Vijf vragen aan een dakloze | Robert

Er bestaan veel ideeën over mensen die dak- of thuisloos zijn. Hoe dat zo is gekomen, of je wel of niet geld moet geven en of het hun eigen schuld is of niet. Strijdkreet stelt vijf vragen aan een aantal mensen die dakloos zijn. Robert (36) is één van hen.

Gepubliceerd: 24 oktober 2017 in Samenleving Tekst: Willemijn de Jong Beeld: Madame Forêt

Hoe werd je dakloos?
“Ik werd op mijn vijftiende uit huis gezet door mijn ouders. Ik had gewone ouders. Mijn vader is een belangrijk zakenman, maar hij heeft mij nooit echt gewild; ik werd thuis geestelijk en lichamelijk mishandeld. In die tijd had je geen opvang voor jeugdige daklozen. Ik wist in ieder geval niet hoe of wat. Ik leef nu al 21 jaar op straat.”

Veel daklozen zijn ook verslaafd. En jij?
“Ik ben nu net een tijdje helemaal clean! Eerder heb ik ook harddrugs gebruikt. Het leven op straat is hard, het is logisch dat je je verdriet wilt verdoven. Ik was gefrustreerd omdat mensen stomme dingen doen. Dat wilde ik vergeten, dus gebruikte ik. Dat gebruiken maakt je egoïstisch. Verslaafden doen wel aardig tegen je, maar ze zijn er altijd op uit om op jouw zak te teren. Ik deed ook domme dingen om te overleven. Dingen meenemen uit winkels. In garages en in lege pandjes slapen. Dat is nu illegaal. Ik ben altijd alleen. Slapen doe ik ook wel in de nachtopvang. Dat is een mix van daklozen en ongedocumenteerden, een enorme slaapzaal. Niet iedereen daarvan is verslaafd, hoor.”

Welke mensen deden er stomme dingen dan?
“Nou, de overheid bijvoorbeeld. Je wordt zo vaak van het kastje naar de muur gestuurd. Niks ten nadele van asielzoekers, maar daar loopt de overheid zich het vuur voor uit de sloffen. Gewone daklozen laten ze zitten waar ze zitten. Je moet heel veel zelf regelen. We gaan uw geval bespreken, zeggen ze dan. Als je later belt, blijkt dat ze toch nog niets hebben gedaan. Enzovoorts."

Hoe kom jij aan geld?
"Ik verkoop de straatkrant. Dat kan niet onder invloed, vandaar dat ik ben gestopt met drugs. Die straatkrant is mijn redding geweest. Dat zeg ik ook altijd tegen andere daklozen: zorg voor een dagbesteding. Als je uit de dakloosheid wil komen, moet je een manier zoeken om je leven te veranderen. Ik baal er wel van dat daklozen bedelen. Dat is slecht voor ons imago. Deze daklozen moeten strenger aangepakt. Verplicht afkicken en straatkranten verkopen. Ik ben een ouwe rot in het vak, en ik weet inmiddels dat de bedelaars mensen zijn die niet anders willen. Die moet je echt dwingen te veranderen en onderdak via de overheid geven.”

Als je op straat slaapt, waar lig je dan?
“Het klassieke beeld van een dakloze onder de brug klopt allang niet meer. Dat was jaren tachtig. Als je nog niet bekend bent bij de nachtopvang, kun je je melden bij het politiebureau. Ik help mensen ook weleens in ruil voor een slaapplek. Een tijdje terug zat ik in het tv-programma Utopia. Ik mocht daar afkicken. Het was eerst voor een nachtje, maar uiteindelijk heb ik daar vijf weken gewoond. Ik wil graag weer terug. Als iedereen die dit leest een mailtje voor me stuurt naar Talpa, helpt dat misschien. Maar mocht dat niet lukken: ik ben ook bezig met een huisje via het project ‘Housing First’ van het Leger. Daarom ben ik ook clean, want dat moet je zijn voor een huis. Een huis hebben is eigenlijk heel belangrijk. Daardoor kun je weer volwaardig meedoen in de maatschappij. Ik heb al werk, maar ik wil ook een succesverhaal zijn.”