Op de barricaden | tegen oneerlijke kleding

In de serie 'op de barricaden' bevragen we bevlogen mensen waarom zij zich openlijk uitspreken tegen onrecht. Christine voert actie tegen misstanden in de kledingindustrie. Ze wil dat onze kleren eerlijk en duurzaam worden. Hoe doet ze dat en waarom?

Gepubliceerd: 14 mei 2018 in Recht Tekst: Willemijn de Jong Beeld: Margriet Alblas

Ze deed haar afstudeerscriptie over eerlijke kleding en verzorgde de marketing voor Nukuhiva, de eerlijke kledingwinkel van Floortje Dessing. Ook is ze net aangenomen bij het Convenant Duurzame Kleding en Textiel. In haar blog ‘zuivere wol’ schrijft Christine over misstanden in de kledingindustrie, en hoe je zelf duurzaam en eerlijk met je garderobe om kunt gaan. Hoe komt ze erbij om zich zo uit te spreken over de misstanden in de kledingindustrie?

“Voor mijn studie onderzocht ik wat ‘fair’ betekent in de kledingindustrie. Iedereen gebruikt die term op een andere manier. Maar wanneer maak je nu echt verschil als kledingmerk? 'Fair' is een containerbegrip voor allerlei regelingen en werkafspraken in het productieproces. 'Duurzaam' gaat meer over de milieu-impact en de kwaliteit. Beiden zijn belangrijk. Maar 'Fairtrade' is ook letterlijk een keurmerk van Max Havelaar. Ik merk dat ik vaak zoek naar nieuwe woorden om uit te leggen hoe dingen anders moeten in de kledingindustrie.” 

“Wat ik ontdekte is dat het vooral belangrijk is dat je weet waar je je spullen laat maken en die plekken regelmatig bezoekt. Wat voor stoffen worden er gebruikt en waar worden die gemaakt? Welke risico’s lopen de mensen die de stof of de kleding maken? Hoeveel krijgen ze betaald? Veel merken die zichzelf als duurzaam presenteren, focussen vooral op de materialen, maar niet op het hele productieproces. De kledingindustrie gaat ook over mensen, over hoe ze leven, wat ze verdienen. In het proces gaat je kleding van spinnerij naar weverij naar fabriek. Ik vind dat een merk al die omstandigheden moet hebben onderzocht.”

Waarom vind je dat zo belangrijk?

"In Nederland zijn onze werkomstandigheden vrij goed geregeld, met CAO’s en arbeidsrecht. Maar in Nederland heeft het ook wat gekost voor we die rechten hadden. Sinds de tweede helft van de vorige eeuw wordt onze kleding voornamelijk in Azië gemaakt. Door mensen in een ander land met een andere cultuur. We profiteren op die manier van het feit dat dingen daar slechter zijn geregeld dan hier. Ik vind dat niet oké. Er zijn veel dingen die me raken, maar toen ik me hierin verdiepte, ging dit onderwerp aan me trekken. Hoe meer je weet over misstanden, hoe drukker je je erover maakt, denk ik. En ik geloof dat we hierin verandering kunnen brengen. Het gaat over mensenlevens! De kledingindustrie is heel ondoorzichtig, maar als genoeg mensen het op de agenda zetten, kun je iets veranderen. Kijk maar naar roken in de openbare ruimte: niet roken wordt het nieuwe normaal."

"Het begint altijd met een kleine groep. Ik probeer de groep mensen om mij heen mee te krijgen. Maar omdat de kledingindustrie zo verspreid is over de wereld, is de overheid hierin ook heel belangrijk. Je kunt namelijk niet je eigen katoen gaan verbouwen. Wat jij draagt, is gemaakt door een ander ver weg. Dat maakt het een complex probleem, maar ons niet minder verantwoordelijk."

Hoe doe je dat met je eigen kledingkast?

"Ik denk goed na over wat ik nodig heb. Ik probeer kleding een tweede leven te geven. Doorgeven en verkopen, zelf tweedehands kopen. Maar dat gaat vooral over het milieu-aspect van je kleding. Daar kun je als individu gemakkelijk iets mee doen. In mijn werk houd ik me verder bezig met de arbeidsomstandigheden. Maar ik probeer ook, als ik iets nieuws koop, voor een eerlijk merk te kiezen."

Wat maakt een merk eerlijk?

"Daar is geen eenvoudig antwoord op te geven. Grote merken die bakken met geld omzetten, hebben heel veel capaciteit om de kledingindustrie te veranderen. Het is goed als ze daar energie in steken. Kleine merken moeten vooral een overzichtelijk productieproces hebben. Dat heeft een kleinere impact, maar is wel gemakkelijk helemaal schoon te krijgen, omdat ze nauwer betrokken zijn bij het productieproces. De basisvraag van elk merk zou eigenlijk moeten zijn: wat is onze visie op verantwoordelijkheid? Draagt een merk de verantwoordelijkheid voor de mensen en voor de stoffen? Merken worden ontzettend rijk van deze productie, dus het is toch het minste om dat goed te regelen. Het kledingconvenant waar ik voor ga werken is een brede coalitie van Nederlandse kleding- en textielbedrijven en andere organisaties die met elkaar in productielanden de veiligheid en gelijkheid van werknemers wil verbeteren en milieuverontreiniging en dierenleed voorkomen. Het is opgericht door Minister Ploumen. In dit convenant noemen we dit 'due diligence', gebaseerd op wat er in de VN- en OESOrichtlijnen staat: dat je verantwoordelijkheid verder gaat dan je eerste toeleverancier. Als je iets maakt, moet je altijd controleren of de mensenrechten in het geding zijn. En natuurlijk je impact op het milieu en het welzijn van dieren."

