Waarom eerlijke handel onze toekomst is

Nico Roozen, directeur van Solidaridad en oprichter van het Max Havelaar keurmerk, pleit voor een duurzame economie. “Daarin wordt het milieu gerespecteerd én rechtvaardig met mensen omgegaan.”

Gepubliceerd: 01 februari 2017 in Duurzaamheid Tekst: Willemijn de Jong

Elke week nieuwe kleding van de Primark zonder dat de fabrieken instorten. Een iPhone die niet is gemaakt door een kind dat vijftien uur per dag werkt. Chocolade van een cacaoboer die genoeg verdient om zijn kinderen naar school te sturen. Maar dan zonder dat ik er meer voor betaal. Kan dat?

Volgens Nico wel. “Als wij in de komende dertig jaar naar een rechtvaardige samenleving toe willen, moeten we volgens mij beginnen met voedsel. Voedsel is de basis van alles. Om voldoende voedsel voor iedereen te hebben, moeten we twee keer zoveel voedsel produceren als nu. Dat lukt niet op de manier zoals we dat nu doen. We leggen op dit moment een veel te groot beslag op het milieu. De bodem- en waterkwaliteit lopen terug en de biodiversiteit wordt aangetast. We staan dus voor een grote uitdaging.” 

Waarom we nu nog niet eerlijk produceren

“In de jaren tachtig kwamen we met de ethische vraag of bedrijven hun productieproces eerlijker wilden maken. Dat heeft wel wat effect gehad, maar lang niet   genoeg. Waarom de meeste bedrijven nog niet eerlijk produceren, hangt samen met de manier waarop beleid wordt gemaakt. In plaats van te letten op korte-termijn-winsten, is het belangrijker om te kijken naar de ecologische belasting van een bedrijf. Bedrijven gingen er heel lang van uit dat er wel voldoende grondstoffen waren om     te kunnen produceren. Nu komen ze erachter dat die grondstoffen uitgeput raken. Duurzaamheid wordt in de toekomst de norm waaraan alle economische activiteiten worden gemeten. Als de economie niet eerlijk wordt, graven we ons eigen graf. We hebben straks bijvoorbeeld niet genoeg cacao meer om de behoefte aan chocolade te vervullen. Steeds meer bedrijven zullen daarom hun toeleveringsketen willen zuiveren.”

“Ik begrijp niet dat bedrijven als Nike en Apple nog steeds produceren in fabrieken waarbij ze zich niet verantwoordelijk voelen voor die werkplek”

Waarom eerlijke lonen en meer voedselproductie samen moeten gaan

“Daarnaast zullen we de voedselproductie moeten verdubbelen, omdat er anders een geweldige sociale ontwrichting plaats zal vinden in de wereldeconomie. Mensen in landen als Indonesië, China en India krijgen hogere lonen waarmee ze meer voedsel kunnen kopen, maar de groenten worden steeds schaarser. Kun je je voorstellen wat een spanning dat gaat geven? Dat moeten we voorkomen door meer voedsel te produceren. In Afrika kunnen boeren drie tot vijf keer zoveel produceren op hun stuk land als nu. Als ze tenminste de juiste kennis en instrumenten hebben. Solidaridad helpt die boeren slimmer en meer te produceren waardoor ook hun inkomen verhoogd wordt.” 

Waarom we mensen niet buiten moeten sluiten

“Het grootste probleem van de internationale economie is dat we heel veel mensen uitsluiten als producent (ze hebben geen werk, geen land, geen inkomen) en we sluiten ze ook uit als consument (ze hebben geen geld om medicijnen en eten te kopen). Mensen in arme landen hebben geen bestaansmiddelen en zijn dus uitgesloten van de economie. We moeten daarom naar een economie waarin mensen kansen krijgen om mee te doen. Participatie dient niet alleen het economische belang, maar zij is ook de enige manier om mensen een menswaardig bestaan te geven. Als je mensen kansen ontneemt, belemmer je hele samenlevingen in hun ontwikkeling. Als er onrechtvaardige verhoudingen zijn, gaan we ten koste van elkaar leven.” 

