"Ik wilde dood, maar bleek opeens zwanger"

Vanessa was 23 jaar verslaafd aan harddrugs. Ze werkte als straatprostituee, maar trok het leven niet meer. Terwijl ze probeerde een overdosis heroïne te nemen, bleek ze zwanger.

Gepubliceerd: 11 oktober 2017 in Leven Tekst: Willemijn de Jong Beeld: Madame Forêt

Als je naar haar kijkt, zou je niet zeggen dat Vanessa het grootste gedeelte van haar leven verslaafd is geweest. Ook niet als je haar vrolijk een verhaaltje ziet voorlezen aan haar tweejarige zoontje Willem. Of als ze liefdevol hond Bertus vastpakt. In haar appartement vol gekregen spullen (“Alles wat hier staat heb ik gekregen, het meeste via het Leger”) vertelt ze hoe haar leven zó drastisch veranderde.

Weg van huis

“Ik dronk op mijn zestiende al een halve liter sterke drank per dag en snoof twee of drie gram coke per dag. Ik kwam uit een klein dorpje; toen ik naar school ging in de grote stad, wilde ik alles proberen. Maar natuurlijk is er iets mis als je meteen zo heftig gebruikt. Ik was een lastige puber, op mijn zestiende liep ik weg om bij een vriendje te gaan wonen. Dat duurde niet lang – ik ging in een bar werken en verdiende bij door met mannen naar bed te gaan die ik daar tegenkwam. De hotels waren meteen ook mijn thuis. Ik zag al jong pornoboekjes. Mijn vader had een uitgeverij waar hij deze publiceerde. Ik had dus al een vertekend beeld van seks. De stap was voor mij niet groot om daar ook geld voor te vragen.”

“Ik werkte als straatprostituee op de Europalaan in Utrecht en bij de bekendste club van Amsterdam: Yab Yum. Ook op de illegale tippelzone achter het station in Amsterdam was ik vaak te vinden. Ik dacht helemaal niet na of ik het wel wilde, ik moest gewoon werken zodat ik m’n drugs kon betalen. Ik heb vastgezeten, ben dakloos geweest en ben altijd zijdelings in contact geweest met hulpverlening. Maar afkicken lukte me niet. Ik ben in 2014 een keer succesvol opgenomen geweest in een kliniek. Weet je, ik wilde zo graag moeder worden. Maar dat kon niet met deze levensstijl. De dokter vertelde me dat mijn lichaam dat niet aan zou kunnen. Eén van mijn eileiders was kapot en ik was waarschijnlijk vervroegd in de overgang. Het was een afschuwelijke tijd, maar ik ben toen toch clean geworden.”

“God, U maakt een grapje!"

Die is gek daarboven

“Maar ik viel weer in mijn oude leven terug. Dat was een enorme teleurstelling. Ik haatte mezelf erom. Ik kan dit gewoon niet, dacht ik. Ik begon veel te hoge doseringen heroïne te spuiten. Maar ik ging er niet dood van. Echt, ik spoot overdoses, maar het leek wel of ik niet dood te krijgen was. En ik wilde er zo graag uitstappen. Mijn lichaam deed ook gek. M’n borsten werden groter. Op een dag deed ik maar een zwangerschapstest. Ik geloofde niet wat ik zag.” Er springen tranen in Vanessa’s ogen terwijl ze het vertelt. Ze gaat voor het raam staan en doet voor hoe dat moment voor haar was, haar hand in de lucht: “God, U maakt een grapje! Is het papiertje nat geworden en zouden de streepjes nu niet kloppen? Die is gek daarboven!”

