‘Psalm 23 staat op mijn been getatoeëerd’

Een sporter, zeker een topsporter, wil spelen. Zo ook Kenneth Vermeer, momenteel de tweede keus-keeper bij Feyenoord. “Ik voel me sterker omdat ik weet dat Hij achter me staat.”

Gepubliceerd: 01 januari 2019 in Geloven Tekst: Wilfred Hermans

‘Psalm 23 staat op mijn been getatoeëerd’

Een sporter, zeker een topsporter, wil spelen. Zo ook Kenneth Vermeer, momenteel de tweede keus-keeper bij Feyenoord. “Ik voel me sterker omdat ik weet dat Hij achter me staat.”

Gepubliceerd: 01 januari 2019 in Geloven Tekst: Wilfred Hermans

We zijn in Rotterdam en krijgen officieel twintig minuten met Kenneth Vermeer (32), in het spelershome van De Kuip, het voetbalstadion van Feyenoord. Eenmaal in gesprek blijken dit twintig rekbare minuten. Kenneth – rode spijkerbroek met talloze gaten, opvallende sneakers, telefoontje bij de hand – heeft geen haast.

Kenneth woont in zijn eentje in Rotterdam. Acht jaar lang had hij een relatie, kreeg ook een zoon, maar de relatie ging uit, inmiddels alweer een paar jaar geleden. Het zou Kenneth niet verbazen dat hij daardoor slechter speelde en bij zijn toenmalige club Ajax op de bank terechtkwam. “Gelukkig heb ik goed contact met m’n ex-vriendin. Ik ga vaak naar Eindhoven, waar mijn zoontje woont. Hij is acht en voetbalt bij PSV.”

Stimuleer je hem om profvoetballer te worden?
“Mijn mening telt niet. Ik heb hem nooit aangespoord om op voetbal te gaan, hij wilde het zelf. Als jochie van 1 jaar was hij al bezig met de bal, hij is bezeten van het spelletje. Maar als hij beslist iets anders te doen, dan heeft ‘ie mijn zegen.”

Welk beroep zou je hebben gekozen als je geen keeper was geworden?
“Moeilijk. Ik zat in de metaaltechniek, werkte dus met mijn handen. Misschien dat ik daarom nu een balletje kan vangen. Na mijn carrière lijkt het me mooi om keeperstrainer te worden, maar dan wel vanaf de C- of B-junioren, de talenten.”

Wat is er zo mooi aan keepen? Een keeper is vaker de schlemiel dan de held.
“Mwah, dat valt mee. Je kunt een held zijn door een penalty tegen te houden of in de laatste minuut een belangrijke bal te stoppen. Ik geniet ervan om in het doel te staan; als ik om me heen kijk en al die mensen in het stadion zie, dat is gewoon mooi.”

Doorzetter
Toen Kenneth zelf nog een jochie was, probeerde hij allerlei sporten, zelfs turnen. Maar op een gegeven moment moest hij kiezen. “Voetbal lag het meest voor de hand. Ik had talent, maar met talent alleen red je het niet. Mijn mentaliteit is m’n kracht, ik ben een doorzetter, geef niet snel op. Dat heeft me ook geholpen op de twee momenten dat ik blessures kreeg, precies op de verkeerde momenten.”
De keeper die bekend staat om zijn katachtige reflexen, werd de laatste jaren vaak geplaagd door blessures. Twee jaar geleden nog, waardoor hij na twee uitstekende seizoenen bij Feyenoord zijn basisplaats moest afstaan aan vervanger Brad Jones. Toen die vertrok, koos de trainer voor een nieuw, piepjong talent: Justin Bijlow.

Voel je je tweede keus?
“Ik voel me nooit tweede keus. Als dat zo zou zijn, kan ik beter stoppen. Iedereen weet dat ik goed genoeg ben. Ik ben niet voor niets vijf keer kampioen geworden, ik heb bekers gewonnen en heb vijf interlands voor het Nederlands Elftal gespeeld. Ik weet wat mijn kwaliteiten zijn, maar de trainer beslist.”

