Naar de kerk van Kees

Er zijn duizenden mensen in Nederland die zondagmorgen, als de kerkklokken luiden, naar een gebouw gaan om daar hun geloof te vieren. Waarom doen die mensen dat en wat doen ze daar? In dit deel van een nieuwe serie: kerkganger Kees van de Oud-Katholieke Kerk.

Gepubliceerd: 24 november 2017 in Geloven Tekst: Willemijn de Jong Beeld: Margriet Alblas

Het ruikt naar wierook in de Oud-Katholieke Kerk in Gouda. De witte muren zijn er een beetje grijs van aangeslagen. Kees van der Laan (60) heeft net de kerkdienst bijgewoond en zwaait nog wat andere kerkleden uit. De pastoor, met zwarte kleding en het bekende zwart met witte boordje, schiet Kees nog even aan. "Hoe ging het op de Synode?", vraagt hij. Kees zegt iets over een commissie die misbruik onderzoekt.

Niet zo moeilijk

"Wij noemen het eigenlijk geen kerkdienst, maar eucharistie-viering", vertelt Kees. Hij komt niet elke zondag naar de rijkelijk versierde kerk in Gouda, maar is wel een betrokken lid van de parochie. Zo betrokken dat hij als afgevaardigde naar de Synode gaat, een soort landelijk bestuur van de Oud-Katholieke Kerk. "Ik ben sinds mijn geboorte lid van deze kerk. Ik weet inmiddels wel hoe het hier gaat en wat er leeft. Dat wil ik graag vertegenwoordigen in het land."

Maar wat is nu het verschil tussen een Rooms-Katholieke Kerk en een Oud-Katholieke Kerk? Dat legt Kees uit: Toen de Katholieke Kerk weer terluiks werd toegestaan in Nederland, zo rond 1870, werd er door de Nederlanders zelf een bisschop gekozen. Dat was niet naar de regels van de internationale Katholieke kerk die door Rome werd aangestuurd. De Nederlanders wilden zelfstandiger zijn en men scheidde zich af van de moederkerk. "Oud-Katholiek kun je eigenlijk beter Nederlands-Katholiek noemen. Wij hoeven geen verantwoording af te leggen aan de paus. We zijn een veel democratischere kerk, die meegaat met de Nederlandse cultuur en de gebruiken van deze tijd. Zo hebben wij ook vrouwelijke pastores en zijn we niet tegen liefdesrelaties van mensen met hetzelfde geslacht. We wisselen ook priesters uit met andere denominaties, bijvoorbeeld van de Anglicaanse Kerk. Je hoeft alleen celibatair te leven als je daar expliciet zelf voor kiest. Je zou kunnen zeggen dat we niet zo moeilijk zijn als de Rooms-Katholieke Kerk. Maar de vorm van de diensten is verder wel hetzelfde. We hebben de ambten van diaken, priester, bisschop en pastoor. En alle rituelen tijdens de diensten: eucharistie bijvoorbeeld. We zingen wel uit een liedboek dat specifiek van ons is."

Pracht en praal

Kees vertelt met liefde over het orgel, het altaar en de kunst die in de kerk hangt. Mocht je je vervelen tijdens een dienst - er is genoeg te zien.

Waarom komt Kees hier graag op zondagen? 

"Ik hou van de pracht en de praal. Niet té, maar schoonheid heeft hier wel een rol. Ik vind de tweeduizend jaar oude traditie van christenen die bij elkaar komen heel waardevol. Sommige dingen moet je afschaffen hoor, we moeten ook leren. Maar de kerk kan je ook leren om respect te krijgen voor traditie en voor mensen die ouder zijn dan jij. Hier komen mensen bij elkaar, maar het is niet zoals op de tennisvereniging; dat je op een gegeven moment gewoon te oud bent. Alles zit hier door elkaar heen. Oud, jong, dik, dun, rijk en arm. En we kijken naar elkaar om."

Ontmoet hij God ook tijdens de diensten?

"Nou dat vind ik te zwaar. Om God te ervaren hoef je niet naar de kerk, dat kan ik ook in de bus, bij wijze van spreken. In de kerk trek ik me bewust terug uit de wereld. Het draagt bij aan mijn gevoel. Ik ben ervan overtuigd dat er meer is, en dat gevoel krijg ik tijdens de diensten. Hoe en wat dat precies is, daar heb ik mijn eigen beeld bij. In die zin luisteren Oud-Katholieken niet strict naar wat de kerk over God zegt. Je mag het doen met je eigen interpretatie. Ook voel ik in de kerk verbondenheid met de mensen die overleden zijn. Het is dus eerder een ontmoeting met anderen, met de anderen die er niet meer zijn, en met mezelf."

"Het is niet zoals op de tennisvereniging; dat je op een gegeven moment gewoon te oud bent."

Kees is ook niet expliciet in het adviseren van anderen om naar zijn kerk te komen op zondag. "Het moet wel bij je passen. Er is hier geen lange preek, we wisselen veel verschillende riten af. Zingen, knielen, luisteren. Voor mij is dat een mooi geheel, een manier om me verbonden te voelen. De meeste nieuwe mensen die zich bij mijn kerk aansluiten houden daarvan. Dat zijn ook regelmatig prostestanten of mensen uit de Rooms-Katholieke Kerk. Veel mensen gaan hier niet heen omdat ze dat moeten van hun familie of iets dergelijks, maar ze waarderen de betekenisvolle traditie in combinatie met de geestelijke vrijheid die er heerst. Ik mag geloven op de manier die ik wil - dat waarderen ze hier. We hebben geen dogma's. Er is dus geen formele norm, maar ook geen sociale druk. Het wordt écht oké gevonden als je homo bent."