"Je weet maar nooit wanneer ik het nodig heb”

Guus heeft verzameldrang. De thuiszorg van het Leger des Heils komt eens per week langs.

Gepubliceerd: 03 augustus 2016 in Leven Tekst: Jurjen Sietsema Beeld: Ruben Timman

Guus (72) heeft veel spullen en als er geen grenzen worden gesteld groeit de voorraad boeken, grillapparaten, smoothiemakers, overhemden, pantoffels, poppen en stropdassen met de dag. Totdat het niet meer op zijn etage, twee hoog in het centrum van Amsterdam, past. 

Guus is een ‘hoarder’. Hij heeft verzameldwang. Niet dat hij er zelf ook maar één moment last van heeft. Als het ter sprake komt, legt hij met een omhaal van woorden uit waarvoor hij de spullen die hij verzamelt, nodig heeft. Alles heeft een functie, alles heeft een doel. 

Lege handen

Guus gaat regelmatig de Noordermarkt op, op zoek naar nieuwe spullen. Soms krijgt hij overgebleven waar mee van de marktkooplui en soms koopt hij er iets nieuws bij. Met lege handen thuiskomen zit er voor hem niet in. Hij vindt altijd wel iets van zijn gading. 

Zoals de rij schaakboeken, waaronder een aantal dezelfde exemplaren. Guus schaakt namelijk graag. Achter zijn stoel ligt een schaakbord. “Daar ben je erg goed in. Toch Guus?”, zegt Leger des Heils-thuiszorgbegeleidster Linda Beverwijk. “Nou”, zegt Guus met een innemend gespeelde bescheiden blik, “Het behoeft nog wel wat training. Het is niet eenvoudig”. Om vervolgens in lachen uit te barsten. Guus is namelijk gewoon hartstikke goed in schaken. 

Van Indonesië naar Friesland

Guus kwam als klein kind met zijn ouders vanuit Indonesië naar Nederland. Ze werden opgevangen in het Friese Oosterwolde van waaruit het gezin een eerste eigen optrekje kreeg in Appingedam (Groningen). Verder is er weinig bekend over Guus zijn jeugd. Een periode waarover hij niet gemakkelijk schijnt te praten. Twaalf ambachten en dertien ongelukken later belandde hij in 1977 in het huis aan de rand van de Amsterdamse Jordaan waar hij nog steeds woont. “Ik heb veel in de productie gewerkt. Dan hier, dan daar.” Als Guus praat maakt hij kleine bewegingen met zijn handen. Alsof hij weer bezig is met het werk, waarover hij eindeloos kan uitweiden.

Hoog opgestapelde spullen

De problemen met zijn verzameldrang komen voor het eerst aan het licht als de Amsterdamse GGD, na klachten over lekkage, poolshoogte komt nemen en een etage aantreft die tot aan de nok toe volstaat met van allerlei spullen. De etage wordt grotendeels leeggeruimd. De tweede tip komt van de praktijkassistente van de huisarts van Guus. Nu komt het Leger des Heils in beeld. De verwarming doet het niet, terwijl het hartje winter is. Linda Beverwijk: “Toen ik hier voor het eerst kwam, stond alles vol. Er was een soort smal pad vanaf de deur waarlangs ik tussen de hoog opgestapelde spullen door kon lopen.” Ze trekt een kast open. De spullen zijn weliswaar geordend, maar Guus heeft ze niet echt (meer) nodig. “In deze kast kun je nog zien hoe het eruit zag op deze hele etage. In de keuken trof ik een enorme hoeveelheid paraplu’s achter het gasfornuis. Allemaal nylon. Als daar vuur bij was gekomen…” 

Boven het vriespunt

De etage wordt door het Leger des Heils grondig opgeruimd en schoongemaakt en de geiser wordt gerepareerd. Met als uitgangspunt ‘drie keer linksaf is ook rechtsaf’ beginnen de mensen van het Leger met een overtuigingsoffensief. “Van mij hoefde het allemaal niet zo nodig weg”, zegt Guus. “Het zijn spullen die ik maar zo eens nodig kan hebben.” “Dat is zo,” zegt Linda, "maar je kunt erbij als je wilt. Ze liggen opgeslagen.” 

Aan de voordeur hangt nog steeds de bouwtekening van de geiser, net als een een uitnodiging voor de ‘house-WARMing-party’ die werd georganiseerd om te vieren dat de temperatuur weer boven vriespunt was. Guus kijkt er naar. Aan zijn gezicht te zien denkt hij er het zijne van. Op een aluminium stellage in de slaapkamer ligt alweer nieuwe buit die hij de afgelopen week heeft opgescharreld. Linda en haar collega, thuiszorgster Julie, houden daarom streng de hand aan de afspraken die inmiddels met Guus zijn gemaakt. Linda: "Als wij hier een paar weken niet zouden komen, ontstaat weer precies dezelfde situatie als voorheen." Alles wat niet in de kast past, mag niet bewaard worden. Guus houdt zich aan de afspraken. De etage ziet er daardoor een stuk leefbaarder en ruimer uit. 

Appeltje voor de dorst

Guus scharrelt wat rond en lijkt te controleren of alles er nog ligt. Zijn spullen hebben waarde voor hem. Wat die waarde is, wordt niet helemaal duidelijk. Wel dat hij verzamelt als een soort appeltje voor de dorst. Hij lijkt zich weinig aan te trekken van de verhalen die Linda vertelt. Ze gaan over hem, maar ook weer niet. “Weet u aan wie u mij doet denken?” vraagt hij ineens. “Aan Emile Ratelband”. En daar verschijnt weer de wat mysterieuze lach die hij in het gesprek vaker laat zien. 

Niet bewust

“Guus is een lieve en zachtaardige man”, zegt Linda. “Toch weten we niet altijd wat er in hem omgaat.” Linda vertelt dat hoarders moeilijk van hun verzameldwang afkomen. “Deze mensen zijn zich niet bewust van wat ze doen. Dat maakt het moeilijk. Voor Guus is het volslagen normaal dat hij telkens met nieuwe spullen thuiskomt. Wij kunnen helpen door te zorgen dat hij en zijn omgeving geen gevaar lopen en te zorgen dat zijn huis leefbaar blijft. Dat lukt mede doordat Guus zich door ons láát helpen."