Vrienden uit de opvang

Aart (58) en Vincent (39) zijn ruim drie jaar goede vrienden. Ze kwamen elkaar tegen in de nachtopvang. “Vriendschap tussen daklozen komt niet zoveel voor”, vertelt Aart. “Moet je misschien ook niet willen”, zegt Vincent. Hoe is hun vriendschap dan toch zo hecht geworden?

Gepubliceerd: 05 maart 2019 in Geluk Tekst: Willemijn de Jong Beeld: Madame Forêt

Ze zitten in een waterig lentezonnetje. Aart neemt koffie, maar Vincent “gewoon een biertje”. Ze lijken wel wat op elkaar. Stoere koppen. Aart praat soms enthousiast door zijn vriend heen, maar het lijkt Vincent weinig te deren. Hij luistert goed naar wat Aart zegt en beaamt het daarna. Ze zijn het bijna alleen maar roerend eens. Bijvoorbeeld over dat vrienden worden met daklozen niet per se een goed idee is.

Aart: “Als je in de nachtopvang belandt, laat je de meeste mensen juist een beetje links liggen. Er is veel uitschot hoor. Er wordt onderling gestolen, gelogen en bedrogen. Ik ben dakloos geworden nadat ik uit detentie kwam. Ik ben in de gevangenis beland door bedrog van vrienden. Ook in detentie zijn veel mensen niet bepaald het type voor goede vriend. Ik was mijn vertrouwen in anderen volledig kwijt. Daklozen zijn vaak mensen die aan het overleven zijn. Ze gaan voor hun eigen hachie. Die kun je maar beter ook niet vertrouwen, dan word je algauw genaaid.”

Geen typische dakloze
Vincent werd dakloos nadat zijn relatie uitging en zijn onderneming failliet. Opeens stond hij op straat. “Het was bij mij een opeenstapeling van pech. Op de ene dag heb je een relatie met je zwangere vriendin en heb je een bedrijf, op de andere dag sta je op straat. Door regelgeving kon ik geen bijstand aanvragen. Daar heb je een postadres voor nodig. Ik kon dus niet anders dan naar een nachtopvang gaan.”

Ze raakten met elkaar aan de praat. Toch zat Aart niet echt te wachten op een vriend. “Het is dat we elkaar steeds weer tegenkwamen en Vincent betrouwbaar bleek. Ik zag op zich ook wel dat hij net als ik geen typische dakloze was. Je hebt verschillende soorten daklozen. De chronische, die vanuit een ideaal dakloos willen zijn. Je hebt de drugsverslaafde daklozen. De alcoholisten zijn weer een ander slag. En ten slotte de mensen met een psychische stoornis. Die laatste kun je niets kwalijk nemen, vind ik zelf. Maar Vincent en ik vielen allebei niet in die groepen. We hadden geen huis, maar waren niet verslaafd of psychisch gestoord. We herkenden onszelf in elkaar. Met Vincent viel een normaal gesprek te voeren.”

Vincent: “Ik heb altijd gewerkt en nooit mijn hand opgehouden. Als het systeem je dan niet helpt, kun je daar flink van balen. Ik krijg woensdag eindelijk de sleutel van mijn huisje. Dat heeft vier jaar geduurd! Het systeem is niet ingericht op mensen als wij. Het is eigenlijk heel stigmatiserend. Als je niet verslaafd bent of geen multiproblematiek hebt, valt er niet veel aan je te verdienen. Ik had ook nog een zoon. Daar kwamen ze heel laat pas achter, terwijl ik het bij de intake duidelijk had verteld. Ik heb heel goed contact met mijn ex en een goede co-ouderschapsregeling. Toch heb ik twee jaar verspild in de opvang. Vluchtelingen krijgen sneller een huis toegewezen dan mensen zoals wij, die altijd belasting hebben betaald.”

Ellende delen
De ontevredenheid over het systeem delen is iets dat hen meteen bond. Aart: “Het is fijn als je iemand hebt tegen wie je kunt schelden over een instantie of over mensen die je belazeren. Dan is het ook uit je systeem. Alles wat je bespreekt, wordt een stuk lichter. Het is geen oplossing, maar je ellende delen helpt wel.” Vrienden worden met andere daklozen zat er voor hen niet in. Vincent: “Als iemand je activeert voor slechte dingen heb je wel een goede tijd, maar dat werkt uiteindelijk niet. Met Aart kon ik juist bezig zijn met positieve dingen. Overdag veel sporten en lopen – je moet al vroeg weg uit een nachtopvang – en samen shagjes doen. We gingen wel eens naar de dagopvang, maar dan kijk je weer tegen dezelfde koppen aan als in de nachtopvang. Word je ook niet vrolijk van, hoor.”

Dakloos is duur
Aart heeft al een eigen plek. “De laatste tijd zat ik aan de Nieuwegracht bij het Leger. Dat was wel beter dan de plek waar wij elkaar ontmoetten. Ik word nu geholpen met de schulden die ik heb opgebouwd. Je vergist je in hoe duur het is om dakloos te zijn. Je moet de hele dag kant en klaar eten en drinken kopen. Als je ergens warm binnen wilt zitten, moet je toch een bakkie koffie kopen.”

Inmiddels zijn ze samen bezig met het opzetten van een eigen bedrijfje in het maken van websites. Vincent: “Dat kan ook doordat we elkaar echt vertrouwen. We hebben al jaren voor elkaar gezorgd en eten en drinken gedeeld. En we kunnen onze vaardigheden mooi combineren.” Aart: “Dat is wel iets moois dat is voortgekomen uit deze moeilijke periode. Je krijgt een enorme klap, maar het is wel goed voor je. Ik ben nu ook niet meer zo materialistisch als vroeger. Ik waardeer kleine dingen weer. En vriendschap waar je wél op kunt bouwen.”

Allebei weegschaal
Als hen wordt gevraagd wat ze nu zo fijn aan elkaar vinden, moeten ze toch wel een beetje grijnzen. “Vincent is niet lui. Daar hou ik van, aanpakkers”, zegt Aart. “Is dat alles?” vraagt Vincent. “Nouja, ik kan je gewoon vertrouwen. We zijn allebei weegschaal, we lijken gewoon op elkaar.”

Vincent vindt Aart ook optimistisch en betrouwbaar. “Dat helpt mij wel echt, dat vooruitkijken. Je zou niet zeggen dat we nog best wat verschillen qua leeftijd.” Daar is Aart het mee eens. “Maar Vincent heeft wel altijd haast. Hij loopt iets te hard voor mij.”