Naar de kerk van Wessel

Er zijn duizenden mensen in Nederland die zondagmorgen, als de kerkklokken luiden, naar een speciaal gebouw gaan om daar hun geloof te vieren. Waarom doen die mensen dat en wat doen ze daar? In dit deel van deze serie: kerkganger Wessel van de Gereformeerde Gemeenten.

Gepubliceerd: 04 mei 2018 in Geloven Tekst: Danique Groen Beeld: Margriet Alblas

Wessel (22) zit iedere zondag twee keer in de kerkbank, op zijn vaste plek linksvoor bij het stopcontact. “Mijn ouders zijn in deze kerk ‘geboren’ zoals je dat zou kunnen zeggen. En mijn opa en oma van beide kanten ook.” Terwijl even verderop het gezang van de jeugdgroep begint, vertelt Wessel waarom hij net als de rest van zijn familie ook naar deze kerk gaat en hoe God een rol speelt in zijn leven.

Waarom is dit ‘jouw’ kerk?

Een jaar of twee geleden deed hij geloofsbelijdenis in de Gereformeerde Gemeente in Doetinchem. Dat betekent dat hij bij deze kerk wil horen als lid. “Ik heb besloten hier bij te willen horen en daar heb ik nooit aan getwijfeld, hier voel ik me echt thuis.” Hij is dan ook enthousiast lid van de gemeente die sinds 1888 bestaat. “Voordat ik belijdenis deed, heb ik goed onderzocht waar de kerk voor staat. Ik heb ook catechisatie gevolgd; dat is een soort onderwijs ter voorbereiding op je belijdenis. Dat hielp een volledig beeld te vormen. Ik bestudeerde de theologie die ze hier prediken en hoe ze de Bijbel uitleggen.” Zijn conclusie was helder. “Ik geloof dat de dingen die hier verteld worden goed en Bijbels zijn.”  

Historie

De geschiedenis van de gemeente ligt in een klein boerderijtje tegenover het gebouw waar de gemeente sinds 1963 elke zondag de dienst houdt. “Het startte met een groepje mensen die in andere kerken de waarheid niet meer vonden. Zij kwamen in de boerderij bij elkaar, lazen samen preken en langzaamaan kwamen er meer mensen bij. Na een aantal jaar is er een groep mensen uit een ander dorp bij hen aangesloten en werden ze lid van het kerkverband Oud Gereformeerde Gemeenten. Ze bouwden een kerkje, dat later is uitgebreid door de snelle groei van de gemeente. Tien jaar geleden was de laatste verbouwing. Inmiddels zijn we onderdeel van de Gereformeerde Gemeenten. Het verenigingsleven leeft daar meer en er is een centrale landelijke organisatie die bijvoorbeeld het jeugdwerk regelt.”

Wat spreekt je aan in deze kerk?

“In de gereformeerde gemeente in Doetinchem staat de boodschap centraal.” Wat ik van andere kerken weet, is dat de dienst soms heel toegankelijk wordt gemaakt. Ik denk dat je daar te ver in kunt gaan als kerk. Het mooie verhaal kan afbreuk doen aan de boodschap. Ik hecht waarde aan verdieping, bij ons is het een stevig verhaal in een preek van dik een uur. De meeste mensen in de gemeente hebben een sterke kerkelijke achtergrond, de Bijbelkennis is groot en er kan dus dieper op de zaken worden ingegaan.” In de preek worden twee kanten benadrukt en dat vindt hij onmisbaar in een kerk. “Aan de ene kant dat wij als mens in het paradijs de deur dicht hebben gedaan voor God en aan de andere kant het Evangelie, dat God Zijn Zoon aan de wereld schonk en ons de mogelijkheid geeft weer bij Hem te komen.”

Maar wat Wessel het belangrijkste vindt, is de verantwoordelijkheid die hij draagt als lid van deze kerk. “Ik vind dat je als christen niet kunt geloven in toeval. God bestuurt alles en heeft daarmee Zijn plan. Hij heeft er een reden voor en een doel mee gehad dat ik in deze gemeente geboren ben. Als mensen zich dus niet thuis voelen in een gemeente, zou je kunnen bedenken dat je er niet voor niets zit. Misschien wil God jou wel veranderen door de gemeente, of wil Hij de gemeente veranderen door jou. Met het (doop)lid zijn van een kerk draag je een verantwoordelijkheid.”

Hoe ga je met mensen om die iets anders geloven?

De meeste mensen rondom Wessel zijn gelovig. “Ik studeerde op een niet-christelijke school waar het aantal christenen op één hand te tellen was. Je probeert altijd iets van je geloof te delen. Ik bid voor het eten en dat riep vragen op. We discussieerden ook wel over de evolutietheorie, bijvoorbeeld. Dan stelde je vragen als: wat ervaar je als je zegt dat God niet bestaat, waarom ben je op aarde en waarom zijn we van aap mens geworden? Dat zijn interessante gesprekken. Uiteraard hoop ik dan dat ze uiteindelijk een keer meegaan naar de kerk en dat zo’n gesprek ze in ieder geval aan het denken zet.”

