Vallen, opstaan en naar goud schaatsen

Tijdens de Olympische Spelen in Sochi was één van de mooiste overwinningen voor Oranje de gouden plak van Stefan Groothuis, die op 32-jarige leeftijd de 1000 meter won. Hij was allesbehalve relaxt op die woensdag de 12e februari. Hoe ga je op zo’n moment, waar je maar één kans krijgt, om met wedstrijdstress?

Gepubliceerd: 23 februari 2017 in Leven Tekst: Willemijn de Jong Beeld: ANP

Je zit aan de zijkant van de baan, nadat je je rit hebt gereden. Zo hard naar dit moment toegewerkt en nu moet je nog anderen zien rijden voor je weet of je goud hebt. Dat lijkt me zo spannend… “Ja, dat is inderdaad vreselijk! Bijna onwerkelijk, eigenlijk. Ik had me daar ook helemaal niet op ingesteld. Je bent natuurlijk enorm bezig met je eigen rit; daarop gefocust. En toen ik die eenmaal had gereden, bedacht ik me pas dat het nog wel even ging duren voor ik wist wat ’t waard was. Maar de spanning die je dan voelt, is wel anders dan de stress voor je eigen rit. Op dat moment kun je niets meer veranderen aan je prestatie. Je hebt er geen controle meer over, dus het is beter om te verdragen. En geweldig als je dan uiteindelijk ziet dat je goud hebt, natuurlijk!”

Ze zeggen dat je geen fysieke pijn meer voelt op het moment dat je wint, klopt dat? “Haha, dat klopt niet hoor! Je voelt nog steeds de pijn, je bent zo kort na je rit nog aan het herstellen. Maar je beleeft die pijn heel anders. Je moet de pers te woord staan, dus je bent met je aandacht ergens anders. Dat scheelt. En je hebt gewonnen, dus het maakt niet zoveel uit.”

En als je verliest? “Dat ben je veel meer bezig met jezelf. Die pijn is dan ook veel meer aanwezig. Dat is echt veel vervelender.”

Het is bekend dat je enkele jaren terug in een depressie zat. Had dat iets te maken met wedstrijden verliezen? “Nee. Ik zat wel echt minder goed in mijn vel doordat ik belangrijke wedstrijden niet won. Terwijl ik wist dat ik dat kon. Maar de druppel was niet de sport, maar financiële zorgen. Er was iets mis gegaan met de aankoop van ons huis en ik kon niet stoppen met malen daarover. Ik sliep niet meer, omdat ik me zo’n zorgen maakte. En ja, als je niet meer slaapt, gaat het vanzelf bergafwaarts.”

Het is dan misschien niet de sport zelf, maar is dat piekeren niet juist iets voor een topsporter? “Hmm ja. Als topsporter ben je vaak wel een perfectionist. Je bent erg gefocust op presteren, je wilt het helemaal goed doen. Het rare is, als ik sprak over het verliezen van een wedstrijd, kon ik het prima relativeren. Je zegt dan dingen als: ‘Het is natuurlijk erg jammer, ik had dit gewoon kunnen winnen, maar zo kan het nu eenmaal gaan. Je weet dat je kunt verliezen. Volgende keer beter.’ Maar emotioneel krijg je nog steeds een hele harde klap. Als sporter werk je een heel jaar toe naar één of twee wedstrijden. Als ik die dan net niet goed rijd, dan doet dat persoonlijk heel veel met me.”

Wat deed die depressie met je? “Het had veel invloed op mij en mijn schaatsen. Dat is eigenlijk nog een understatement. De depressie heeft zo’n impact, dat je daardoor het sporten ook relativeert. Je moet inzien dat er dingen zijn die veel belangrijker zijn dan het sporten. In de sportpers reageren ze dan algauw met de veronderstelling dat je niet meer kunt presteren als je je sport relativeert. Ik denk dat dat wel kan. Dat heb ik ook wel laten zien. Na die moeilijke periode schaatste ik beter dan ooit. Ik wist goed dat het mis kon gaan, tijdens een wedstrijd. Voorheen was ik veel radicaler in mijn sportbeleving, nu wist ik dat het niet het einde van de wereld was als ik niet won. Het relativeren hielp me om met de druk om te gaan.”

Trainde je wel toen je je zo slecht voelde? “Ik kon nog wel trainen, maar was wel veel minder goed. Dat ik bleef schaatsen, is ook wel een deel van mijn redding geweest. Ik zat in het team, ik had de verplichting om te komen. Fysiek stond ik er extreem slecht voor, was heel veel afgevallen, sliep bijna niet. Maar doordat ik toch op kwam dagen, ben ik er sneller bovenop gekomen, denk ik.”

Is stress voor jou iets motiverends of werkt het juist verlammend? “Daar zit veel verschil in. Als ik moet reizen, een druk schema heb en snel moet inpakken bijvoorbeeld – kan ik heel slecht met die stress omgaan. Terwijl wedstrijdstress juist heel motiverend werkt. Dat soort stress heb ik juist nodig om te presteren. Er zit zo’n verschil tussen die verschillende soorten stress; ik ben er ook nog niet helemaal uit waar dat aan ligt. Misschien is het omdat sport één groot ding is waar je langere tijd aan werkt. Andere stress is vaak op korte termijn en je hebt er een ander soort controle voor nodig.”

Die prestatiedruk, komt dat uit jezelf? Of voel je ook verantwoording naar anderen?Het ‘Nederlandse volk, ofzo? “Haha, nee hoor! Sorry Nederlands volk, maar daar schaats ik niet voor. Als jonge schaatser schaats je nog wel eens voor een ander. Voor je ouders. Of
om je trainer niet teleur te stellen. Maar daar groei je wel overheen gedurende je carrière. Op een gegeven moment doe je het echt voor jezelf. Je stelt voor jezelf een doel en legt jezelf de druk op. Dat werkt ook het beste, denk ik.”

Als je eenmaal goud hebt, is het dan gedaan met de prestatiedrang? “Toen ging ik even helemaal los, ja. Bij de Spelen had ik dat echt extreem. Ik ontspande ook totaal. Voor een sporter is dat heel lastig. Je bent na een wedstrijd meestal weer bezig met de volgende wedstrijd. Na de 1000 meter probeerde ik het nog wel vast te houden tot de 1500 meter die ik drie dagen later moest schaatsen. Maar dat lukte me niet helemaal. Je moet dan in een soort cocon blijven. Het was fijn om dat los te laten en er helemaal van te genieten. Als topsporter vier je vaak niet echt je overwinning, maar het is belangrijk dat wel te doen. Na Sochi kwam er nog een NK Sprint aan, maar dat was voor mij niet zo heel belangrijk meer. Er kwam geen WK achteraan, dus dan is het belangrijkste gewoon geweest. Ik had het hoogste gehaald. Dat geeft toch een soort rust.”

Wat doe je nu naast schaatsen? “In de zomer heb ik twee halve dagen per week voor een bedrijf in Apeldoorn gewerkt. En ik ben meer tijd gaan steken in een fitnessproduct waar ik met vrienden aan werk. Nu in de winter staat dat werk wel weer op een laag pitje, maar het is goed om ook andere dingen te beginnen, naast mijn schaatscarrière.

Merk je nu dan het verschil tussen werkdruk en wedstrijddruk? “Van die halve dagen werken, merk ik niet zo veel stress. Bij een wedstrijd is alles op één moment gericht, bij een opdracht van mijn werk is dat wel anders. Wat dat laatste betreft is het een kwestie van goed plannen. Het is leuk om daarmee bezig te zijn.”