'Ik wilde niet eindigen als een triest berichtje in de schoolkrant'

Toen zijn opa overleed en een antwoord op grote zingevingsvragen uitbleef, verdoofde de romanschrijver Geri Fako zijn onrust met veel drank; een depressie en enkele zelfmoordpogingen volgden. “Ik dwong mezelf namen op te noemen van mensen voor wie ik nog iets kon betekenen.”

Gepubliceerd: 31 januari 2018 in Leven Tekst: Wilfred Hermans Beeld: Margriet Alblas

Hij bestelt ijsthee. Altijd. Geen koffie, geen alcohol. Geri Fako (20) – artistieke look, filosofische inslag – kiest zorgvuldig, traag bijna, zijn woorden. “Tussen mijn vijftiende en achttiende heb ik aardig wat verdovende middelen geconsumeerd, tot ik vlak na m’n achttiende verjaardag mijn eerste paniekaanval kreeg. Ik had net een avondje hasj en wiet door elkaar gerookt. Sindsdien kan ik niet meer tegen cafeïne en wil ik mezelf niet meer verdoven met drank en drugs.” Hintend op de sigaret toen we elkaar ontmoetten: “Alleen soms nog wat nicotine.”

Niets is blijvend

De problemen beginnen eerder. Geri’s ouders scheiden, en als Geri vijftien is, overlijdt zijn opa, de spil van de familie. Een traumatische ervaring. “Ik dacht: niets is blijvend, het leven is zinloos. Alsof er een rotsstuk afbrak die een lawine veroorzaakte. Ik voelde me ook schuldig omdat ik mijn opa nooit heb verteld hoe belangrijk hij voor me was.” 

Geri kan zijn emoties niet goed verwerken. Hij blijft zoeken naar zin, maar vindt geen antwoord. “Veel drinken troostte me, daardoor kwam de banaliteit van het leven niet meer in alle heftigheid op me af. Later ontdekte ik dat daar ook nog een stevige depressie onder zat – een familiekwaal.”

Nog één kans

Een paar keer kijkt Geri naar eigen zeggen de dood in de ogen. “Ik ben niks meer waard, zo voelde het. Ik stond op m’n koffietafeltje, met een riem aan het stapelbed en om mijn nek. Dit is het dan, dacht ik. Toch was er iets dat me tegenhield. Ik dacht: misschíen kan ik nog wat betekenen in deze wereld, al zou ik nu niet weten wat. Ik wilde het leven nog één kans geven, ondanks alles.” 

Geri dwong zichzelf namen op te noemen van mensen voor wie hij nog iets kon betekenen. “Ik dacht aan mijn moeder. Het duurde een tijdje voor ze mij kreeg, en mijn dood zou voor haar niet te verteren zijn. Ook dacht ik: als ik nu zelfmoord pleeg, word ik zo’n triest berichtje in de schoolkrant. Zo wilde ik niet eindigen." Geri begint te schrijven. "Ik begin met mijn boek met de woorden 'Als dit af is, kan ik rustig sterven'. Maar vervolgens gaf alleen al het idee dat mijn boek zou worden uitgegeven mij zó’n levensvreugde dat zelfmoord opeens ver weg was. Als ik uit het leven was gestapt, zou dat voelen alsof ik nog niet eens een kras op de steen van de aarde had kunnen zetten.”

Oprecht menselijk contact

Tegenwoordig slikt Geri nog steeds antidepressiva, en eergisteren had hij nog een paniekaanval. Maar hij heeft manieren gevonden om ermee om te gaan. “Als ik niet actief bezig ben, verlies ik de realiteit en krijg ik het beknellende gevoel dat ik droom. Dus maak ik elke week muziek met vrienden, ik lees veel en fotografeer. Zolang ik mezelf bezighoud, heb ik geen tijd om in mezelf gekeerd te raken.”

Ook de zoektocht naar de zin van het leven houdt Geri gaande, maar niet meer op een uitputtende manier. “Ik weet nu dat ik anderen nodig heb om de zin van het leven te ontdekken. Doordat hechte vrienden me naar buiten bleven trekken, ontmoette ik andere mensen. Voor ik het wist, begaf ik me weer in een interessante wereld. Dat gaf me weer het gevoel dat ik er toe deed. Het doel van mijn leven begint bij oprecht menselijk contact, elkaar in de ogen kijken in plaats driewoordenberichtjes via Whatsapp.”

Drijvende kracht

“Door mijn oma ben ik min of meer gedwongen communie te doen in de katholieke kerk. Door die dwang wilde ik er later juist van loskomen. Ik heb veel existentiële filosofie gelezen. Sartre en Camus zeggen dat het leven zinloos is. Daar voel ik me niet bij thuis, ik geloof dat er een drijvende kracht achter het leven zit. Die kracht hield me overeind, zorgde dat ik mezelf uit bed en naar school sleurde. Noem dat God, noem het liefde, of onze menselijke connectie. We leven niet per toeval. Ik wíl geloven dat er een bedoeling met dit leven is, en naar die bedoeling blijf ik zoeken.

Eén van mijn beste vrienden worstelt ook met een depressie, hij slaapt nauwelijks en zit al vier jaar thuis. Als we samen zijn, praten we over die drijvende kracht en wakkeren we bij elkaar de drang aan om iets te creëren. Dan zíe ik hem opleven.”

Taboe

Geri hoopt dat zijn roman Pomegranates – met veel autobiografische elementen en een scheutje fictie – een conversatiestarter is over die zoektocht. “Heel cheesy, maar al helpt mijn boek één iemand verder op weg, dan is dat al geweldig.”

Er rust nog steeds een taboe op mentale ziektes, merkt Geri. “’Doe eens vrolijk’, zeggen ze dan, maar dat is hetzelfde als tegen iemand met een gebroken been zeggen: 'ga eens hinkelen'. Tegelijkertijd is hulp vragen als je depressief bent heel moeilijk. Wat ik vooral miste, was begrip van mijn omgeving. Wat ik mensen dus vooral wil aanraden, is om naar elkaar te luisteren. Daar gaat meer helende kracht van uit dan je zelf misschien denkt.”