Op sprookjesvakantie

Rieki en Lien genieten van een sociale vakantieweek in 50|50 Hotel Belmont in het bos bij Ede. “Nu is dit ons tweede thuis. Het personeel is zo lief, alles kan.”

Gepubliceerd: 17 juli 2017 in Geluk Tekst: Jacolien Viveen Beeld: Wendy Bos

De Amsterdamse zussen Rieki Boot-Bijl en Lien Meijer-Bijl zijn allebei 93 jaar. “Opgegroeid in grote armoede, maar wel in een warm nest.” Rieki is een kwartier ouder, haantje de voorste. “Het feestbeest”, grinnikt ze. Met stevige pas loopt ze vooruit door de gangen van Hotel Belmont en met een ferme zwaai zwiert ze haar rollator in de hoek. Zus Lien gaat er hoofdschuddend achteraan. In de activiteitenruimte hebben de vrijwilligers van het Leger des Heils knutselmateriaal en koffie klaargezet.

Majoor Nel Blom leidt al bijna veertig jaar een aantal sociale vakanties per jaar Majoor Nel Blom leidt al bijna veertig jaar een aantal sociale vakanties per jaar

Soms zeggen ze tegelijkertijd exact hetzelfde. Daar kijken ze zelf niet meer van op. Hun levens lopen al heel lang synchroon. Ze woonden altijd boven elkaar. Trouwden beiden, als stadsvrouwen, met een boerenzoon en kregen bijna tegelijkertijd hun nu alweer 65-jarige dochters. 

“We leefden zeventig jaar in een bovenwoning zonder douche. Nou, daar zijn we toch allebei oud mee geworden.” Het leven bracht niet veel luxe. Van jongs af was het hard werken -  als er al werk was. “Er was veel werkloosheid. Dan waren er gewoon geen centen. Maar honger hebben we nooit geleden.” Met vakantie? Ondenkbaar de eerst veertig levensjaren. Lien vergeet nooit meer haar eerste kampeervakantie in Duitsland. “Dat was een wonder. Op vakantie, een sprookje gewoon.” 

Een echt hotel

Rieki: “We hebben er toch nooit van kunnen dromen dat we in een echt hotel zouden zitten. Zoals hier, bij het Leger des Heils.” Lien komt hier al ruim twintig jaar. Rieki wat korter, pas sinds het overlijden van haar man. “Nu is het ons tweede thuis. Het personeel is zo lief, alles kan.” 

Lien: “Jouw man was ook zo streng.” Rieki: “Mijn man was van de zwartekousenkerk. Niks mocht. Geen tv, radio. Rust op zondag.” Lien: “Is hij toch op zondag overleden, zomaar boem, dat zal je net zien.” Rieki: “Na een tijdje kocht ik toch maar een tv. Die deed het niet. Komt die man van de UPC op zondag om dat ding aan te sluiten. Op zondag! Oh, dat kan echt niet, dacht ik. We waren zo bang hè, dat geloof maakte me niet blij. En toen we hier kwamen leerden we van de majoor dat God van ons hield. Van ons! We zeggen weleens: wij gingen wenend door het leven, en sinds het Leger gaan we juichend door het leven. Hier mag zoveel! Zingen en dansen, alles kan.” Lien: “We genieten overal van in Belmont. Van het eten en drinken. Gewoon een prakkie hoor, van die roti en van vreemd eten moeten we niks hebben.” De dames raken niet uitgepraat over de activiteiten: “We lezen, we wandelen… Er is een bonte avond, er zijn spelletjes, bingo, een dagje met de bus weg. Je bent met een groep, het is nooit eenzaam. Als je weer naar huis gaat, is het net alsof je bij je familie vandaan gaat.” Desondanks piepen de bejaarde zussen er wel eens even samen tussenuit in zo’n week. “Dan pikken we een kussentje mee, maar die leggen we terug hoor. We hebben buiten een geheim plekje. Daar kunnen ze ons niet zien en dan zitten we daar lekker stil te genieten.”

Veertig jaar vakantie

Majoor Nel Blom leidt al bijna veertig jaar een aantal sociale vakanties per jaar: “De vakantiegangers komen uit het hele land. Alleen of in groepen. Families en ouderen. Deze week is de groep gemiddeld tussen de 75-80 jaar, met uitschieters van 90, zoals de zussen. Samen vormen ze een leuke groep. We passen het vakantieprogramma aan op hun leeftijd, maar het is geen tutprogramma. ’s Ochtends zijn we actief, ’s middags is iedereen vrij. Nou ja, alles is in principe vrijwillig. Maar we proberen ze wel te stimuleren om iets samen te doen en niet de hele dag alleen op hun kamer te zitten. We zingen, we wandelen in het bos en als dat niet kan, wandel ik gewoon hier voor het hotel met ze. We hebben een verloting en muziek. Dan gaan ze allemaal de vloer op. Er speelt een walsje en iedereen danst. 

Ik ben begonnen met de kinderkampen voor kinderen van Goodwill Amsterdam, veertig jaar terug. Inmiddels ben ik bijna zeventig en gepensioneerd. Maar ik ga gewoon door als vrijwilliger. Het is zulk mooi werk. Ik geniet en groei ervan. Voor sommigen is het de eerste vakantie ooit. Laatst sprak ik een oudere meneer. ‘Mag ik ook mee?’, vroeg hij voorzichtig. ‘Ik kan pas in mei betalen, dan komt mijn AOW.’ Hij heeft veel moeite gedaan om er te komen. Nu loopt hij hier rond, zo gelukkig! Voor die mensen is deze vakantie bedoeld!”