‘Ik wil een wandelend reclamebord zijn’

Arco Bot lag vanwege vergevorderde diabetes al zo’n tien keer op sterven. Zijn geloof houdt hem op de been. Zijn zeven tatoeages getuigen daarvan. “Sinds mijn tatoeages heb ik nooit meer op het randje gelegen.”

Gepubliceerd: 18 april 2019 in Leven Tekst: Wilfred Hermans Beeld: Scott Gorman

Arco (43): “Mijn hobby is bezig zijn met oude auto’s. Ik was automonteur in hart en nieren totdat ik in 2001 werd afgekeurd. Als ik in die autowereld zeg: ik ben christen, dan lopen ze lachend weg. Maar zien ze mijn tatoeages, dan stellen ze vragen. Daar doe ik het voor, ik wil met mijn tatoeages een wandelend reclamebord zijn. In mijn kerk werken de tatoeages drempelverlagend. Als daar niet-gelovigen een kennismakingscursus met het christelijk geloof bezoeken en ze zien mij, denken ze: ah, als hij hier zit met z’n gekke bek, ben ik vast ook welkom.”

Ambulance: de bedrijfstaxi
“Ik heb sinds mijn vijfde diabetes die inmiddels met geen mogelijkheid meer te temmen is. Suikerziekte is een moordenaar van binnenuit: ik zie slecht, zenuwen vallen uit, ik heb een nieuwe nier en alvleesklier, m’n tanden rotten weg, botten breken af, m’n benen zijn als porselein. Toen ik me eens omdraaide in bed, lag mijn voet in stukken. Daarom draag ik schoenen die letterlijk m’n voeten bij elkaar houden. Siergips, cru gezegd. Vanwege alle problemen heb ik een keer of tien op sterven gelegen. Als er een ambulance voorbijreed, zeiden we: daar gaat de bedrijfstaxi weer. Ik zie het als zegen van boven dat ik sinds mijn tatoeages nooit meer op het randje heb gelegen.”

‘Ik bouw op U’
“Tien jaar geleden, toen het echt spannend was en ik rondom een niertransplantatie vijf dagen in coma lag, werd voor mij het lied ‘Ik bouw op U’ gezongen. Dat is me op de één of andere manier bijgebleven. Vooral de zin: ‘In ’t laatste uur zal ‘k zegevierend ingaan’. Toen dacht ik: hier moet ik iets mee, want mijn geloof sleept me overal doorheen. Daarom werd die zin mijn eerste tatoeage, in de vorm van een dog tag, een identiteitsplaatje zoals ze die in het Amerikaanse leger dragen. Jezus heeft mij gered, dát is mijn identiteit.”

“De volgende tatoeage werd een tijdklok – het laatste uur – met de initialen van mijn nierdonor, Johan van Groningen. De derde en vierde tatoeage staan op mijn benen: een leeg kruis – Jezus is opgestaan – en een open Bijbel. Omdat het geloof de vaste grond is waarop ik sta. Daar getuigt ook mijn vijfde plaat van, het woord Faith op mijn arm, waar ook weer een kruis in is verwerkt.”

Trap naar de hemel
“De zesde staat op mijn buik, bij het litteken dat ik overhield aan de alvleeskliertransplantatie. Een vrolijk hart met een duimpje omhoog: ik leef nog, het gaat goed met me. Maar ook: ik laat me er niet onder lullen door die lui die zeggen dat het over is, dat hebben ze al zo vaak gezegd. Ik heb m’n kist nog niet besteld en wil de tijd die mij nog rest, gebruiken om anderen zo veel mogelijk te helpen.”

"Ik heb m'n kist nog niet besteld"

“Op m’n rug staat de laatste tatoeage: de hemel, met de Vader, Zoon en Heilige Geest. Er komt ten slotte nog een trap naar de hemel bij, met mijzelf erop. De hemel is de plek waar ik straks naartoe ga. Ze verwachten dat ik niet veel ouder word dan zestig. Geen probleem, dan ben ik eerder thuis.”