'Ik was verbijsterd dat niemand me raar of vies vond'

Ramona was zo eenzaam dat ze vijftien biertjes per dag dronk. Toen de politie opeens in haar woonkamer stond, veranderde alles. Nu zijn er weinig mensen in de wijk die Ramona niet kennen.

Gepubliceerd: 22 januari 2018 in Leven Tekst: Willemijn de Jong Beeld: Madame Forêt

Ze rolt een sjekkie. Ramona vertelt niet zomaar haar verhaal. Ze vertelt een stukje en zegt dan iets als ‘en toen werd ik weer in de steek gelaten’. Elke laatste zin is een uitnodiging naar een nieuwe vraag. Een geïnteresseerde vraag. Misschien wel omdat er in haar leven weinig is gevraagd naar hoe ze zich voelde. “Hier in de huiskamer van Stichting Doen en Laten werd er eindelijk oprecht aan me gevraagd: hoe gaat het met je? De eerste keer barstte ik in huilen uit.”

Niemand vindt jou belangrijk

Ramona heeft een moeilijk leven gehad. Haar moeder was ongewenst zwanger van haar, dus werd ze door haar oma als een ongewenst kind behandeld. Al jong werd ze seksueel misbruikt door haar neven. 'Niemand vindt jou belangrijk, dus je hoeft ook niet te gaan zeuren over ons. Als je je bek niet houdt, maken we je af'. Dat zeiden ze tegen haar. “Ik was zo’n onzeker kind, ik geloofde inderdaad dat ik niet zoveel waard was, en dat het ook geen zin zou hebben om te vertellen wat ze met me deden. Of beter: wat ze me bij hen lieten doen. Het begon met doktertje spelen, maar het ging al gauw heel ver. Ik werd er een schuw kind van. Niemand leerde me hoe ik over emoties kon praten. Huilen mocht ik niet. Maar toen ik ouder werd, werd ik juist brutaal. Met mijn nichtje, dat een lichamelijke beperking heeft, werd heel anders omgegaan dan met mij. Ik denk omdat ik een grote mond had en zij nergens tegenin ging. Ik wilde haar beschermen tegen mijn neven, want ik geef om haar, maar toen ik erachter kwam dat ze mij wél misbruikten maar haar niet, deed dat toch extra pijn. Gek is dat.”

“Die nicht heeft nu ook een veel betere band met mijn moeder. Eigenlijk gaat het altijd zo in mijn leven. Mensen vinden mij niet belangrijk of laten me in de steek. Toen ik als puber een vriendje kreeg, was die aan het begin lief, maar uiteindelijk zei hij tegen me: ‘Wat jouw neven deden, kan ik nog beter.’ Ik stribbelde wel tegen, maar uiteindelijk liet ik het toe. Ik wist niet goed wat normaal was. Misschien hoorde dat wel gewoon bij seksualiteit? Toen hij me bleek te bedriegen met een andere vrouw, ben ik weg gegaan.”

Ramon en Ramona

“Ik heb één keer een gelijkwaardige relatie gehad. Met Ramon. Hij heette eigenlijk Hassan, maar hij werkte in een shoarmazaak, en daar heette iedereen Hassan. Dus noemde hij zichzelf Ramon. Met hem was ik erg gelukkig. Ramon en Ramona, we waren een goed stel. Maar toen kreeg Ramon een auto-ongeluk en overleed. Weer was ik in de steek gelaten. Om niet na te denken over het verdriet van binnen en over hoe ik over mezelf dacht, werkte ik zo veel mogelijk. Overdag in de supermarkt, ’s avonds in de shoarmatent. Na een tijdje werd ik leidinggevende bij een grote fastfoodketen. Ik werkte zoveel, dat ik in de veertien jaar dat ik hier in Utrecht in mijn flat woonde, niemand leerde kennen. Ik kende alleen mijn collega’s.” Toen ging het mis.

Vijftien bier per dag

Ramona werd na een bacteriële infectie en een dubbele hernia op een heel nare manier ontslagen. “Ik lag thuis na mijn operatie op de bank. Ik kende niemand. Ik was alleen met mijn twee katten en ’s avonds belde mijn tante om te checken hoe het met me ging. Ik dronk vijftien bier per dag en at niks. Dat ging maanden zo door. ’s Avonds in het donker strompelde ik naar het winkelcentrum. Ik wilde ook niet dat mensen me zouden zien. Toen ik vier dagen achtereen de telefoon niet opnam, belde mijn tante de politie. Opeens stonden er agenten in mijn woonkamer. Ik was woest op mijn tante, maar uiteindelijk heeft dat me gered.”

Via het buurtteam kwam Ramona voor het eerst bij een buurtgebouw dat Bij Bosshardt en Stichting Doen en Laten samen delen. “Ik kwam binnen in een joggingbroek en durfde niemand aan te kijken. Het enige dat ik deed, was ineengedoken op de bank zitten met een kop koffie. Ik was verbijsterd dat niemand me raar of vies vond. Ik werd gewoon geaccepteerd zoals ik was. De begeleider vroeg aan me hoe het met me ging. Langzaam bloeide ik open. Blijkbaar wilden mensen bevriend zijn met mij.”

"Ik gun het niemand om zo eenzaam te zijn als ik was."

Lieve mensen

Inmiddels is Ramona ervaringscoach bij Stichting Doen en Laten en huismeester bij Bij Bosshardt in Kanaleneiland. Ook gaat ze met het buurtteam langs bij mensen die in eenzelfde situatie zitten als zij niet lang geleden zat. “Ik gun het niemand om zo eenzaam te zijn als ik was. Maandenlang geen mens zien, dat verdient niemand. En ik blijk erg toegankelijk, mensen vertrouwen mij snel. Ik vind het heel fijn om me zo in te kunnen zetten. En als mij nu iets gebeurt, weet ik dat ik lieve mensen heb om op terug te kunnen vallen. Ik ben in de afgelopen jaren opnieuw door twee mannen bedrogen in een relatie. Dat vind ik nog net zo moeilijk als vroeger. Maar nu staan er mensen om me heen die het zien als het slecht met me gaat. Ik hoef dan niet te vluchten in drank en slaappillen, of op het balkon te staan en te overwegen eraf te springen. Ik kan bij hen mijn hart luchten. Dat maakt mij een blij mens.”