‘Ik zette de meeste tattoos toen ik in duisternis leefde’

Als kind werd Lydia gepest. Haar ouders scheidden, Lydia werd rebels en belandde op haar zeventiende voor vijf maanden in de jeugdgevangenis. “In mijn nek staat een oog met een traan. Als ik terugkijk op mijn leven, zie ik veel verdriet.”

Gepubliceerd: 16 juni 2019 in Leven Tekst: Wilfred Hermans Beeld: Scott Gorman

Lydia (26): “Ik groeide op als een vrolijk meisje. Vanaf mijn vierde kwam ik langzamerhand in een spiraal van steeds grotere ellende terecht. Mijn ouders scheidden, en dat ontwrichtte me. Wat ik veilig achtte, bleek niet veilig meer. Kort daarna begon het pesten op mijn basisschool, omdat ik het enige getinte meisje was. Ik voelde me klein en ongezien. Op school en thuis werd ik rebels, wat steeds erger werd. Ik probeerde de leegte te vullen met vriendjes, drugs, drank, tattoos, piercings, criminaliteit. Het ene verdoofde me, het andere gaf een kick, of bevestiging. Alsof ik mezelf steeds even een shot gaf.”

Gehypnotiseerd
“Mijn eerste tatoeage, de muzieknootjes, zette ik op mijn dertiende. Gewoon, omdat ik van muziek houd. Er was eindelijk een getinte jongen in ons dorp komen wonen, en hij kende iemand die tattoos zette.

De tattoo van mijn enkel tot mijn heup liet ik zetten toen ik negentien was. Ik had een relatie met een tatoeëerder en zat in een overbruggingsfase, tussen mijn diepste wanhoop en het vinden van een nieuw leven. Van boven naar beneden staat er: We are hypnotized by us. We zijn gehypnotiseerd door onze eigen vrije wil, zijn vaak blind voor wat we echt nodig hebben en kiezen dus voor het kwade. Vandaar ook die onafgemaakte boom van kennis van goed en kwaad, uit het paradijs. De doodskop staat voor de dood – de consequentie van kiezen voor het kwaad.

Gek genoeg hebben mijn meeste tattoos een religieuze onderlaag, terwijl ik op het moment dat ik ze zette in de duisternis leefde. Wel namen mijn ouders me vroeger mee naar de kerk, wat ik geweldig vond. Hoe rot mijn leven ook kon zijn, dat zaadje, iets van een Godsbesef, was geplant. Daarom heb ik ook blessedop mijn hand gezet. Ik herinner me een fragment uit mijn dagboek waar stond: Sorry God, voor wat ik mama allemaal aandoe, het lijkt wel alsof ik het niet zelf doe– zoiets.”

Neergestoken
“Op een gegeven moment kreeg ik een relatie met een tien jaar oudere jongen uit Amsterdam, een rapper. Eén van zijn ex-vriendinnen bedreigde me, dus ik droeg een mes op zak, uit zelfbescherming. Inmiddels had ik geen contact meer met mijn ouders, geen vrienden, ging niet meer naar school, ik rookte wiet en dronk alcohol. Deze jongen was mijn laatste zekerheid. Toen ik ontdekte dat hij vreemdging, draaide ik door. Ik ging naar hem toe om verhaal te halen; in een worsteling om binnen te komen, stak ik hem neer. Gelukkig overleefde hij het. Uiteindelijk kwam de politie en belandde ik in de jeugdgevangenis, voor vijf maanden. Dat was voor mij het kantelpunt, het was een kwestie van leven of dood, maar ik zag niet meer voor me hoe ik verder moest leven. Mijn Godsbesef was er nog steeds; ik herinner me dat ik het uitschreeuwde: God, als U er bent, heb ik U écht nodig.”

Niet stoppen met huilen
“In de gevangenis kreeg ik van een tante christelijke boekjes en cd’s, en er was een kapelletje waar ik elke zondag naartoe ging. Op onverklaarbare wijze gaf me dat rust. Ik begon in de Bijbel te lezen en kreeg een reclasseringsmedewerker toegewezen die toevallig christen was. Ik geloof dat God dit allemaal op mijn pad heeft gebracht. Mijn reclasseringsmedewerker had het lef te vragen of ik een keertje mee naar de kerk wilde. Niks voor mij, dacht ik, maar ik voelde me nog steeds zo leeg en eenzaam dat ik later stiekem toch eens ging. In die kerk was het alsof er een waterval van liefde over me heen werd gestort. De mensen waren zo lief dat ik me afvroeg of ze wel nuchter waren! Ik kon niet meer stoppen met huilen, dat kleine eenzame meisje voelde opeens alsof ze werd omarmd. Ik besefte: hier moet ik het zoeken.”

Strijdersvrouw
“Ik heb diverse tatoeages die me herinneren aan mijn verleden, bijvoorbeeld de initialen van mijn ex-vriend. Maar ik heb daar geen spijt van. Ik wil niet blijven hangen in schuld en schaamte, mezelf geen verwijten blijven maken. De keuzes die ik vroeger maakte, heb ik niet bewust gemaakt. Pijn moet helen. Toen ik net opklom uit een depressie, zag ik een foto van deze strijdersvrouw – dat zie ik er zelf althans in. Ze heeft twee muizen gevangen. Ik zocht in die periode naar betekenis, en deze afbeelding weerspiegelt die zoektocht, een periode van strijd.

Deze tekst op mijn arm is mijn laatste tattoo: You’re grace is sufficient, 2 Korinthe 12:9. Na een jaar strandde de relatie met weer een foute jongen, waardoor ik me opnieuw gebroken voelde en afleiding zocht. Een nieuwe prikkel, een nieuwe tattoo. Net voordat ik de tattooshop wilde binnenstappen, kwam deze bijbeltekst in mijn gedachten. Alsof God zei: je hebt die oude patronen niet nodig, mijn genade is genoeg voor jou. Daarom is deze tattoo mijn laatste.”