Vijf vragen aan een dakloze | Marlon

Er bestaan veel ideeën over mensen die dak- of thuisloos zijn. Hoe dat zo is gekomen, of je wel of niet geld moet geven en of het hun eigen schuld is of niet. Strijdkreet stelt vijf vragen aan verschillende mensen die dakloos zijn. Marlon Pastoe (42) is één van hen.

Gepubliceerd: 08 november 2017 in Samenleving Tekst: Willemijn de Jong Beeld: Madame Forêt

Hoe ben je dakloos geworden?
“Ik woonde boven een café. De gemeente keurde mijn huis af als woning, ik mocht daar niet meer wonen. Ik kon niets anders betalen. Dat was een jaar geleden. Toen stond ik op straat.”

Waar sliep je dan?
“Ik heb overwinterd op straat. Sliep in lege huizen die te koop stonden. En ging gauw weg als ik merkte dat er mensen kwamen om het huis te bezichtigen. Ik wist toen nog niet dat er een opvang is voor mensen zonder huis. Ik kwam andere daklozen tegen die dat aan me vertelden. Zo ben ik bij het Leger des Heils terecht gekomen. Inmiddels heb ik wel een kamertje, maar ik douche nog bij het Leger.”

Hoe kwam je aan die kamer?
"Als dakloze kun je via de Sociale Dienst een kamer aanvragen. Dat vertellen ze je niet, hoor. Daar kwam ik zelf achter en toen heb ik een aanvraag ingediend."

Vind jij dat ik op straat twee euro aan een dakloze moet geven voor de nachtopvang?
“Nee. Als je een daklozenuitkering krijgt, heb je genoeg geld voor de nachtopvang. En het is ook niet goed voor je zelfwaarde om te bedelen voor geld. Je kunt ze beter vertellen dat ze een TWK (uitkering met terugwerkende kracht, red.) kunnen aanvragen bij de Sociale Dienst en dan een kamer krijgen. Ik heb het nu gelukkig niet meer nodig om geld te vragen op straat. Ik kan het best zelf rooien van 50 euro per week.”

Wat is je droom?
“Ik wil een baan vinden, want dan kan ik een huis kopen of huren van mijn salaris. Ik wil graag een ontwerpersbureau beginnen. Mijn ontwerpen voor producten zijn al vaak positief ontvangen op beurzen, maar ik heb nog geen startsalaris om prototypes te kunnen maken.”