‘Mensen staan meer open voor een gesprekje’

Corona of niet, het buurtwerk van het Leger des Heils gaat door, uiteraard op (aan)gepaste wijze. In Wageningen geeft Jolanda Fennema nu op straat en online zumbalessen. “Die mevrouw zei dat ze eindelijk even niet aan haar problemen had gedacht.”

Gepubliceerd: 06 mei 2020 in Samenleving Tekst: Wilfred Hermans Beeld: Goed Folk

“Zumba is relatief eenvoudig, je hebt al snel plezier samen en ondertussen beweeg je intensief. Dat is de kracht van zumba,” vertelt Jolanda via de telefoon. Begin dit jaar begon ze met zumbalessen voor mensen met een smalle beurs. Nu dat door de coronacrisis niet meer binnen kan, zoekt ze naar creatieve alternatieven. “Ik heb een aantal keer op straat gedanst bij mensen die normaliter mijn lessen volgen. Ze dansten vanuit de deuropening mee. Opvallend genoeg sluiten kinderen dan vanzelf aan. We houden in de gaten dat de volwassenen op anderhalve meter afstand blijven.” 

Contact en bewegen
Via haar eigen zumba-instructrice kreeg Jolanda de kans om online zumbalessen te geven. “Dat is heel gaaf, maar toch verre van optimaal. Zumba is voor mij geen doel op zich. Het doel is: contact maken en lekker bewegen. Dat contact ontstaat niet via een instructiefilmpje dat ik doorstuur. Normaliter vraag ik in mijn lessen of iemand naast mij meedanst, en na afloop doen we een high five. Dat kan nu niet. Verder heb ik gespeeld met een aantal kinderen die in moeilijke gezinssituaties zitten en een break nodig hebben; dat ligt nu ook stil. Hun moeders dansen bij mij. Tijdens zo’n online les kan ik niet vragen hoe het thuis gaat. Dat persoonlijke contact mis ik echt.” 

‘Ik denk aan jou’-plek
Toch kleven er voor het buurtwerk niet alleen nadelen aan de coronacrisis, enthousiasmeert Jolanda. “Noodgedwongen ervaren mensen meer rust en ruimte nu hun haastige leven is stilgezet. Voor mijn gevoel staan ze daardoor meer open voor een gesprekje. Het gebeurt vaker dan voorheen dat mensen hier even om de hoek kijken en vragen of al onze vrijwilligers nog gezond zijn, waarna als vanzelf een gesprekje volgt.” 

Verder loopt Jolanda over van de creatieve ideeën. “Ik heb in Wageningen twee ‘Ik denk aan jou’-plekken ingericht; eentje bij ons gebouw, en eentje in een bakfiets waarmee ik rond kan fietsen. Dat is een plek waar je een bloemetje kunt neerleggen als iemand is overleden, omdat een afscheidsdienst niet kan; op de plek bij ons gebouw kun je iets op een hartje schrijven – bijvoorbeeld dat je baalt dat je opa of oma niet kunt bezoeken – en dat vervolgens in een boom hangen. Verder zou ik willen onderzoeken of we kunnen regelen dat mensen hier een maaltijd kunnen afhalen, waarbij je een contactmoment hebt. Dat vraagt nog wat aanpassingen.” 

‘Oh, wat lekker is dit’
“Een mevrouw die vanwege corona nogal in de problemen zit, danst bij mij. Vóór corona zei ze al: ‘Door het dansen heb ik eindelijk even niet aan mijn problemen gedacht’. Nu de gewone danslessen niet doorgaan, merkte ik dat de spanning bij haar opliepen. Ik ben met een speaker naar haar huis gegaan, heb de muziek aangezet en ben voor haar deur gaan dansen, in de hoop dat ze meedeed. Dat gebeurde. Na afloop zei ze: ‘Oh, wat lekker was dit!’”