Rouw op je dak – en dan?

Rouwen: je leert het niet op school en er is geen handleiding voor. Toch krijgt iedereen er vroeg of laat mee te maken. Crisis-expert Andrea Walraven staat mensen in hun zwartste dagen bij. “Tot en met de begrafenis is niets normaal.”

Gepubliceerd: 20 november 2017 in Leven Tekst: Wilfred Hermans

Andrea Walraven (1976) is crisis-interventionist. Ze biedt crisistraining en coaching aan professionals en hulpverleners. Iedereen krijgt te maken met rouw, aldus Andrea. En niet alleen in combinatie met de dood. “Rouwen betekent vaak ook: ergens afscheid van nemen. Als je relatie uitgaat, als je je droombaan verliest, als je ziek wordt. Voor hoe je rouwt, maakt het nogal verschil of het verdriet je plotseling overkomt – bijvoorbeeld als een geliefde overlijdt na een verkeersongeluk – of dat je afscheid hebt kunnen nemen. En als er zaken niet uitgesproken waren, kan je dat extra dwarszitten.”

Gekste momenten

Rouw kan op de gekste momenten terugkeren. Dat merkt Andrea aan den lijve. “Twintig jaar geleden overleed mijn zoon tijdens de zwangerschap. Dat verdriet kan zomaar opspelen als ik een jongen ontmoet die even oud is als mijn zoon nu zou zijn.”

Rouwfases en rouwtaken

De bekende psychiater Elisabeth Kübler-Ross stelt dat een rouwproces vaak uit vijf fases bestaat: ontkenning, woede, het gevecht aangaan, depressie en tot slot aanvaarding. Daar komen steeds meer theorieën bij, weet Andrea. Zoals de vier rouwtaken, die William Worden beschrijft. “Eén: het verlies accepteren. Twee: de pijn aanvaarden en het verlies ‘doorleven’. Drie: de draad oppakken, en tot slot: het verlies een nieuwe, symbolische plek geven in je leven. Dat vind een mooi model, hoewel ik wil benadrukken: elk rouwgeval staat op zichzelf, en dus rouwt ook iedereen anders. Kinderen kunnen het heel goed verwoorden. Toen ik een kind sprak van wie de vader voor z’n ogen was doodgeschoten, zei dit kind: ‘Meestal gaat het slecht met me, soms gaat het goed’. Zo simpel is het vaak.”

Leg jezelf niets op

“Wees lief voor jezelf, leg jezelf niets op,” raadt Andrea aan. Wat mensen ook zeggen en wat je ook leest: er zijn geen standaard-manieren om verlies te verwerken. “Probeer mensen te vinden die als klankbord fungeren, want praten helpt. Na een heftige gebeurtenis schakelen je hersenen zich – als beschermingsmechanisme – deels uit, en praten over deze gebeurtenis zet je hersenen weer aan het werk.” Tot en met de begrafenis is niets normaal, stelt Andrea. Je zit in een extreme situatie. “Daarna is het behulpzaam om enigszins normaal te functioneren, zoals je gezin draaiende houden, je huis geen bende laten worden en misschien weer aan het werk gaan. Als dat niet lukt, kan het goed zijn om hulp in te schakelen, dat iemand even met je meeloopt.”

Rituelen

Niettemin is af en toe extreem huilen, boos zijn of juist even op de bank wegkruipen is helemaal niet erg, zegt Andrea. “Zolang het golven zijn en je in beweging blijft. Een ritueel dat bij kinderen vaak helpt, is je verdriet opschrijven en het daarna verbranden. Anderen hebben meer aan het maken van een gedicht, lied of kunstwerk. Weer anderen hebben baat bij zichzelf een missie stellen: wie iemand heeft verloren aan suïcide, kan zich helemaal storten op suïcidepreventie. Overleed je geliefde aan kanker, dan kan meewerken aan kankerbestrijding helpen. Overigens komt het tegenovergestelde ook voor, dat mensen afstand nemen van alles wat met hun verdriet te maken heeft.” Andrea spreekt graag van posttraumatische groei. “Verlies kan je iets brengen; stenen op je weg kun je opstapelen, dan heb je een trapje.”

Hopeloos hoopvol

Ook kan het troostend zijn om te geloven in een God die alles in Zijn hand heeft, denkt Andrea. Zelf zou ze haar werk niet kunnen doen als ze geen christen zou zijn. “Mensen vragen mij weleens: ‘Hoe kun je nog in God geloven als je zoveel ellende ziet?’ Dan zeg ik: ‘Als Íemand die ellende begrijpt, is het God. Hij heeft intens om Zijn Zoon gerouwd’. Toen ik een herseninfarct kreeg, was ik niet bang. Ik voel me onderdeel van een groter geheel, er is altijd ergens licht te vinden. Ik ben hopeloos hoopvol.”