Jan Anne, plastic hero

Jan Anne Bos verafschuwt verspilling. Van spullen, eten en natuur. Daarom fietst hij elke werkdag zo’n tachtig kilometer om plastic spulletjes te redden die onterecht bij het plastic afval zijn gedumpt. Hij leeft van het statiegeld van de plastic flessen die hij inlevert, en van wat de supermarkten weggooien. Strijdkreet fietst een ochtend mee. “Toen ik net begon, weende ik tijdens het fietsen. Zoveel mooie spulletjes zaten ertussen.”

Gepubliceerd: 21 januari 2019 in Duurzaamheid Tekst: Wilfred Hermans Beeld: Madame Forêt

“We gaan hier linksaf. Ik weet waar ik meestal iets kan verwachten, en er zijn altijd plekken waar mensen hun plasticzakken niet dichtknopen. Als er dan een hond tegenaan loopt of een auto overheen rijdt, levert dat een ongelooflijke bende op. En als mensen hun patatbakjes niet leegeten, dan doen de katten het ’s nachts. Kijk, deze wasmand is gescheurd, maar het is hardplastic, dus dat mag er niet in. Officieel moet de ophaaldienst dit laten staan, maar tien tegen één dat ze het meenemen. Ah, een ongebruikte brooddoos. Die nemen we mee. Waarschijnlijk heeft iemand z’n keukenkastjes opgeruimd.” 

Mag je zomaar in andermans afval graaien? “Jazeker. Er zit genoeg tussen wat je kunt hergebruiken. Heel soms moppert iemand, waarschijnlijk een man met pensioen, dan moet je iets. Meestal helpt het dan als ik uitleg wat ik doe.”

Wat zeg je dan? “Dat ik de duurzaamheid bevorder. Ons afvalsysteem is bedacht om minder grondstoffen te verbruiken. Dan moet je vervolgens niet nieuwe spullen weggooien die ook naar de kringloop, je buren of een kinderdagverblijf kunnen. Ik heb weleens tegen een AH-medewerker gezegd, toen hij vroeg waarom ik tussen hun zakken rommelde: ‘Op uw boeketten zit een sticker met de tekst Want weggooien is zonde. Dus ik verleen u absolutie, want ik neem uw zonden weg’.
Soms zegt iemand: ‘Waar ga je met die tuinstoelen naartoe?!’ Dan zeg ik: ‘Misschien wel naar u, wat is het u waard?’ Dan bieden ze een tientje. Als ze willen, breng ik ze er later nog drie, dan heb ik veertig euro. Een paar jaar geleden vroeg een biologische boer of ik kon uitkijken naar plasticstoelen, voor studenten die zijn boerderij bezochten. Binnen twee jaar heb ik hem dertig stapelbare stoelen geleverd.” 


Vind je het niet vies, graaien in andermans afval?
“Een beetje toetsenbord is veel viezer, zeker op je werk. Die vind ik trouwens geregeld, toetsenborden. Het is plastic, maar geen verpakkingsplastic, dus hoort het niet bij het plastic afval. Zo vind ik ook geregeld Maxi Cosi’s. Zegt de eigenaar: Daar zat m’n kleinkind in verpakt’.

Wekker om tien over vier 
Het is negen uur. Terwijl journalist en fotograaf de slaap nog maar eens uit de ogen vegen, is Jan Anne de frisheid zelve. Zijn wekker gaat elke ochtend om tien over vier, om de PKW voor te zijn. “Perskraakwagen,” verduidelijkt hij, “de officiële term voor vuilniswagen.” In bed blijven liggen is geen optie. "Dan heb ik geen inkomsten en ik heb toch vaste lasten zoals de basisverzekering, en fietsreparaties, want ik fiets jaarlijks meer dan twaalfduizend kilometer. Om elf uur ’s avonds is het werk zo ongeveer gedaan. Ja, er is een hoop Ausdauer voor nodig, zegt Jan Anne, die in een ver verleden Duits studeerde.  

We zijn vandaag in Nieuwegein. Om de week fietst hij hier of in Houten. Daar worden de restkliko’s maar één keer per maand geleegd. Jan Anne vermoedt dat hij daar om die reden vaak verkeerd afval bij het plastic aantreft. Recent nog drie zakken vol piepschuimbolletjes, drie stofzuigers en een klapkrat. “Vorig jaar had ik begin november een bijzondere meevaller van 42 euro. Toen werden alleen nog doorzichtige zakken gebruikt. Nu bestaat driekwart uit ondoorzichtige klikobakken, waardoor ik veel misloop. Het vreet aan me dat de gemeenten Nieuwegein en Houten mij weliswaar mondeling waarderen en stimuleren, maar me niet financieel willen steunen, waardoor ik al ruim vier jaar van mijn zorgtoeslag moet leven, zonder loon, ww of bijstand. Die gemeenten zijn als iemand die zegt: ‘Ik wil best vegetariër zijn, maar niet tijdens het eten’.”

