‘Ik kan alleen zeggen: vandaag ga ik niet gebruiken’

Na jaren van verslaving weet Maarten nu precies hoe hij clean en nuchter moet blijven. “Op straat gooi ik lege blikjes in de prullenbak, sigaretten ook. Zo houd ik mijn gemoedstoestand gezond.”

Gepubliceerd: 08 april 2019 in Leven Tekst: Wilfred Hermans Beeld: Madame Forêt

Maarten (47): “Op mijn vijftiende raakte ik verslaafd aan het snuiven van benzine en thinner. Daar word je heel high van. Ik ben schilder van beroep en merkte toen – want op mijn vijftiende schilderde ik al – dat ik me door die middelen beter voelde, veiliger. Op de LTS stapte ik over op cannabis, bier en cocaïne. Al gauw functioneerde ik geen dag meer zonder.” 

Geen grenzen aanvoelen
“Verslaving heeft niet zozeer met middelen te maken, het zit in jezelf: je kunt de realiteit niet aan waardoor je fixes van buitenaf zoekt. De realiteit waar ik niet mee kon dealen, was het feit dat ik niet kon leren. Recent is uit testen gebleken dat het cognitieve gedeelte in mijn hoofd niet goed werkt. Ik had een prima jeugd, maar door dat cognitieve stuk kon ik niet omgaan met regels en structuur. Pas als iemand stop zei, wist ik: ah, dus hier ligt een grens. Daarbij heb ik mijn zusje op een bepaalde manier beschadigd en ik heb dingen gezien die een kind niet mag zien. Ook ben ik als jochie van twaalf gepest en in elkaar geslagen door gassies op straat. M’n moeder zei: ‘Sla maar terug!’, maar ik was geen vechter, juist een heel lief jochie, dus al gauw vertelde ik mijn moeder niets meer.” 

Langzamerhand kreeg Maarten ‘schijt aan iedereen’, hij transformeerde tot iemand die hij niet wilde zijn. “Ik wilde niet eens meer Maarten heten, want ze pestten me met mijn naam. Dan riepen ze over het schoolplein op treiterige toon: ‘Maarten, ga naar huis, je moeder wacht op je!’. Dat doet wat met je. Ik durfde op een gegeven moment niet meer alleen naar school. M’n moeder zette me om de hoek af, zodat het net leek alsof ik zelf gekomen was. Mijn vader was altijd aan het werk. Hij liet alleen wat van zich horen als ik iets verkeerd had gedaan. Toch houd ik veel van hem; helaas is hij inmiddels overleden. ” 

Bidden per telefoon
We zitten in het inspiratiecafé van de buurtkerk KLEUR in Den Haag, opgericht door buurtpastor Marcel met wie Maarten bevriend is geraakt. “Ik zit nu twaalf jaar in het programma van de Twaalf Stappen. De tweede stap luidt: 
Ik geloof dat er een Macht is, groter dan ikzelf, die mij weer gezond kan maken. Ik besloot dat twee jaar geleden te omarmen en belandde via internet bij de Alpha Cursus. Marcel, de contactpersoon, was heel erg geïnteresseerd in mij. Wat gebeurt me, dacht ik. Zoiets kende ik niet. Nu helpt Marcel me te beseffen dat ik meer ben dan ik denk. Twee dagen per week bellen we. Dan bidt hij voor me. Ik heb geleerd dat zondes hersteld kunnen worden. Wow, dat wist ik niet.” 

“Door mijn verslaving zit ik vooral in m’n hoofd, in plaats van dat ik me overgeef aan God. Marcel helpt me bij die overgave. Desondanks zijn er dagen dat ik denk: puntje-puntje-puntjegeloof! Ik word er ziek van! Maar Marcel veroordeelt me daar niet om. Inmiddels heb ik via de Twaalf Stappen ook geleerd mijn boosheid, woede, wrok en haat met God en mijn sponsor te delen, en God nederig te vragen die weg te nemen. Kijk maar wat je ermee doet, ik kan er niks meer mee, weet je wel.”

Housing First
Ondanks een paar terugvallen is Maarten nu ruim negen maanden schoon. Kijk maar op zijn sleutelhanger, wijst ‘ie apetrots, daar staat het zwart op wit: acht maanden nuchter. “Ik kan niet zeggen dat ik nooit meer terugval. Ik kan alleen zeggen: vandaag ga ik niet gebruiken. Ik leef vandaag, niet gisteren of morgen. Dat zorgt ervoor dat m’n hoofd leeg blijft en ik niet gek word van schuld en schaamte.” 

‘Als ik oordeel, vergiftig ik mezelf, dan gaat m’n spiritualiteit naar de knoppen’

Marcel weet precies waar het gevaar schuilt. “Verkeerde vrienden. Liegen, tenzij ik er meteen op terugkom. En ik ga never meer naar het café, daar gebruiken ze iets waar ik dood aan ga. Ook niet doen: oordelen. Als ik oordeel, vergiftig ik mezelf, dan gaat m’n spiritualiteit naar de knoppen. Lege blikjes gooi ik in de prullenbak, sigaretten ook. Zo houd ik mijn gemoedstoestand gezond. En ik probeer weinig alleen te zijn; als ik met niemand in verbinding sta, ligt terugval op de loer. Soms moet ik mezelf naar buiten schoppen. Ik woon in een omklapwoning van Housing First, een voorziening voor daklozen van het Leger des Heils. Menselijkheid is het belangrijkste, zeggen ze daar, elke dakloze heeft recht op een woning.  Twee dames van Housing First helpen me om clean te blijven. Ze creëren gezelligheid, socializen en helpen met boodschappen doen. Je bouwt een onwijze band op met die dames, weet je wel.”