‘Ik mocht nooit spelen van mijn moeder’

Ruim vier jaar geleden kwam Rens* (10) in het leven van Dionne en Chris*. In zijn jonge leventje heeft hij al veel meegemaakt. Zijn biologische moeder kon niet voor hem zorgen en er is geen contact met zijn vader. Toch twijfelde Dionne er niet aan om hem in haar gezin op te nemen. “Ik geloof dat God hem op ons pad gebracht heeft.”

Gepubliceerd: 06 november 2019 in Liefde Tekst: Corianne de Vries Beeld: Wendy Bos

Midden in de weilanden staat de grote woning van Dionne en Chris. Op het erf speelt Rens met de hond. In het weiland staat een aantal koeien nieuwsgierig toe te kijken. Het tafereel ziet er gemoedelijk uit. 

“Het voelt alsof ik hier ben geboren,” vertelt Rens als we even later aan de grote keukentafel zitten samen met zijn grote broer Luuk* en moeder Dionne. “Ik heb nu een broer en een vader en moeder die goed voor mij zorgen; dat is fijn. Ik kan hier ook alles doen wat ik graag wil: voetballen, trampoline springen, korfballen,” vertelt hij enthousiast. “En hier word ik niet geslagen”. Hij vertelt het alsof dit heel goed past binnen het rijtje van leuke activiteiten die hij zojuist opsomde. Het zijn die kleine zinnetjes die laten zien dat Rens, naast een gewoon tienjarig kind dat van spelen houdt, ook een kind met een diep trauma is.

Mishandeling
Het leven bij zijn biologische moeder staat in schril contrast met het leven dat Rens nu heeft. Op jonge leeftijd gaan zijn ouders uit elkaar. Door een verstandelijke beperking, kan zijn moeder niet goed voor Rens zorgen. “Ik ben wel een keer of vijf verhuisd,” vertelt hij. “We hebben in allerlei flats gewoond. Ik moest veel in huis doen, zoals afwassen, koffie en thee zetten… Ik was toen vier of vijf. Er kwamen geen vriendjes of vriendinnetjes; ik mocht nooit spelen van mijn moeder. Er was ook niet zoveel te eten. Ik kreeg één of twee broodjes per dag. ’s Avonds ging ik mijn bed uit om meer eten te zoeken; als mijn moeder me betrapte, sloeg ze me. Op school moest ik dan vertellen dat ik gevallen was. Eigenlijk was school de fijnste plek voor mij.” 

Pleegmoeder Dionne laat niet merken dat ze hiervan schrikt. Later, als Rens aan het spelen is, zal ze vertellen dat ook zij voor het eerst hoort dat hij op school moest liegen over de mishandeling. Hoe ze daarmee omgaat? “In dit gesprek parkeer ik het even. Maar natuurlijk denk ik ook ‘mijn hemel, wat is daar allemaal gebeurt?’. Het is misschien ook wel goed dat je niet in één keer een gigantisch verhaal over je heen krijgt, maar telkens een beetje erbij krijgt.”

Woedeaanvallen
Toen Rens vier jaar geleden in hun gezin terecht kwam, zag Dionne een boos en verdrietig kind. “Hij voelde veel boosheid over alles wat hem overkomen was en dat uitte zich in woedeaanvallen. Dat geeft uiteraard wel reuring in een gezin. Maar ik snap het helemaal en in het begin denk je ook: ‘laat hem maar schreeuwen, dan komt het er tenminste uit’. Voor zijn pleegbroer was het best wel even wennen, want die was dit natuurlijk helemaal niet gewend. We wilden Rens toch de ruimte geven om zijn boosheid te uiten, maar wel op een goede manier. ‘Ik snap dat je boos bent’, zeiden we dan, ‘maar wat je in je boosheid doet, is niet goed’.” Alhoewel het een uitdaging blijft om Rens positief betrokken te houden, ziet Dionne dat hij zich de afgelopen jaren steeds beter kan herstellen van zijn boosheid. “Het is voor Rens heel lastig, want hij rekent het zijn moeder eigenlijk wel aan dat hij niet meer bij haar kan wonen, maar tegelijkertijd mist hij haar enorm. Dat is nog wel een strijd. Maar tegenwoordig kan hij dat steeds meer uiten in verdriet. Het is heel bijzonder om te zien hoe hij zich hierin heeft ontwikkeld.” 

