Thuisblijven, hoe dan?!

Dakloos worden is niet zo moeilijk. Dat bewijst het verhaal van F, het gezicht van onze campagne ‘Thuisblijven, hoe dan?!’. Maar dan overleven in de opvang en weer een huis vinden - dat is juist érg moeilijk.

Gepubliceerd: 26 maart 2020 in Samenleving Tekst: Willemijn de Jong Beeld: Milan Vermeulen

“Ik had mijn eigen huis, een fijn appartement. Maar mijn buurman was doof, gebruikte geen gehoorapparaat en maakte enorm veel lawaai. Ik sprak hem erop aan, maar het veranderde niet. Ik zat dagelijks met een arbeidsongeschiktheidsuitkering thuis; ik ben afgekeurd omdat ik chronische bronchitis heb. Ik werd dus helemaal gek van de luide muziek. Een andere buurman stelde voor dat ik bij hem introk. Zo deelden we de kosten, en omdat hij taxichauffeur was, was hij bijna niet thuis. Dat ging goed, tot hij zijn baan verloor. Omdat hij met mij samenwoonde, werd hij gekort op zijn bijstandsuitkering. Hij vroeg me meer huur, maar dat kon ik niet betalen. Ik moest het huis uit."

F. is toen naar de organisatie gegaan waar ze vroeger zelf werkte als activiteitenbegeleidster. “Dat was cynisch, om aan mensen die eerder mijn collega hadden kunnen zijn, te moeten vragen om opvang. Na drie dagen kon ik terecht. Maar vanwege Corona werden we weer verspreid over andere opvanglocaties, en sindsdien zit ik in deze noodopvang van het Leger des Heils. We krijgen drie keer per dag te eten, en ik slaap met andere vrouwen op een zaaltje. Ik ben voorzien in mijn primaire behoeftes, maar het voelt niet goed. Ik heb 9 jaar niet gerookt, maar nu ben ik toch weer begonnen. Om om te gaan met mijn stress. Niet verstandig natuurlijk met mijn bronchitis. En die Corona is ook een grotere bedreiging nu voor mij, in de opvang en met mijn afwijking. Maar ik probeer er toch maar iets van te maken en daar niet te veel aan te denken. Voor de aanspraak is het fijn om hier met anderen te zitten. Dat is misschien het enige voordeel aan opvang: de gelijkgestemden. Hoewel, ’s avonds hebben de mannen in de opvang gedronken en worden ze lastig. Dan trek ik me terug.”

"Dakloos worden wil niemand"

F. weet niet hoe lang ze op deze manier in de opvang zal moeten slapen. “Ze hebben gezegd dat de wachttijd acht tot tien weken is, maar toen ik dat aan anderen in mijn opvang vertelde, moesten ze er om lachen. Het is veel en veel langer. Ik hoop dat ik dat volhoud. En dat ik hier niet te depressief word, want ik weet niet wat ik dan doe. Als ik nu direct weer een huis kon vinden, kon ik dat voorkomen. Hierbinnen staat de tijd stil, je groeit niet in een opvang. Er moeten echt snel woonplekken beschikbaar komen. Dakloos worden wil niemand, dan ben je diep gezakt. Mijn wens is dat de campagne van het Leger des Heils laat zien dat mensen als ik gewoon een eigen plek nodig hebben.”