"Om succes te hebben is tegenslag nodig"

Epke Zonderland is topsporter. Waar haalt hij het doorzettingsvermogen vandaan?

Gepubliceerd: 08 augustus 2013 in Geluk Tekst: Willemijn de Jong

"Om succes te hebben is tegenslag nodig"

Epke Zonderland is topsporter. Waar haalt hij het doorzettingsvermogen vandaan?

Gepubliceerd: 08 augustus 2013 in Geluk Tekst: Willemijn de Jong

Epke Zonderland is eind juli al weer een paar weken vol aan het trainen voor de wereldkampioenschappen in oktober. “Het is best lastig inschatten hoe  ver  van tevoren je moet beginnen met je volledige trainingsschema. Ik trainde tot en met de eerste week van juli zes keer per week  in  plaats  van  tien  keer.  Maar ik heb nu nog  twee  maanden  en  ik  heb  er wel vertrouwen in.” Epke won vorig jaar op de Olympische Spelen een gouden plak aan de rekstok.  En  niet  zomaar één, hij ontving deze na een drievoudig turnelement dat nog nooit eerder door iemand was uitgevoerd.

Hoe lang had je op dat element geoefend?
“In januari van 2012 kwam pas het idee ‘dit ga ik op de Spelen doen’. Maar ik was al vanaf 2007 bezig met die techniek. Er is ooit eens één turner geweest die twee onderdelen van dit turnelement had gedaan. Ik was dus vanaf 2007 met die twee onderdelen bezig en voegde er later nog een derde aan toe. Zo’n element dat uit drie onderdelen bestaat, is zo moeilijk omdat je vanuit het eerste element perfect moet uitkomen om de tweede te kunnen doen. En ook vanuit dat tweede onderdeel moet je weer perfect uitkomen voor het derde onderdeel. Dat komt allemaal zó krap en het moet zó exact in de goede snelheid gaan, dat het een hele prestatie is om het goed uit te voeren.”

Wat gebeurt er op het moment suprême in jouw hoofd?
“Tien minuten vóór het moment dat ik moet turnen in de wedstrijd, neem ik de oefeningen door in mijn hoofd. Het is dan belangrijk dat ik mijn focus weet te houden. Vlak voor de oefening ben ik heel erg in datmoment. Ik denk niet vooruit. Ik speel het filmpje van mijn oefening in mijn hoofd af, steeds opnieuw. De oefening zelf probeer ik daarna zoveel mogelijk op de automatische piloot te doen. Nog een keer dat filmpje in mijn hoofd afdraaien, maar dan met de handelingen erbij.”

Elke dag uren trainen voor één klein bepalend moment. Als het dan niet lukt, word je dan niet heel cynisch of moedeloos?
“Toen mijn oefening op het EK in 2012 niet goed ging, baalde ik wel heel erg natuurlijk. Wat mij helpt om daarna niet op te geven, is de wetenschap dat ik er vooraf alles aan heb gedaan. Vooraf aan een wedstrijd sla ik geen training over en geef ik alles wat ik kan. Dan kan ik me achteraf ook niet verwijten ‘had ik nou maar meer…’. En als het niet gaat zoals ik wil, houd ik mezelf voor dat het zo moest zijn. Ik geloof dat alles wat je meemaakt een bedoeling heeft. Van alles moet je leren. Succes is fantastisch, maar je kunt niet alleen maar succes hebben. Om succes te hebben, heb je het juist nodig dat het ook wel eens tegenzit. Die tegenvallers vormen je zo dat je daarna wel succes kunt hebben. Bij een teleurstelling praat ik eerst veel met mensen die begrijpen waar ik het over heb, mijn familie en vriendin bijvoorbeeld. Daarna ben ik nuchter genoeg om de schouders op te halen en te denken: Hier kan ik later misschien weer iets mee. En nu weer door.”

Het was dus geen gebrek aan training toen het misging tijdens het EK?
“Nee, ik had niet genoeg grip en dat leidde me af. Ik ging tijdens mijn oefening stiekem toch nadenken ‘oei, als ik er maar niet afschiet’. Daardoor ging mijn focus weg en kon ik het niet meer op die automatische piloot doen. Dat werkt dus niet.” Wat is nodig om van een sporter een topsporter te maken? “Je moet natuurlijk wel aanleg en talent hebben, maar een goeie trainingshal, goede begeleiding en kennis van techniek maken veel verschil. De sport moet je prikkelen op elke dag alles te willen geven. Wat mij helpt, is dat ik train in een sporthal waar ook andere sporters bezig zijn alles uit zichzelf te halen. Terwijl ik train, zijn naast mij schaatsers hun krachttraining aan het doen. Het maakt niet uit dat zij niet aan het turnen zijn; het inspireert gewoon om bezig te zijn als anderen dat ook doen.”

Vechten om te winnen, is dat een kwestie van karakter of gewoon een keuze?
“Ik denk wel dat dat in mijn karakter ligt. Of het inzien van de waarde ervan. Tot mijn achttiende had ik niet het idee dat ik een potentiële winnaar was. Ik werd toen tweede op de rekstok en vierde op de meerkamp. Toen realiseerde ik me: ik kan de top van Europa halen. Dat besef maakte het verschil. Op zo’n moment moet je jezelf de vraag stellen: Wil ik hiervoor vechten? Van hieruit maak je een keuze. Dat werkt hetzelfde bij mijn studie. Die is voor mij zowaardevol dat ik ervoor wil gaan. Dat karakter kun je ook vormen. Ik heb mezelf moeten leren om veel meer vooruit te denken. Om turnen met mijn studie geneeskunde te kunnen combineren, moet ik strak plannen. Ik ben nu heel bewust bezig met het realiseren van mijn toekomst. Dat had ik als tiener echt niet. Toen vergat ik vaak dingen en mijn resultaten op school waren ook minder. Zodra ik het effect zag van goed plannen, ben ik dat consequent gaan doen.”