Hoe deel jij je mening hierover?

"Ik schrijf erover op blogs en voor de nieuwsapp Dag6. Dat deed ik in eerste instantie om het onderwerp een beetje onder de aandacht te brengen. Ik werkte in een eerlijke kledingwinkel en was veel bezig met het beantwoorden van vragen van klanten hierover. Toen besloot ik dat in behapbare vragen en duidelijke antwoorden online te zetten, zodat ik ernaar kon verwijzen. Inmiddels geef ik ook workshops en doe ik van alles rondom het thema. En natuurlijk heb ik het erover met mijn vrienden en familie. Mensen merken het vanzelf als je op een bepaald gebied bewuste keuzes gaat maken."

Vinden mensen je mening soms ook vervelend?

"Ik was onlangs bij een workshop 'communiceren voor duurzame merken'. We hadden het erover hoe je een constructief klimaatgesprek kunt voeren met iemand die er weinig van weet. De tips die we kregen, waren dat je positief moet zijn en veel vragen moet stellen. Maar dat voel ik zelf meestal wel aan: preken afsteken werkt nooit. Een hoog doel stellen wat betreft anderen ook niet. Ik ontwikkel momenteel een lespakket voor een middelbare school over dit thema. En dat vind ik een leuke manier om mensen vrijblijvend te laten nadenken over hun kleding. Daarnaast moet ik ook zelf blijven uitzoeken hoe het nu precies zit. Het probleem is complex en mijn mening verandert ook nog weleens. Mijn focus richting anderen ligt op het schetsen van het plaatje van de kledingindustrie. Ik ben ooit zelf begonnen om hierin bewuste keuzes te maken, maar ik vind nog steeds dat je er ook niet van in de stress hoeft te raken. Als ik geen geschikte eerlijke of tweedehands jas kan vinden, moet ik mezelf ook niet gaan beschuldigen. Ik doe mijn best, maar wil niet rigide zijn. Kijk, een labeltje met 'made in Myanmar' gaat me te ver, maar als de jas in Portugal is gemaakt, dan sta ik mezelf dat wel toe."

"Ik denk dat zo'n niet al te rigide houding ook helpt richting anderen. Je moet niet onderdoor gaan aan je eigen normen. Het is niet allemaal jouw schuld, we zitten in een slecht werkend systeem. Het is voor kledingmerken ook vaak lastig om het anders te doen, omdat mensen gewend zijn aan goedkope kleding. Maar ik vind ook dat we onze eigen invloed niet moeten onderschatten. Als je als consument kiest om betere, eerlijkere kleding te kopen, help je de industrie de goede kant op."

"Een labeltje met 'made in Myanmar' gaat me te ver, maar ik wil ook niet rigide zijn."

Wat weet je precies van die werkomstandigheden?

"Ik heb zelf een aantal fabrieken bezocht in India, in een sloppenwijk in Mumbai. Het was er enorm hutje-mutje, warm en ranzig. En ik werd door mijn gids nog weggehouden bij de echt slechte plekken. Het leerlooien daar was een heel smerig proces. De mensen die het leer bespoten met verf, waren nergens tegen beschermd. Je weet gewoon dat die mensen niet oud zullen worden, met zoveel gif om hen heen. Van dat leer worden jouw goedkope handschoentjes gemaakt."

"Ik ben ook naar een gebied in India geweest waar veel t-shirts vandaan komen. In een spinnerij maken ze van het ruwe katoen draden. Die werkplaats was netjes, maar het was een oorverdovend lawaai. De mensen liepen op blote voeten op betonnen voeren en zonder gehoorbescherming. Ik dacht alleen maar: ze hebben sowieso net zo'n last van oorsuizen als mijn vader. Een andere ruimte die ik zag, stond vol met naaimachines. Het was er heel donker en stoffig, bijna geen daglicht. Dat zijn vrij kleine dingen waar een kledingmerk echt invloed op kan uitoefenen. Een koptelefoon regelen voor de spinners, dat kost haast niks."

"Wat mijn ogen vooral heeft geopend, zijn de documentaires die ik hierover heb gezien. 'The True Cost' is goed, maar wel een lijvige docu. Als je je erin wilt verdiepen kun je ook het drieluik van Teun van de Keuken terugkijken op NPO. Dat heet 'De slag om de klerewereld'."

Waarom voel jij je zo verantwoordelijk voor die ander in een ver land?

"Ik voel het wel als een opdracht om me in te zetten voor een betere wereld. Dat voelt niet als moeten, maar geeft gewoon de voldoening van een zinvol leven. Het heeft ook met mijn geloof te maken, denk ik. Als christen leef je met het idee dat God alles goed heeft geschapen, maar dat wij mensen er een potje van hebben gemaakt. Maar ook dat het in ons vermogen ligt om dingen te herstellen."

"Verder ben ik ook gewoon een gevoelig mens. Het is belangrijk voor mij om achter mijn keuzes te kunnen staan. Ik ben eigenlijk best een genuanceerde activist, maar het raakt me wel. En als ik ergens boos over ben of denk: dit moet anders, dan wil ik ervoor gaan. Het helpt dan dat ik door mijn gevoeligheid de belangen goed zie en voel."