‘Ik zou hen niet willen missen’
Het pleegouderschap is niet iets waar Dionne en Chris bewust naar op zoek waren. Ruim twaalf jaar geleden kwam de moeder van Luuk, hun oudste pleegkind, op hun pad. Zij kon niet voor haar kind zorgen, maar wilde wel betrokken blijven bij zijn leven. Eén dag na zijn geboorte is Luuk bij hen komen wonen. Alhoewel het niet altijd meevalt om pleegouder te zijn, is Dionne erg blij met haar beide kinderen. “Ik zou hen echt niet willen missen. Wij geloven dat God deze pleegkinderen op ons pad heeft gebracht.”

Tegelijkertijd kent het pleegouderschap ook zijn uitdagingen, geeft Dionne aan. “Je moet er tegen kunnen dat je een kind in huis neemt dat totaal anders is dan jij misschien verwacht. Ze hebben andere normen en waarden en ander taalgebruik. Je moet het als een uitdaging zien om daar wat van te maken; dat je aan een kind de gezinsnormen kunt meegeven die jij belangrijk vindt. In het geval van Rens bijvoorbeeld: we schoppen niet, we slaan niet, we vloeken niet en we liegen niet. Met name dat laatste is voor Rens moeilijk, maar hij moet dat wel leren. ‘Als je eerlijk bent, zal het makkelijker voor je worden,’ geven we hem mee. Soms moeten we hem daarin ook helpen. ‘Rens ik ga je nu een vraag stellen,’ zeg ik dan, ‘en ik wil graag een eerlijk antwoord.’ Dan is hij voorbereid en weet hij: ‘ik kan kiezen’. Dat vertellen we hem ook altijd. ‘Je hebt altijd een keuze tussen goed en kwaad. Die keuze mag je zelf maken’. Hierbij leggen we ook uit wat wij denken dat goed is. Het is belangrijk dat een kind zelfstandig keuzes kan maken.”

Verschil met ‘gewoon’ ouderschap
Het verschil tussen pleegouderschap en ‘gewoon’ ouderschap is volgens Dionne dat je geen grote beslissingen mag nemen over het leven van het kind. “Bij iedere stap waar ik over twijfel, moet ik overleggen met de voogd. Denk maar eens aan medische beslissingen zoals inentingen of de schoolkeuze. Je moet ervoor open staan dat mensen meekijken in je gezin en ook iets vinden van jouw opvoeding. Ook moet je open staan voor de familie van het kind; die zullen als het goed is altijd in meer of mindere mate betrokken blijven. Dat houdt in dat je hen ruimte geeft om op bezoek te komen of dat je hen met het kind opzoekt.”

Het mooie aan het pleegouderschap vindt Dionne de ontwikkeling die ze ziet bij Rens. “Ik vind het mooi om te zien hoeveel talenten hij heeft en dat er steeds meer uitkomt. Maar ook dat hij zich hier toch thuis voelt. Ondanks dat hij het liefst bij zijn moeder is.” Voor de toekomst hoopt Dionne dan ook, net als iedere andere ouder, dat haar kinderen hun plekje in de maatschappij zullen vinden; dat ze iets doen wat ze leuk vinden en dat ze nog steeds bij hen op bezoek komen. Ook staat ze ervoor open om nog meer pleegkinderen op te vangen: “We hebben speciaal een groot huis gebouwd, dus als er nog een pleegkind komt, dan hebben we de ruimte.”

*  De namen in dit artikel zijn om privacy redenen gefingeerd