Waarom we niet meer hoeven te betalen voor eerlijke producten

“Het is een misvatting dat ons consumptiegedrag ervoor zorgt dat kinderen in India lijden. Ons koopgedrag is   het probleem helemaal niet. Het probleem is dat we   niet beseffen wat de echte prijs is van de producten die we kopen. We rekenen de eigenlijke productiekosten niet door in de prijs. En omdat de productiekosten zo laag liggen, moeten mensen in de kledingindustrie   veel   te lange werkdagen maken, krijgen ze geen leefbaar loon en hebben ze een veel te zware werklast. Doordat de productiekosten nu zo laag zijn, kun je ze als het ware ‘verspillen’. Maar als je meer loon moet betalen voor je werknemers,  ga  je  daar  voorzichtiger  mee om. Je investeert in hun veiligheid, hun kennis, hun omstandigheden, zodat ze productiever worden. Je moet dan ook efficiënter werken, om de kosten op een andere manier te reduceren. Dat verandert een economie.” 

“Ik begrijp ook niet dat bedrijven als Nike en Apple nog steeds produceren in fabrieken waarbij ze zich niet verantwoordelijk voelen voor die werkplek. Schandalig is het. Ze steken heel veel geld in het vernieuwen van hun producten en in research, maar geven geen leefbaar inkomen aan hun werknemers. De marketingkosten, kosten voor sportsponsoring en reclame, zijn  veel hoger dan de productiekosten. Stel dat het produceren van een sportschoen 15 procent beslaat, dan kost de reclame voor het merk 25 procent van de schoen. Deze marges zijn niet in balans. Als de productiekosten van die schoen worden verhoogd naar 25 procent, en de marketingkosten verlaagd naar 15 procent, merkt de consument daar niets van. Duurzamer betekent dus niet per definitie duurder.” 

Waarom wij niet meer willen betalen voor eerlijke producten

“Met keurmerken en Max Havelaar hebben we bereikt dat 3 tot 5 procent van de consumenten voor eerlijke producten is gaan kiezen en bewuster leeft. Maar    voor 95 procent van de Nederlanders is duurzaamheid of eerlijke productie geen doorslaggevend aankoopmotief. 45 procent daarvan vindt het wel belangrijk, maar legt de verantwoordelijkheid bij de bedrijven. 40 procent van de Nederlandse bevolking kan het niets schelen. Dat is de realiteit. Bedrijven en consumenten aanspreken op hun verantwoordelijkheid is dus niet genoeg.”

Waarom jouw koopgedrag wel verschil maakt

“Je hebt als consument geen directe invloed op de manier waarop bedrijven met hun productie omgaan.  En toch ben je een onmisbare schakel in dit proces. Het proces naar een duurzame economie heeft namelijk drie fases.  

    1. Consumenten en vooroplopende bedrijven laten nu al zien dat het eerlijk kan. Ze tonen de mogelijkheden en hebben zo een voorbeeldfunctie.
    2. Duurzaamheid wordt relevant als grote bedrijven haar opnemen in hun beleid.
    3. Duurzaamheid wordt dominant als overheden hun regelgeving aanpassen en de de achtergebleven bedrijven worden gedwongen duurzaam te produceren.

Als jij een Fairphone of Max Havelaar-koffie koopt, heb je invloed in de eerste fase. Steeds meer merken verduurzamen hun eigen producten en krijgen daarmee een keurmerk. Door die te kopen en niet die van de concurrent zonder keurmerk, geef je ook een signaal af. Het zal niet dé grote verandering brengen, maar die 3 tot 5 procent van de mensen die speciaal naar de fairtradewinkel fietsen voor hun chocolade, vormenwel het beste deel van de bevolking. Als onverschillige burger ben je een onderdeel van het probleem en geen onderdeel van de oplossing."

“Dus ook al bén je geen oplossing als duurzame consument, je werkt wel mee aan een verantwoorde oplossing. Het is uiteindelijk de overheid die duurzaamheid breder kan trekken, dus jouw stem heeft wel degelijk invloed.En daarbij, een broek die eerlijk is geproduceerd, staat je veel leuker!

Zelf meewerken?

Een eerlijke telefoon www.fairphone.nl
Een eerlijke broek www.kuyichi.com
Een eerlijke shampoo www.thebodyshop.com
Een eerlijke ring www.samenhaas.com
Een eerlijk rompertje www.ecogoodies.nl/baby-s-kids
Een eerlijke chocoladereep www.tonyschocolonely.com