‘Hier hoopte ik op. Halveliterflesjes’

Excel-wensenlijst 
Alles wat te groot is om mee te nemen,zet Jan Anne in de tuinen van vrienden, om het ’s avonds alsnog op te halen. De rest geeft hij weg. Daartoe houdt hij een Excel-lijst bij met daarop zo’n dertig adressen. Per adres staat genoteerd wat de wensen zijn, en soms beslaat dat wensenlijstje drie A4’tjes: zandbakspeelgoed, bestek, een sinaasappelpers, een GFT-bakje – als het maar van plastic is. Elke avond legt Jan Anne de vangst van de dag naast de wensenlijsten. Is er een match, dan brengt hij het spul langs, of laat het ophalen. Eén keer per jaar is het kassa: dan verkoopt hij spullen op Koningsdag, wat al gauw twee- á driehonderd euro oplevert. Ook zet hij weleens wat op Marktplaats. De foto’s daarvoor maakt hij bij zijn buurman. “Op zo’n foto moet de omgeving natuurlijk leeg zijn, en dat is het bij mij thuis niet.”  
Thuis staat alles geparkeerd wat hij niet kwijt kan. Maar de limiet is inmiddels redelijk bereikt, vertrouwt hij ons toe, en een kijkje nemen zit er dan ook niet in.  

We trappen stevig door. Dan, midden in een zin, stopt Jan Anne, stapt af en knoopt bliksemsnel een paar plasticzakken los. “Hier hoopte ik op. Halveliterflesjes. In Nederland zit daar geen statiegeld op, maar in Duitsland wel. Van deze kleine flesjes kan ik gemakkelijk een hele zak meenemen in de trein.”

Door de Geest ingegeven
Zonder te hijgen vertelt Jan Anne dat hij 49 jaar is. “En honderd dagen, zoiets.” Zes jaar geleden raakte hij werkloos na de zoveelste reorganisatie bij zijn voormalige werkgever Bruna, waar hij hoofd van de retourafdeling was. Een tijdje ontving hij een uitkering, maar dat hield ‘ie al snel voor gezien. Op de bijbehorende sollicitaties krijg hij steevast niets te horen, óf dat ‘ie te oud was. “Uit verveling fietste ik wat rond in de wijk en zag dit soort plasticzakken staan. Mij viel op dat er veel statiegeldflessen tussen zaten, dus die viste ik eruit. Daar begon het mee, en ik kreeg er steeds meer plezier in. Inmiddels zeg ik: de Heer heeft het op mijn pad gebracht. Het is me door de Geest ingegeven, al zeg ik dat liever over een ambt. Afvalscheiding heeft met de heelheid van de schepping te maken. Mensen zeggen weleens: ‘Je bent gek dat je dit doet, je krijgt er niet eens voor betaald!’ Nou, dan zal ik wel gek zijn.” 

Een scooter scheurt met veel lawaai voorbij. “Gifspuiters!”, fulmineert Jan Anne. “Je kunt qua fijnstof nog beter achter een vrachtwagen fietsen.” We stoppen bij een volgende verzameling vuilniszakken. “Hier had ik me afgelopen zomer toch een klapper! Ik moest er twee keer voor fietsen, iemand had z’n schuurtje opgeruimd. Zes-en-negentig flessen. Da’s toch 24 euro. Voordat jullie vanmorgen kwamen, vond ik een nieuwe wasmand met een klep, én een winkelmandje van de supermarkt. Die kost tussen de veertig en honderd euro. Als ik ‘m inlever, krijg ik daar meestal een taart voor terug.”  

Nooit boodschappen doen
Elke avond gaat Jan Anne ‘skippen’. Hij duikt dan de vuilniscontainers van supermarkten in om daar alles wat nog eet- en drinkbaar is, ertussenuit te vissen. En dat is zoveel dat hij nooit boodschappen hoeft te doen. Eergisteren nog dertig liter vla. En vier tompoezen, maar dat konden er net zo goed veertig zijn. Voor een buurtfeest bracht hij vijfendertig vlaaien mee, de overige vlaaien kreeg hij niet meegezeuld. Qua omvang – hij wijst op z’n buik – zou hij beter alleen salades kunnen meenemen. Er valt niet tegenop te eten, zegt ‘ie. En dat het maar goed is dat ‘ie dagelijks tachtig kilometer fietst.