“Ik ben meteen naar mijn moeder gegaan, en samen zijn we naar het ziekenhuis gegaan. Ik was zo verslaafd, het is natuurlijk heel gevaarlijk om dan zwanger te zijn. Maar het gekke was: ik was zo diepgelukkig met dit nieuwe leven in mijn lichaam. Mijn moeder zei toen: Dit is misschien het enige dat je reden genoeg geeft om echt af te kicken. En dat was zo. Voor Willem werd ik clean. Hij heeft mijn leven gered. En hij heeft er niets aan overgehouden, dat is ook zo’n wonder. Het is een enorm gezond, slim jongetje. Ik word soms bang als ik zie hoe goed en snel hij ontwikkelt.”

"Voor Willem werd ik clean. Hij heeft mijn leven gered."

Ik heb je vergeven

Het is Willem die Vanessa ook de goedheid van God heeft geleerd. “Ik heb in de afkickkliniek wel een ervaring van God gehad. Ik bad ook constant: “God, haal alles bij me weg wat niet van U is.” Daar hield ik me aan vast. Maar door je psychische problemen weet je soms niet wat realiteit is en wat niet. Ik heb wel eens echt de stem van God gehoord. Toen ik de film ‘The Passion of the Christ’ keek, hoorde ik een stem tegen mij zeggen: Ik heb je vergeven, mijn kind. Daar hield ik mezelf aan vast. Het is moeilijk om jezelf te vergeven als je zo’n junk bent. Maar ik weet dat God me vergeeft. Dat heb ik nodig om in de spiegel te kunnen kijken.”

“Toen ik terugviel in gebruik, dacht ik dat ik weer ‘thuis’ kwam, toen ik weer op de tippelzone stond. Dat voelt dan vertrouwd. Ik geloofde niet dat er een ander leven voor mij mogelijk was. Maar mijn echte thuis is God geworden. Toen ik zestien weken zwanger was, heb ik me laten dopen. Ik kon het wel uitschreeuwen hoe dankbaar ik God was voor het redden van mijn leven en het kindje in mijn buik. Dat Híj me Willem toevertrouwde… dat betekent alles voor mij. Niemand geloofde dat ik kon stoppen.”

“Als ik nu naar Willem kijk en bedenk dat God Zijn eigen Zoon gaf om onze levens te redden, dan springen de tranen in mijn ogen. Als ik tegen Willem zeg dat hij zijn handjes niet bij het gasfornuis mag houden, begrijp ik opeens waarom God ons vertelt hoe we moeten leven. Alles wat Hij geeft, komt voort uit liefde. Ook al zegt een stemmetje in mijn hoofd soms nog: eens een hoer, altijd een hoer, dan lees ik in de Bijbel wie ik werkelijk ben: Gods geliefde kind. Ik sta elke ochtend om zes uur op. Dan zet ik een bakje koffie en begin ik met bidden. Voor de dag begint, voor Willem uit bed komt en ik naar de 50|50 store ga om te werken, vertel ik mezelf: Vanessa, je bent meer dan een overwinnaar. Dat is wat God over mij zegt in de Bijbel.”

Bij God is alles mogelijk

“Natuurlijk heb ik al veel eerder mensen horen zeggen: ‘God heeft een plan met je’. Maar ik kon daar gewoon niks mee toen het zo slecht met mij ging. ‘Ja ja, dat zeg je tegen iedereen’, dacht ik dan. Het kwam wel aan in mijn hoofd, maar zakte niet naar mijn hart. Er was ook eens een man in een kerk die me een briefje gaf waarop stond ‘Jezus houdt van je’. Ik hing het op in de keuken, maar ik geloofde het nooit. Toch praatte ik tegen dat briefje. Ik vertelde hoe moeilijk ik het had. Ik snapte niks van die boodschap, was vaak ook onder invloed als ik tegen dat briefje sprak. Maar nu wéét ik dat God mijn leven leidt. Ik voel het in mijn hart, ik zie het bewijs als ik Willem vasthoud. Bij God is alles mogelijk!” Haar ogen stromen weer vol met tranen: “Kijk nou toch, hoe kan dit dappere ventje nu van mij zijn?”