"Je hebt hoop nodig om te kunnen overleven"

Prabath is hoofd van de sectie acute geneeskunde van de afdeling interne geneeskunde in het VU Medisch Centrum in Amsterdam. Als arts komt hij dagelijks in contact met zieke mensen.

Gepubliceerd: 13 maart 2017 in Leven Tekst: Menno de Boer Beeld: Wendy Bos

“Ik heb hier te maken met mensen die acuut hulp nodig hebben. En dan bedoel ik geen traumapatiënten die bijvoorbeeld een ernstig verkeersongeluk hebben meegemaakt, maar mensen die zware infecties hebben of andere ernstige ziektebeelden zoals intoxicaties. Vergelijk ons maar een beetje met dokter House,” grinnikt hij.

Sterven hoort niet meer bij het leven

Er zijn volgens Prabath twee dingen die opvallen als het om ziek zijn en overleven gaat: “Hoop en relativeringsvermogen. Kankerpatiënten vind ik altijd heel bijzonder. Zij laten vaak niet alleen een sterke wil om te overleven zien, maar zijn ook in staat om het leven op waarde te schatten. Zij waarderen meestal heel erg wat ze hebben. De meesten zien de dingen beter in perspectief. In de westerse samenleving hoort sterven niet meer bij het leven. Dat stoppen we weg. Kom je in mijn geboorteland, dan is dat heel anders. Daar is dood een onderdeel van het leven. Het hoort erbij. Hier hangen we heel erg aan het leven en de dagelijkse gang van zaken. Tegenslag kunnen we maar moeilijk een plek geven. Vandaar ook dat mensen in het Westen vaak minder tevreden zijn. Als je ziet hoeveel mensen langdurige psychosociale zorg nodig hebben, dan is dat schrikbarend. Ik denk dat dat alles te maken heeft met de individualistische manier waarop we in het Westen leven.”

Het beste van jezelf voor de ander

“Nederland is een ontzettend rijk land. Daar staan we niet altijd bij stil, maar het is gewoon zo. We maken ons hier druk om de zegeltjes van de supermarkt, terwijl mensen in andere delen van de wereld ’s ochtends wakker worden en niet weten of ze die dag wel te eten zullen hebben. Economische belangen zijn hier zo enorm, dat iedereen in paniek raakt als Groot-Brittanië de Europese Unie verlaat. Niet omdat we dan morgen niet te eten hebben, maar puur vanwege de onzekerheid die dan rond onze welvaart ontstaat. We groeien op in een samenleving waarin we het beste uit onszelf willen halen. Voor onszelf.  En dat vind ik jammer. Ik ben opgevoed met het idee dat je het beste uit jezelf moet halen voor de ander. Net als bij het Leger des Heils,” knipoogt de internist.

Verlies van hoop is de grootste armoede

Prabath zwijgt even en vervolgt dan: “Overleven is een kwestie van hoop. In tijden van onzekerheid, is hoop de belangrijkste factor. Of je nu ernstig ziek bent, of als vluchteling in een onbekend land terechtkomt, of je baan verliest… Als er hoop op verbetering is, blijf je vechten. Maar raak je die hoop kwijt, dan is dat de grootste armoede. Mensen hebben hoop en perspectief nodig om te overleven. En daarbij hebben we elkaar heel hard nodig.”

Elkaar helpen

Hij geeft een voorbeeld uit de ziekenhuispraktijk: “Ik liep hier laatst langs een oudere man op de gang. ‘Jij bent Prabath Nanayakkara’ zegt hij ineens. ‘Hoe ken jij mij?’ vroeg ik. ‘Nou, ik ben jaren geleden heel erg ziek geweest, een zware longontsteking. Toen ik hier binnenkwam zei u tegen mij: ‘wees niet bang, het komt goed’. Zes weken heb ik op de intensive care gelegen en telkens als ik wakker werd, klonken die woorden in mijn hoofd. Dat heeft mij erdoorheen gesleept. Dank u wel daarvoor…’ Mooi hè? En ik heb eigenlijk niets gedaan, alleen maar een beetje hoop gegeven met dat ene zinnetje.” Hij voegt toe: “Soms is er ook geen hoop op genezing natuurlijk. Als patiënten terminaal zijn, kun je niks meer voor hen doen. Daar moet je dan ook eerlijk over zijn. Laatst kwam iemand voor een second opinion. Ik kon helaas geen hoop bieden. Dat heb ik eerlijk gezegd in een open en prettig gesprek. Later kreeg ik een kaartje van die mensen met een bedankje voor de goede zorg… Ook hier geldt: het beste uit jezelf halen, voor de ander. En mensen herkennen dat. Ze weten precies of je om hen geeft.”

Drie kilo bagage en een visum voor een maand

Als voormalig vluchteling weet Prabath ook uit zijn eigen leven wat het betekent om te overleven. “En daarbij heb je altijd die ander nodig. Ik studeerde geneeskunde in Sri Lanka, maar moest stoppen vanwege de oorlog. Ik ben de muziek in gegaan en had zelfs een nummer-één-hit. Bij een optreden ontmoette ik een Nederlandse die mij uiteindelijk een ticket naar de westerse wereld bezorgde. Zij geloofde in mij en bood mij hoop. Ik kwam in 1989 berooid op Schiphol aan met drie kilo bagage en een visum voor een maand. Dat was alles. Ik wilde mijn studie in Nederland afronden. Dus stuurde ik alle universiteiten een brief met ‘help mij alstublieft om mijn studie af te maken’. De VU in Amsterdam was de enige die reageerde. Ik werd toegelaten en heb mijn doctoraal heel snel afgerond. Toen wilde ik coschappen gaan lopen, maar ik had geen cent. Toch waren er ook toen mensen die in mij geloofden en via een privéstichting werd alles betaald. Zonder die anderen had ik het niet gered. Zij gaven mij hoop waardoor ik kon overleven en dat heeft in een prachtige carrière in Nederland geresulteerd.”

We zijn het zicht op de ander kwijtgeraakt

Hij besluit: “We zijn hier in Nederland zo rijk, dat we al onze zegeningen niet meer goed zien. Het is heel gewoon geworden om op je zestiende een vakantie naar de Verenigde Staten te boeken. Ik kon op mijn zestiende niet eens een buskaartje betalen. We zijn onze voorspoed heel gewoon gaan vinden. En daarmee zijn we individualistischer geworden. Het draait allemaal om onszelf. We zijn het zicht op de ander kwijtgeraakt. En juist daar gaat het mis. Als er vluchtelingen komen uit landen waar geen hoop meer is, dan kijken veel mensen alleen naar zichzelf. Ik begrijp dat wel een beetje hoor. Men is bang dat alles waarvoor men hard heeft gewerkt in deze samenleving, ontwricht raakt door de komst van veel vluchtelingen. Het is een verstoring van onze leefwereld. Overleven vereist aanpassingsvermogen. En als we daarbij wat meer naar de noden van de ander zouden kijken, kan dat hele positieve effecten hebben. Mensen worden beter als we er voor hen zijn. Mensen worden leuker als we er voor hen zijn. Mensen gaan elkaar meer waarderen als we er voor elkaar zijn. Overleven begint met hoop. En hoop is iets wat we elkaar kunnen bieden.”