Voor een buurtfeest bracht hij vijfendertig vlaaien mee

“Ik skip voor duizenden euro’s per maand, zeker als er veel vlees, wijn en koffie is weggegooid. Helaas kan ik het niet verkopen, anders zat ik inmiddels ruim boven de Balkenende-norm. Ach, bij de Bruna verdiende ik netto twaalfhonderd euro per maand, daar kon ik ook van rondkomen.”  

’s Avonds brengt hij, weer per fiets, de geskipte boodschappen bij stadsgenoten aan huis. “De meeste mensen aan wie ik de boodschappen lever, zitten in een soortgelijke situatie als ik. Ze hebben bijvoorbeeld een torenhoge hypotheek waardoor ze niet naar de Voedselbank mogen. Maar ik vind veel meer eten dan dat ik kwijt kan, dus ik geef het ook aan mensen die niet moeilijk doen over de houdbaarheidsdatum; want er zijn zat mensen die behalve de Heilige Schrift, het Heilig Avondmaal en de Heilige Doop ook de Heilige Datum kennen.”

Drie uur ’s middags ontbijten
We zitten inmiddels een paar uur op de fiets. Het is koud. Ondanks zijn postuur is er bij Jan Anne geen spoor van vermoeidheid te ontdekken, terwijl hij vanmorgen alleen een banaan gegeten heeft. “Met een volle maag fietsen is niks. Soms eet ik pas om drie uur ’s middags voor het eerst, vanwege tijdgebrek. Dan knort m’n maag weleens ja, maar dan knor ik terug.”

Hij brengt ons naar het schuurtje onder zijn flat. Dat puilt ook uit, net als zijn woning, maar hier mogen we kijken. We zien speelgoed, kratten met tompoezen, gevulde zoete pepertjes, kartoffelsalades, chocola, balsamicoazijn, Optimel, vla. En een handjevol gieters. “Vaak zijn die kapot gevroren, omdat mensen ze in de winter buiten laten staan. Als er water in staat op het moment dat ik ze vind, weet ik: die is niet lek. En deze statiegeldkratjes zijn van boodschappen die aan huis zijn bezorgd. Die kratjes leveren vier euro per stuk op, als ik de verfresten eraf haal.” 

Wat is het mooiste dat je ooit hebt gevonden?
“Peuterspeelgoed. Een mannetje met vier voeten, blauw, rood, geel en groen. Je moet er van bovenaf een balletje ingooien, zonder te weten waar het er weer uitvalt. Het is een spelletje om de motoriek te bevorderen. Ik heb in de winkel gekeken wat het nieuw kost: 99 euro. Ik had er drie gevonden. Op Koningsdag boden ze tegen elkaar op. De laatste stond te koop voor vijftien euro, maar ik verkocht ‘m voor 35.”

Overweeg je nooit eens om een deel weg te brengen?

Verontwaardigd: “Naar het aanbiedstation van de gemeente? Natuurlijk niet! Dan wordt het vernietigd, en dit móet niet vernietigd, maar hergebruikt worden.”

Deprimeert het je weleens, als je ziet hoe slordig mensen met hun afval omgaan?
“Nee. Dat heeft ook te maken met gewenning. Toen ik net begon, weende ik tijdens het fietsen. Zoveel mooie spulletjes zaten ertussen. Of mensen stonden vier prachtige kinderstoeltjes kapot te zagen omdat het anders niet in de zak past. Ik ben dus wat afgestompt; maar goed ook, anders houd ik geen zakdoek meer over.”

De ochtend is voorbij, we houden het voor gezien. Jan Anne is pas net goed op dreef, lijkt het. Bij het afscheid vertelt hij dat het nog maar de vraag is hoe zijn werkzaamheden er komend jaar uitzien.“Dit jaar heeft de gemeenteraad Nieuwegein in zijnwijsheid besloten het plastic afval in te zamelen via een opening in de grond, net als bij glas. Dan houdt mijn werk hier op en halveert mijn inkomen. Maar ik zie het plastic niet als mijn geesteskindje. Ik mocht een tijdje onder de wonderboom zitten, net als Jona. Toen de boom verdorde, begon hij te foeteren. Ik zal mij zeker niet aan die steen stoten, maar uitzien naar de andere wonderen, die de Here zal doen.”