Naar het korps op de Wallen

“Als Jezus uit de Jordaan zou zijn gekomen, had Hij gezegd: Kaaik naar je aaige!" Een zondagmorgen in het Goodwillkorps van het Leger, midden op de Wallen. Hier mogen mensen echt komen zoals ze zijn. Dakloos, verslaafd, prostituee - dat is gewoon oké. Hoe ziet zo'n kerkdienst eruit?

Gepubliceerd: 29 maart 2019 in Geloven Tekst: Willemijn de Jong Beeld: Wendy Bos

Het is half elf, zondagmorgen. Misschien wel het enige moment dat het echt rustig is op de Wallen in Amsterdam. De paar mensen die over straat slenteren, komen naar de kerk van het Leger des Heils, op de Oudezijds. Het korpsgebouw is aan de ene kant tegen rode ramen gedrukt, aan de andere kant zit de ingang van het inloophuis voor vrouwen in de prostitutie.

Dansen
Bij binnenkomst word je gastvrij onthaald door Ram. Hij is hier graag deurwacht. Je kunt kiezen: vooraan zitten, of alvast aanschuiven aan één van de twee lange eettafels die achterin de zaal staan. Het is welleens drukker in het korps, maar de vaste gasten zijn er vanmorgen. Als de officier achter het keyboard een vrolijk nummer inzet, gaan twee dames voorin spontaan dansen. Het zijn Dulcey en Hannie.

Officier Huub Stijvers leidt de dienst vanmorgen. Zijn preek gaat over de Bijbeltekst van de splinter in het oog van de ander en de balk in die van jezelf. Hij refereert aan zijn eigen tijd op de kunstacademie. “Mooi plaatje hoor, zeiden ze daar als ik had geschilderd, maar kom me niet meer lastigvallen met dit soort prut. Het moest juist níet zo gelikt zijn. Kijk, kunst is het overbrengen van emotie, het moet schuren, iets in je losmaken. Op die manier is Jezus eigenlijk ook een soort kunstenaar.” Je ziet de aanwezigen denken. Achterin kletsen wat mensen zonder schaamte door de preek heen, maar de officier kijkt niet op of om. “Als Jezus zegt dat je goed moet zijn voor je naaste, had hij vast niet dezelfde buur als wij,” zegt hij met een grote knipoog. Dan serieus: “Het is soms verdraaid lastig om niet te oordelen.”

Tijdens de preek blijven er mensen binnendruppelen. Een vrouw met een stuk of vier truien over elkaar. De man waar ze naast gaat zitten helpt haar uit haar regenjas. Tussen de tafels waar straks een maaltijd op wordt gedeeld, scharrelt een hond. Als er een ander keffertje in de buurt komt van de bulldog, vliegen de honden elkaar met veel kabaal aan. Deurwacht Ram komt snel tussenbeiden en geeft zijn eigen hond op de kop. Ook nu preekt de officier onverstoorbaar door. Het lijkt te horen bij dit korps.

Halleluja
Vanaf een grote plaat aan de muur kijkt Majoor Bosshardt, de majoor die jarenlang aan het roer stond van dit korps, vriendelijk glimlachend naar de groep mensen. Alsof ze hier nog altijd een beetje is. Later aan de maaltijd blijken verschillende bezoekers van dit korps haar gekend te hebben. De officier preekt verder: “Als Jezus uit de Jordaan zou zijn gekomen, had Hij gezegd: Kaaik naar je aaige!” Er wordt luid gelachen en iemand roept 'halleluja!'.

“Picasso was een zeer kundig schilder. Aan het begin van zijn carrière schilderde hij nog heel levensecht, maar later lijkt zijn werk op iets dat een kleuter zou kunnen. Toch is dat niet zo. Schilderen als een kind is juist iets wat veel volwassenen niet kunnen. Jezus zegt dat je moet worden als een kind. Dat is helemaal niet gemakkelijk, dat is kunst. Omdat Picasso kon terugvallen op zijn techniek en kennis, kon hij beelden maken die belangrijker waren dan mooie plaatjes. Als je in staat bent om zo te leven en onbezorgd te spelen omdat je vertrouwt dat God de Vader wel oplet - dan geloof je als een kind. Juist omdat je je niet meer hoeft te bewijzen.”

“Heer, dank u dat u het Leger des Heils voor ons hebt opgericht.”

Er zijn wat luisteraars die knikken of ‘amen’ roepen. De liedbundel gaat open en er wordt gezongen. Ook komt er een schaaltje voor de collecte langs. Tijdens het knielmoment voorin lopen er wat mensen naar voren die voor zich laten bidden. Heilssoldaat Ben Dragstra knielt naast hen neer. Tussendoor roept een aanwezige naar Huub dat hij de groeten krijgt van een zuster uit Groningen. “Bedankt, het is tijd voor lied 522,” zegt Huub. “Soms is het moeilijk om eerst eens naar jezelf te kijken, mensen.” En dan het gebed. “Heer, zegen het eten.” Iemand uit de zaal bidt hardop: “Heer, dank u dat u het Leger des Heils voor ons hebt opgericht.”

Dan is het eindelijk tijd voor de maaltijd. Iets waar de aanwezigen reikhalzend naar uitkeken. Iedereen krijgt een gebakken eitje. André zit tussen een groep vriendinnen in. “Ik heb nog eens een jaar boven dit korps gewoond,” vertelt hij. Nu woont hij in de Goodwillburgh, even verderop. “Dat is wat het geloof doet. Ik hoef niks te vragen, God geeft me alles.” Een dame wijst naar envoy Henny Tinga: “Zij is een soort moeder voor ons.” Een man met een bulldog op zijn shirt neemt nog een laatste hap. Waarom hij zo’n stoer shirt aan heeft? “Dit heb ik gekregen. Het staat voor Amsterdam, mijn stad. En hier ken je gewoon komen zoals je ben. Ze schrikken er niet van als je d’r gevaarlijk uitziet, hahaha.”

Of er nog loempia's zijn, roept iemand. Athea is afkomstig uit Hongkong en komt altijd met haar dochter Meiyee naar het korps. Ze neemt steevast loempia's mee, dus daar wordt inmiddels op gerekend. Henny gaat nog eens rond met het plastic bakje waar ze in zitten. "Mijn dochter is de liefste van de wereld, ze is altijd goed gemutst," vertelt Athea. Haar dochter heeft het syndroom van Down, ze doen alles samen. Zo gaan ze ook samen naar een concert van Nick en Simon in het grote theater in Amsterdam. Gekregen van Marlene, de vrouw van Huub.

Plastic zakjes
Als het eten op is, vertrekken de leden van dit korps één voor één de grote stad weer in. De laatste boterhammen worden in plastic zakjes meegenomen. Het is inmiddels drukker op straat. Een klein groepje gaat nog een bakkie doen bij de Bijenkorf - dat is een traditie. Net als het korps.