Maar je hebt toch ook wel eens een dag dat je denkt: vandaag geen geturn. Ik wil in mijn joggingsbroek voor de tv hangen en chips eten...?
“Wat mijn studie betreft, denk ik wel eens: mwah, laat maar even, vandaag niet. Maar dat komt misschien omdat turnen nu op nummer één staat en mijn studie op nummer twee. Turnen sla ik echt niet over. Maar dat heeft ook te maken met wat ik daarnet zei; ik wil mezelf bij een wedstrijd niet kunnen verwijten dat ik niet álles heb gegeven. En ik vind het ook gewoon veel te leuk. Als ik merk dat ik echt toe ben aan rust, dan plan ik die bewust in. Afgelopen jaar merkte ik dat ik het nodig had om rust te hebben, even geen druk. Toen ik die rust nam, was dat geen off-day maar een bewuste keuze.”

Wat zijn voor jou dan ‘beproevingen’? Twijfel je wel eens aan jezelf?
“Ik heb wel momenten gehad dat ik onzeker was. Ik heb me afgevraagd of ik het nog wel kon. Zeker als ik een blessure had of uit een rustperiode kwam. Dan moet je op een bepaalde manier weer opnieuw beginnen. En dat soort momenten heb ik nog steeds. Maar dat houdt me ook scherp. Het is niet altijd leuk om te twijfelen aan je kunnen, maar het is ook een soort positieve stress. Het motiveert me om extra mijn best te doen.”

Qua doorzettingsvermogen, maakt het uit dat je goud op zak hebt? Was je daarvóór meer verbeten om te winnen of juist nu om je titel te behouden?
“Ik was vooraf aan de Spelen weleens bang dat ik geen motivatie meer zou hebben als ik eenmaal goud zou hebben. Maar ik ben nog steeds gemotiveerd. Het voelt goed om te weten ‘mijn carrière is al geslaagd’. Ik zou nu met een goed gevoel afscheid kunnen nemen als ik zou stoppen. Dat geeft rust, maar niet zoveel rust dat ik niet meer wil winnen. Soms is het echt afzien en doorbijten. Ik richt mijn hele leven op mijn sport. Daarvoor is het onmisbaar om gemotiveerd te zijn. Dan sluit je compromissen omwille van je sport. Niet met vrienden op stap. En als je wel met je vriendin in de stad loopt, ja dan moet ik soms ook handtekeningen uitdelen. Maar dat heb ik ervoor over en mensen tegenkomen die het tof vinden wat je hebt bereikt, dat is ook wel weer leuk.”

Heb jij zelf een voorbeeld dat je inspireert?
“Ik heb twee turners die me bijzonder hebben geïnspireerd. Op technisch vlak is dat Aleksej Nemov, een Russische turner. Toen ik begon, was hij in zijn eindperiode. Hij had altijd een hele mooie uitvoering en dat is niet mijn sterkste punt. Daarom inspireert hij me, denk ik – ik wil daarin van hem leren. En hij kon veel vluchtelementen combineren. Dat is ook wel mijn ding, natuurlijk. Verder vind ik Mitja Petkovsek uit Slovenië heel inspirerend. Toen ik nog een jong broekie was, was hij de beste brugturner. Ik kwam hem eens tegen in een turnarena en hij hielp mij om de brug te stellen. Dat zat ook in hem. Hij was niet alleen met zichzelf bezig, maar juist heel sociaal en maakte praatjes met anderen. Topsport is vaak heel individualistisch. Op jezelf focussen is ook nodig natuurlijk, maar dat sociale vind ik heel belangrijk, je kunt best gewoon normaal blijven doen.”

Topsport is prachtig, maar als we het even nuchter bekijken, het is ook niet heel nuttig wat je doet...
“Haha, ja. Dat klopt... Veel mensen genieten ervan en dat is heel mooi. Maar uiteindelijk zie ik het turnen meer als iets voor mezelf. Ik vind het gewoon ontzettend leuk. Het heeft me heel erg gevormd, ik heb door het turnen veel vaardigheden ontwikkeld. Voor mijzelf haal ik er lessen uit en ik hoop dat ik een voorbeeld kan zijn voor kinderen. Dat sporten leuk is, maar ook breder: als je ergens echt voor gaat, kun je dat bereiken.” 

“Ik hoop in de toekomst als arts nuttig te zijn voor anderen. Daar studeer ik hard voor. Vanuit mijn opvoeding heb ik meegekregen: wie goed doet, goed ontmoet. Als je goed voor elkaar bent, krijg je ook goede dingen terug. Ik geloof dat er een God is en dat helpt me relativeren. Als het fout gaat kan ik denken: Ach, dat is uiteindelijk ergens goed voor, ik leer hiervan. Aan de andere kant vind ik turnen voor mezelf zó belangrijk dat ik er helemaal voor kan gaan. Het gaat om de balans tussen jezelf motiveren en kunnen relativeren, denk ik.”