Sta op, meisjelief en droog je tranen af

Ze lijkt een klein zigeunermeisje. Blote voeten, een grote bos haar, en heel heldere ogen. “Ik wil precies voelen waar ik loop”, zegt ze. Ze heeft zelf veel definities van wie ze is (‘koningin automutilatie’, ‘dino-nerd’, ‘mengelmoesje’), maar Daphne Carrot (17) beschrijft zichzelf vooral als een gewoon meisje met een ongewoon leven.

Gepubliceerd: 04 augustus 2018 in Leven Tekst: Willemijn de Jong Beeld: Margriet Alblas

“De OTS is net afgelopen, ik woon weer bij mijn moeder”, zegt ze. Daphne heeft het over een ondertoezichtstelling. Ze woonde haar hele leven afwisselend bij het Leger des Heils of bij haar moeder. “Het gaat niet helemaal goed, hoor. Ik heb een autoriteitsprobleem en mijn moeder kan niet goed voor me zorgen.” De eerste uithuisplaatsing van Daphne was toen ze drie was. “Ik moest toen ik drie was mijn vader al troosten. Er was veel ruzie thuis. Mijn vader was alcoholist. Maar geen gewelddadige, hoor. Hij heeft ons nooit op een verkeerde manier aangeraakt. Maar hij was er ook niet echt. We hadden brood en kleren, maar daar was het ook wel mee gezegd.” Toen Daphne iets ouder was en weer bij haar moeder en stiefvader woonde, ging het helemaal mis. 

“Ik zong altijd voor mijn broertje en zusje als er ruzie uitbarstte. Ik nam ze dan mee naar het verste hoekje van het huis, waar je het schreeuwen niet goed hoorde. Als je er niet op focuste, overstemde mijn zingen de ruzie perfect. Mijn eerste herinnering is dat ik mijn zusje zag vallen van het klimrek. En dat ik haar ging troosten door voor haar te zingen. Met mijn stiefvader wonen was veel erger dan met mijn eigen vader. Hij was een crimineel. Er was huiselijk geweld bij ons thuis, hij dealde drugs, we werden verwaarloosd en die man pestte ons ook. Hij heeft zelfs een keer op mijn bed gepist. Kijk, als de kat dat deed, was het nooit heel veel plas. Maar bij hem was het echt veel en goor.”

Daphne is snel afgeleid tijdens het vertellen. Ze kan plotseling iets buiten zien gebeuren, of beginnen over de hoeveelheid melk in de koffie. Er wordt wat geknoeid, of ze laat een luide boer. Maar vergis je niet: ze is heel charmant. ‘Hoe zat dat nou met die stiefvader?’ - en dan begint ze, in kleermakerszit op de stoel, opnieuw met vertellen en associëren, haar handen in de lucht.

Kort en klein

“Ze zeggen dat alles wat er nu mis met mij is, komt door de trauma’s. Ik heb stemmen in mijn hoofd, ik snij mezelf. Kijk, hier op mijn been heb ik het te diep gedaan, dat had eigenlijk gehecht moeten worden. Ik heb ook paniekaanvallen en woedeaanvallen. Dat is niet hetzelfde, hè. Bij een paniekaanval word ik gek van angst, bij een woedeaanval sla ik alles kort en klein.”

“Het is de schuld van mijn moeder. Die had een vriendje en dan was er ruzie, en als er geen vriendje was, deed ze helemaal niks. Zat ze op de bank voor zich uit te staren. Maar ik kan haar de schuld niet geven. Ik geef de schuld aan het universum. Ik hou zoveel van mijn moeder. Ze heeft gesmeekt of ik boos op haar wilde zijn, maar dat lukt me niet. Ik heb dus basically alles meegemaakt. En ook gedaan. Mijn moeder is weleens opgepakt bij de Jumbo omdat ze vis stal. Vis is trouwens echt heel duur hè, terwijl het zo gezond is. Ze moeten gezonde dingen goedkoop maken, voor de arme mensen. Ik heb zelf ook een verbod gehad bij de Jumbo omdat ik stal. En mijn zusje ook.”

Mengelmoesje

“Toen mijn vader nog leefde, ging ik om de week een weekendje naar hem toe. Hij woonde in Delft. Ik weet daar een plekje waar je gratis aalbessen kan plukken, ga je mee? Ik hou veel van mijn vader. Hij is helaas overleden. Zijn tatoeage staat op mijn arm. Wist je dat hij straatmuzikant was? Hij bespeelde alle instrumenten. En hij drumde. Mijn moeder was zangeres, een zingende serveerster. Mijn vader is Surinaams en mijn moeder Nederlands. En mijn opa en oma joods. Ik ben een mengelmoesje. Haha, dat kindje daar trekt zijn broek uit! Hij wil gewoon aandacht van zijn moeder, denk ik. Gelukkig heb ik mijn uiterlijk en muzikaliteit en liefde voor koken van mijn vader.”

“Mijn stiefvader heb ik al vier jaar niet gezien, gelukkig. Maar omdat mijn halfbroertje daar woont, heb ik hem ook al zolang niet gezien. Dat vind ik wel moeilijk. Vroeger werd er nooit naar mijn mening geluisterd. Misschien dat ik daarom nu zo eigenwijs ben. Kijk, ik heb een hele mooie aansteker voor mijn shag. Ze hielden ook dingen voor me verborgen vroeger. Ik wist niet dat mijn vader in de gevangenis zat. Ik zag hem gewoon een hele tijd niet, en mocht alleen kaartjes sturen. Ik snapte natuurlijk niet naar welk postadres dat ging.”

Structuur in de Store

“Ik ben nu nog niet zelfstandig genoeg om op mezelf te kunnen wonen. Mariëlle, van de 50|50 Store waar ik werk, helpt me met structuur. Zij is een soort moederlijk figuur voor me. Let op: niet mijn moeder; ik heb maar één moeder. In de 50|50 store leer ik om een beetje zelfstandig te worden. Mensen denken soms dat het geen goede plek is voor een jong meisje. Tussen de ex-verslaafden en TBS-ers. Maar voor mij is dat de veiligste plek van de wereld. Niet alleen voor mijn gevoel, ik weet ook gewoon goed hoe je met zulke mensen om moet gaan. Dit zijn de mensen met wie ik al mijn hele leven omga.” 

“Ik hoop dat mijn bindings- en verlatingsangst minder zullen worden. Ik ben vaak iets te open naar vreemde mensen. Ik ben ook eens door een oudere man dronken gevoerd en aangerand. Maar met hulp van Mariëlle en mijn moeder denk ik dat het wel beter wordt. Mijn moeder is ervaringsdeskundige bij het Leger des Heils. Ze gaat bij de nieuwe 50|50 Coffee werken in Woerden. Dan worden we collega’s!”

Daphne staat op, en doet een dansje.