dat is doodvermoeiend.”

Wat ik over God leerde

“Ik bleef met lege handen zitten, op de bank. Daar leerde ik dat God de enige is die mij mijn eigenwaarde kan geven, zonder dat ik er moe van word. God is volmaakt, hij kent mij volmaakt en zijn liefde is onveranderlijk. Dat klinkt misschien wel heel makkelijk, maar het was voor mij niet gemakkelijk om dat in te zien. Een jaar terug geloofde ik wel in God, maar ik twijfelde veel. Is God eigenlijk wel betrokken bij een individu, is God wel dichtbij? Ik schreef al die twijfels op. Ik irriteerde me eraan dat ik zoveel vragen had opeens en God niet voelde. Maar ik dacht ook: hoe strenger de winter, hoe beter de oogst. Het voelde stil vanaf Gods kant, maar nu is er zoiets goeds uit voortgekomen.

Ik zie nu dat mijn waarde in God ligt. Ik voel me vrij. Ik mag echt Jannica zijn. En ik weet nu zeker dat Hij echt betrokken is bij mij, en júist betrokken is bij hoe ik specifiek ben. Ik heb dat nooit eerder zo sterk ervaren als nu. Het klinkt raar om te zeggen, maar ik ben eigenlijk heel blij dat ik die burn-out heb gehad. Anders was ik altijd op die manier doorgemodderd. Ik had het nodig om in te zien dat ik mijn waarde in God kan vinden.” 

"Ik praat met Hem zoals ik dat doe met een goede vriend of vriendin."

Hoe ik het nu doe

“Nu kies ik er bewust voor om tijd te nemen met God. Een moment waarin ik stil en alleen ben, kaarsjes aan. Ik vraag dan aan God of Hij tot me wil spreken. Ik bid en vertel wat er in mijn hart leeft. Ik geloof dat God mijn schepper is, mij uniek gemaakt heeft en ik geloof dat hij laat zien in zijn Bijbel dat hij een relatie met ons wil. Ik praat met hem zoals ik dat doe met een goede vriend of vriendin. Ik deel alles wat me bezighoud met God. Elke angst, blijdschap en onzekerheid. Ik neem de tijd om daarna Gods stem te horen. Soms ervaar ik die heel duidelijk en soms niet. Daarmee bedoel ik: ik krijg een gedachte, waarvan het duidelijk is dat het niet mijn eigen idee is. Door de jaren heen heb ik geleerd om te herkennen wat mijn eigen gedachte is en wanneer God die tot mij spreekt. Ik toets het ook aan wat God in de Bijbel zegt.

In die stiltes bij God heb ik geleerd dat hij een uniek plan heeft met mijn leven, dat helemaal bij mij past. Ik hoef me daar niet anders voor voor te doen. Ik kan God toch niet voor de gek houden. En dat hoef ik bij Hem ook niet. Maar ook als je christen bent, gaat dat niet vanzelf. Het lijkt voor iemand die gelooft ook dat de wereld veel te bieden heeft. Dat je je waarde uit status, geld of bevestiging van anderen moet halen. Het is een strijd om je focus altijd op God te houden.

Inmiddels geniet ik ernorm van mijn dochter. Samen koekjes bakken en naar de kinderboerderij gaan; ik kan weer genieten van die kleine dingen. De baan waar ik geen energie uit haalde, heb ik opgezegd. Ik ben nu op zoek naar werk dat wel past bij wie ik ben. Iets waar ik mijn passie in kwijt kan, vanuit de wetenschap dat ik het voor God en anderen mag doen. Ik geloof dat wanneer we onze waardering en liefde vooral uit anderen halen, we onszelf in het middelpunt blijven plaatsen. Als we ons als mens geliefd weten door onze God en Schepper, kunnen we die liefde echt doorgeven en de ander centraal zetten. Dat verandert onze relaties en huwelijken. Maar het heeft vooral mijzelf veranderd. Doordat ik weet wie ik ben als kind van God, kan ik meer uitdelen."