Met hooi in de kerk

Christien is dominee en directeur van een zorgmanege. Hoe combineert zij deze twee verschillende roepingen?

Gepubliceerd: 03 augustus 2017 in Samenleving Tekst: Willemijn de Jong Beeld: Margriet Alblas

Christien van Harten runt al vijftien jaar, samen met haar man Hein, een zorgmanage in Deil. Daarvoor studeerde ze Sociaal Pedagodische Hulpverlening en werkte vervolgens voor de Raad van de Kinderbescherming. Eenmaal getrouwd stopte ze daarmee, omdat ze - toen ze zwanger was geraakt - niet met een dikke buik kinderen uit huis wilde plaatsen. In de hulpverlening ontmoette ze echter vaak mensen die met zingevingsvragen zaten en daarom besloot ze ook theologie te gaan studeren. Met die bagage heeft ze nu een zorgmanage, vangt ze - samen met haar man - al dertig jaar pleegkinderen op en staat ze 's zondags in een toga op de kansel. 

Naar paarden stinken

Haar man knipoogt bij binnenkomst in de drukke kantine van de manege: “Ik luister een uur per week naar haar.” Hij doelt op het moment dat ze de preek nog even met hem doorneemt. Soms staat ze met hooi in haar haar in de kerk. Voor Christine is het geen rare combinatie. “Ze vroegen me tijdens mijn predikantsopleiding wat mijn droom was als dominee. Ik vertelde over een woongemeenschap, waar iedereen altijd welkom zou zijn, waar dieren waren, waar het rook naar vers brood. Nou, dat is uitgekomen. Alleen is deze plek niet waar ik dominee ben. Dat ben ik op de preekstoel. Ik kom in een afgeragde bak naar de kerk rijden en soms ben ik bang dat ik naar paarden stink – maar dat zij dan maar zo.” 

Voor Christine werkt de combinatie van deze twee banen prima. “Ik sta op de preekstoel en vind daar de inspiratie voor het leven. Maar door het werken op deze manege, geef ik handen en voeten aan mijn geloof. Ik preek in gewone taal, omdat ik ook met mijn voeten in de klei sta. Dat is dichtbij de mensen. Uiteindelijk gaat het Evangelie over het gewone leven van elke dag. Als ik de mensen na de dienst zo’n ruwe handdruk geef, merk ik al gauw wie er ook 'boerenhanden' hebben. Wij begrijpen elkaar. We zijn mensen van de aarde, mijn geloof wordt levend door in de maatschappij te staan.”

In de preek herkennen

Vanaf de preekstoel neemt ze vergevingsgezindheid mee in haar werk. “Of nederigheid. ‘Wie denk ik wel niet dat ik ben,’ denk ik soms als ik sta te preken. En ook omgekeerd: afgelopen zondag vertelde ik in een preek over een jongen die hier op de manege wordt opgevangen. Hij wil zo graag iets doen, maar heeft daar echt aansturing bij nodig. Ik word milder over hem door over hem te vertellen. En de mensen in de kerk herkennen zichzelf of iemand anders in zijn voorbeeld.”

Van Christine hoeft niet elke dominee ook een ander beroep uit te oefenen. “Maar voor mij is het heel goed. Als ik alleen in een studeerkamer zou zitten of op de preekstoel zou staan, zou ik arrogant worden of geen contact meer maken met de mensen in de maatschappij. Ik wil een gewoon mens blijven. Jezus was timmerman, Paulus een tentenmaker. Bovendien: het ligt allemaal niet zo ver uit elkaar. Op de manege staat een pipowagen die als kapel is ingericht. Als mensen hier naar mijn geloof vragen, is daar ruimte voor en vertel ik er net zo graag over.”