‘Ik leer hier de mens zien achter de eerste indruk’

Pieter-Jan Rodenburg zegde begin dit jaar zijn vaste baan als journalist op om zich volledig te wijden aan ‘Taste!’, de leefgemeenschap waarin hij woont. Samen met zijn huisgenoten biedt hij wijkbewoners een warme plek. “Deze plek heeft me van mijn mensenvrees afgeholpen.”

Gepubliceerd: 13 november 2018 in Samenleving Tekst: Wilfred Hermans Beeld: Margriet Alblas

Halverwege het gesprek met Pieter-Jan (32) wandelt een stelletje de enorme tuin in, die functioneert als buurttuin. ‘Kunnen we hier zitten?’, vragen ze, nadat ze zich hebben voorgesteld. ‘Natuurlijk’, zegt Pieter-Jan, ‘ik woon hier. De tuin is open, dus ontspan lekker; op vrijdag hebben we hier een buurtcafé met koffie en taart’. Keert zich weer om: “Alles draait hier om relaties leggen en uitbouwen. Dat kan ik niet achter me laten als ik wegrijd. Het is nogal een verschil of ik een relatie verkloot of, als journalist, een artikel verkloot.” 

Christelijke bubbel
Pieter-Jan groeide op in Delft. Vanwege zijn baan bij de EO stond hij op het punt met zijn vrouw en kinderen naar Amersfoort te verhuizen, tot een vriend vroeg of zij een woongemeenschap wilden helpen opstarten. Pieter-Jan: “Dat ik ja zei, kwam door de Amerikaanse schrijver en activist Shane Claiborne. In een lezing vertelde hij dat Jezus volgen impact heeft op héél je leven: waar je woont, wie je ontmoet, hoe je naar mensen kijkt, je financiën. Op dat moment stoorde het ons dat we in een christelijke bubbel leefden, ons leven niet deelden met onze buurt. Tijdens die lezing keken mijn vrouw en ik elkaar aan en dachten we precies hetzelfde.” 

Doen christenen die in een bubbel leven iets verkeerd?
“Ik zou zeggen: bevraag alles wat vanzelfsprekend is aan je manier van christen zijn. Veel vanzelfsprekende patronen helpen niet om Christus zichtbaar te maken in deze samenleving, zoals een kerk buiten je eigen wijk bezoeken. Hoe zien niet-gelovigen dan iets van je christen-zijn? Vanaf het eerste moment dat we hier woonden, ervoeren we sterk: dit is onze plek. Toch duurde het nog een paar jaar voordat ik mijn vaste baan opzegde en hier fulltime aan de slag ging. Ik heb twee kinderen en ga er netto per maand zo’n zevenhonderd euro op achteruit. Mijn vrouw werkt een halve week, ik freelance een dag en verder leven we van giften. Zeker dat laatste, mensen om hulp vragen, is best een stap. Ik heb moeten leren om financiële steun niet als liefdadigheid te zien, maar als een investering in wat wij hier doen.”

Drie maanden, vier zelfmoorden 
Voorhof, de wijk waar Taste! staat, is een rare wijk vol flats, vertelt Pieter-Jan. Alles en iedereen woont er door elkaar, lange tijd was het de dichtstbevolkte wijk van Europa. Desondanks is het grootste probleem de diepe eenzaamheid, vooral onder internationale studenten. Het wrange, tastbare gevolg: de zelfmoorden. “Tegenover ons huis is recent nog iemand van de flat gesprongen. Toen we hier net woonden, waren er in drie maanden tijd vier zelfmoorden. Eén keer was ik hier aan het werk toen het gebeurde, ik zag iemand op de grond liggen, heel bizar. We besloten om juist voor de studenten een welkomstbarbecue en een studentencafé te organiseren. Op die barbecue kwamen tweehonderd studenten af, de tuin stond vol. Een huisgenoot is later zelfs met een Chinese student mee teruggegaan naar China om oud en nieuw te vieren.” 