Wessel gelooft dat het een opdracht voor iedere christen is om te vertellen wat in de Bijbel staat. “Iedereen is een evangelist. Persoonlijke verhalen delen vind ik lastig, zeker met mensen die een andere levensovertuiging hebben. Dat maakt je kwetsbaar en het is spannend. Je kunt jezelf trainen er makkelijker over te praten, maar het moet ook bij je karakter passen. Het is eenvoudig over randzaken van het geloof te praten; echt de kern raken is moeilijker.”

Ontmoet je God hier?

“Ik ervaar God in het zingen met elkaar. We zingen psalmen en een aantal gezangen tijdens de dienst. Je voelt in zo’n gedicht de nood die de schrijver erin legde. Ook in gebed ervaar ik God. We leggen problemen bij God neer en zoeken zo samen naar Hem. Maar het zijn met name de momenten die wij als jeugd samen hebben, waarin ruimte is God te ontmoeten. Als een van de jongeren bidt, dan voelt dat als een geloofsbelijdenis. Dat is heel waardevol en op die manier ervaar ik dat God erbij is. Door het delen van het geloof met elkaar.”

Heb je vaste momenten op een dag die je voor God vrijmaakt?

“Als ik ‘s ochtends opsta ga ik eten, maak ik me klaar en pak ik daarna mijn Bijbel.” De dag beginnen en afsluiten met God is voor Wessel onmisbaar. “Zo hou je Hem dichtbij. Voor mijn stille tijd bid ik of God wil spreken door de dingen die ik lees. Ooit begon ik met het lezen van de Romeinenbrieven en nu lees ik Handelingen.” Daarnaast maakt hij een aantal keer op een dag tijd voor God. “Voor en na het eten bid en dank ik. En net voor het slapen leg ik mijn telefoon weg en lees ik een stuk uit de Bijbel of bijbeldagboekje.” Die vaste momenten vindt hij fijn. “Ik heb nooit een dag zonder geprobeerd en ik denk niet dat mijn dag meteen fout zou lopen. Maar God vraagt Hem te dienen en toegewijd te zijn en daar hoort bij dat je God betrekt in je leven. Je zou kunnen stellen dat wanneer je niet aan iemand denkt, je iemand gemakkelijk vergeet.”

 Is traditie de kracht van deze gemeente?

In de kerk van Wessel zijn er veel jongeren betrokken bij de gemeente. Dat succes ligt volgens hem deels in de traditie. “Vroeger was je erg op elkaar aangewezen. Je ging naar dezelfde kerk, naar dezelfde school en je deed veel dingen samen. We doen nu nog steeds ons best dat hechte gevoel vast te houden.” Traditie is het begin, maar de betrokkenheid op elkaar geeft de verbinding. “Mensen hier zijn heel open over hun geloof en iedereen kent elkaar. Als de dominee voor mevrouw Ebbers bidt, dan weet ik niet altijd welke mevrouw Ebbers dat is; er zijn er ten slotte een stuk of dertig van in de gemeente. Maar leeftijdsgenoten en hun ouders, die ken je allemaal persoonlijk.” Wessel voelt zich gezegend in deze kerk ‘geboren’ te zijn. “De gemeente is hecht en als ik een vraag heb, kan ik altijd bij iemand terecht.” 

'Ik vertrouw erop dat God helpt in alles wat ik doe en dat Hij er ook voor mij is. Dat Hij bestaat is een zekerheid'

Wat doe je in de kerk?

“Ik zit nu een jaartje in het koor en ik zit in het bestuur van de jeugdvereniging. Daar denken we na over de koers die we willen varen en bepalen we onderwerpen die aan bod komen.” Hij prijst zich gelukkig in een kerk waar veel mogelijk is. “Activiteiten op touw zetten en mensen in onze gemeente daar enthousiast voor maken, dat vind ik leuk." Daarnaast zit Wessel in de commissie van een regionale jeugdverenigingskring. “Eén keer in de drie maanden komen we vanuit allerlei kerken bijeen om onderwerpen te behandelen en daar met elkaar over na te denken.”

Heeft het gebouw voor jou emotionele waarde?

“Het is niet het mooiste kerkgebouw van de wereld, maar dat doet er niet echt toe.” De emotionele waarde zit voor hem in de geschiedenis die er ligt. “Wat je hier met elkaar beleeft, is waardevol. Ik ben hier op zondag twee keer en doordeweeks ook wel een keer, de kerk neemt een grote plaats in mijn leven in en dus hecht je op die manier wel aan het gebouw.”

Wat betekent het geloof voor jou?

“Ik vertrouw erop dat God helpt in alles wat ik doe en dat Hij er ook voor mij is. Dat Hij bestaat is een zekerheid. Soms heb ik dagen dat ik aan het eind van de dag bedenk: ik ben God vergeten. Maar dan heerst het gevoel van vertrouwen dat God, ondanks mijn fouten, er altijd is. Ja, dat vertrouwen is groot.”