Dat klinkt als een topsporter die mediatraining heeft gehad.
“Helemaal niet, ik heb nog nooit mediatraining gehad. Nooit.”

Schiet het nooit eens door je hoofd om te stoppen?
“Eigenlijk niet. Als keeper van 32 zit je in de bloei van je carrière, ik heb hopelijk nog wat jaartjes te gaan. Bovendien: ik houd enorm van het spelletje dat mijn werk is geworden, en ik geniet nog elke dag van dat ik op het veld mag staan. Dat is een gunst, ja, natuurlijk. Het is niet voor iedereen weggelegd. Ik zie het als een blessing dat mij dit is overkomen. Mijn carrière krijg ik niet in m’n schoot geworpen, ik moet er hard voor werken, maar ik geloof ook dat onze Heer mij m’n talent heeft gegeven.” 

‘Ik bid voor elke wedstrijd, ook als ik langs de kant sta’

Bidden met oma
Meestal speelt Feyenoord op zondag een wedstrijd, en dus is Kenneth daar bij. Maar is hij vrij, dan gaat de keeper graag naar zijn vaste kerk, in Amsterdam-Oost. “Vroeger ging ik vaak met mijn oma. Zij is het hoofd van onze familie en heel belangrijk voor me. Ze bidt voor me, we bidden ook samen. Voor gezondheid, geluk. Dat geeft me een goed gevoel. Ik heb zelfs een tattoo van haar, een engel met haar naam erin. Mijn oma is mijn engel.
Zelf bid ik voor elke wedstrijd. Voor mezelf, maar ook voor de tegenstander. Dat de wedstrijd sportief verloopt en er geen blessures zullen ontstaan, dat gun je namelijk niemand. Ik bid in goede tijden maar ook in slechte tijden, dus ook als ik op de bank zit. Misschien is dat een beproeving; tegenslag heeft ook positieve kanten. Misschien helpt het mij om sterker te worden.”

Psalm 23
Kenneth leest ook elke ochtend uit de Bijbel, vertelt hij op een toon alsof zoiets voor profvoetballers vanzelfsprekend is. “Ik heb een bijbels dagboek waar elke dag een vers in staat, al laat ik me bij het kiezen van een bijbelgedeelte ook leiden door mijn gevoel. Soms sla ik de Bijbel gewoon open en lees ik wat daar staat. Psalm 121 is favoriet, psalm 23 lees ik zelfs dagelijks. Ik heb ‘m in het Engels op mijn been getatoeëerd. De hele psalm ja, zo’n lap tekst op m’n been.” 

‘Ik voel me sterker omdat ik weet dat God achter me staat’

Waarom juist die psalm? 
“Het geeft me rust. De psalm zegt het al: de Heer is mijn herder. Hij leidt mij. Ik voel me sterker omdat ik weet dat Hij achter me staat; ook in mindere tijden zal Hij me eruit helpen. Als ik sportief in een mindere fase zit, zoals nu, wil ik natuurlijk het liefst dat Hij me zo snel mogelijk helpt, maar in dit soort dingen moet je leren geduld te hebben. Wachten op Gods tijd. Als Hij soms wat verder weg lijkt, ga ik juist extra naar Hem op zoek. Ik denk dat je Hem in alle tijden moet zoeken.”

Wat moet je met God als je een succesvolle, goed verdienende profvoetballer bent? En krijg je die vraag weleens van teamgenoten?
“Nooit, dit is de eerste keer dat iemand me het vraagt. God geeft me gewoon houvast, rust. Stabiliteit. Ik weet wat mijn doel is, waar ik naartoe wil. Als mens en als prof. Ik heb het gevoel dat Hij me altijd zal beschermen, daarom raak ik niet snel van de kaart.”