Voetbal kijken met zwervers
“Zodra onze buurttuin – aanvankelijk één grote jungle – op orde was, organiseerden we een burenbarbecue waarvoor we ook de vier zwervers van het bankje hiernaast uitnodigden. Ik herinner me dat we een voetbalwedstrijd keken met een alleenstaande vader, een paar vrienden en dus die zwervers, waarvan er één agressief werd en een ander dronken. Voor één van hen, een fantastische gast, is Taste!echt een thuishaven geworden. Hij heeft inmiddels een huis en ik weet wel zeker dat Taste!daar een rol in heeft gespeeld. We zijn geen hulpverleningsinstantie. We helpen met papierwerk of gaan mee naar de rechtbank, maar we willen mensen vooral de ruimte geven om hier te ‘zijn’, lekker te klussen, mee te eten. Een bezoeker zei eens: ‘Dit is de enige plek waarvan ik zeker weet dat er niet over mij wordt geroddeld als ik weg ben’. Dat is typerend – en het klopt.”

‘Ik verbind me aan mensen die ik niet in eerste instantie als vrienden zou uitkiezen’

Hoe leer je om van je buren te houden?
“Goede vraag. Kijk, ze hoeven niet je beste vrienden te worden, maar leven in een woongemeenschap helpt je in ieder geval van je mensenvrees af. Hier verbind ik me aan mensen die ik niet in eerste instantie als vrienden zou uitkiezen. Ik vraag: hoe heet je, waar kom je vandaan? Zo leer ik de mens zien achter de eerste indruk en ben ik echt om mensen gaan geven.” 

Hij staart in de zon, denkt lang na en herhaalt de vraag over liefde voor je buren nog maar eens. Plukkend aan zijn baard: “Het is ook gewoon een keuze. Kijk: de joodse filosoof Martin Buber schreef in zijn standaardwerkje Ik en jij dat je de ander kunt benaderen als een ‘het’ of een ‘jij’. Als ik jou interview, kan ik je als een ‘het’ benaderen: voor mijn verhaal ga ik over lijken, het boeit me niet hoe jij je daarbij voelt. Of ik benader je als een ‘jij’: ik wil je zien, begrijpen en jou al schrijvend helemaal recht doen. Een kassameisje kan ik zien als bliepmiep die ik zo veel mogelijk negeer, of ik groet haar vriendelijk. Voor veel mensen die bij ons komen is het nieuw dat ze als mens worden gezien, geaccepteerd worden. Die houding heeft mijzelf ook veranderd: ik kreeg meer geduld met mensen, werd nieuwsgierig; wat is jouw verhaal? Met die basishouding probeer ik nu in het leven te staan.”

Waar haal jij de inspiratie daarvoor vandaan? 
“Ik zie dat God dit ook doet. Hij heeft eindeloos geduld met mij. Zijn liefde voor mij stopt niet zodra ik me als een eikel gedraag. Ik houd veel van God, maar vaak snap ik geen reet van Hem. Mijn geloof is geen mooi afgerond geheel.”

‘Gods liefde stopt niet zodra ik me als een eikel gedraag’

Tweede keer kanker
Pieter-Jan zwaait naar een vrouw in een scootmobiel, Anja. “Een fantastische vrouw. De eerste keer dat ze ons aansprak, dacht ze dat onze leefgemeenschap een kindertehuis was, zoveel kinderen zag ze. Ze besloot vaker te komen. Vorig jaar kreeg ze voor de tweede keer kanker en hielden we haar vaak gezelschap. Later, terwijl ze nog ziek was, zei ze: ‘De eerste keer dat ik kanker kreeg, was ik alleen en boos. Nu heb ik God en mensen om me heen, en voel ik me vredig’. Inmiddels is ze kankervrij verklaard.” Met een brede glimlach: “Vanmiddag ga ik met haar mee naar het ziekenhuis, ter controle. Ik ben intens van haar gaan houden, ze zit echt dik in mijn hart.”