Mary, did you know?

Ooit, ruim 2.000 jaar geleden, was er een jonge vrouw: Maria. Ze wist dat ze de moeder van de Verlosser zou worden – dat was haar verteld. Maar wat wist ze nu eigenlijk echt? En wat heeft Charissa daarmee te maken?

Gepubliceerd: 20 december 2017 in Geloven Tekst: Menno de Boer Beeld: Ruben Timman

Wist ze wel dat haar zoon op een dag over water zou gaan lopen? Dat Hij de redding zou betekenen voor ons en onze kinderen? Dat Hij de grote Bevrijder zou zijn? Dat Hij een blinde man weer zou laten zien? Dat haar kindje een storm zou kalmeren door de wind toe te spreken? Wist ze wel dat als ze haar baby’tje kuste, ze Gods gezicht kuste? Dat Hij de Heer was van alles wat leeft? Dat het slapende kind in haar armen, de grote God zelf was?

Mark Lowry en Buddy Greene maakten hier ooit een lied over, dat daarna nog door veel artiesten is gezongen: ‘Mary did you know?’ Een lied dat zo prachtig vertelt dat dat kleine kindje, geboren in de eerste Kerstnacht, de Redder van mensen zou worden.  

Maria op de foto

Op de cover staat 'onze Maria': Charissa van Bodegom-van Waarde. Ook zij heeft onvergetelijk verhaal over de geboorte in oktober van haar eerste kindje, Benthe Yris. “Ik had al jaren een kinderwens, maar door een onveilige thuissituatie en een zware depressie, stortte ik in 2010 volledig in. Samen met mijn vriend - inmiddels man - ben ik langzaam weer opgekrabbeld. Ik werd met de dag sterker en voelde mij zelfverzekerder. Ik wilde graag kinderen, maar ik had een vervelende ziekenhuisfobie en omdat je nooit weet hoe een bevalling verloopt, durfde ik mijn kinderwens niet uit te laten komen. Mijn fobie bleef opspelen en ik ging op zoek naar oplossingen. En toen merkte ik op een gegeven moment dat ik zwanger was.

Ik was megablij, maar doodsbang tegelijk. Samen met een bijzondere verloskundige, lukte het om stapjes te zetten. Dan moet  je denken aan: foto’s van een ziekenhuis of arts bekijken, een straatje vlakbij het ziekenhuis in lopen, niet in paniek raken bij het zien van een ambulance. Uiteindelijk lukte het om langs een ziekenhuis te rijden, in de parkeergarage te parkeren en weer weg te rijden. Mijn laatste stap was het bespreken van het ‘geboorteplan’ met een gynaecoloog in het ziekenhuis-restaurant. Normaal gesproken duurt dergelijke ‘exposure-therapie’ jaren, maar die tijd had ik niet meer. Ons kleintje kwam eraan. En ik heb tot het laatst toe stappen moeten zetten. Toen mijn vliezen braken wist ik: nu gaat het gebeuren. Uiteindelijk ben ik thuis in bad bevallen. Daar ben ik megatrots op.”