‘Ik creëer graag een glimlach op iemands gezicht’

Na een moeilijk leven, waar ze nog dagelijks de negatieve gevolgen van ondervindt, zoekt Daphne de weg omhoog. Werken in een koffietentje helpt haar daarbij. “Ik mag zelfs mijn begeleidster knuffelen.”

Gepubliceerd: 06 maart 2020 in Geluk Tekst: Wilfred Hermans Beeld: Marleen Kuipers

Daphne (19): “Ik ben een kind van ouders met psychische problemen en verslavingen en heb een extreem rotleven gehad. Mijn ouders gingen uit elkaar toen ik twee was, waarna m’n moeder ging samenwonen met de vader van mijn broertje. Dat mondde uit in een vechtscheiding, die man sloeg mijn zusje, m'n moeder en mijzelf. Dat is één van mijn eerste herinneringen, dat mijn zusje en ik in elkaar geslagen werden; ik ving haar klappen op, riep bovenaan de trap: ‘Stop, doe mama geen pijn!’. Op mijn veertiende werd ik uit huis geplaatst en heb ik alleen nog maar in allerlei gezinsvervangende tehuizen gewoond. En dan heb ik het nog niet eens over alle andere shit die is gebeurd. Als gevolg van al die gebeurtenissen heb ik PTSS (posttraumatische stressstoornis). Omdat ik als kind vaak spullen naar me toegegooid kreeg, ben ik altijd alert.”

Zachtaardig, maar pittig

Sinds vorig jaar werkt Daphne in Koffiebranderij OverHoop in Woerden. “Omdat ik van koffie houd; van de smaak, van de geur, van gemalen koffie en koffiebonen – die eet ik zelfs. Gebrand, niet rauw, dan zijn ze niet te vreten. Bij ons heten de koffies 11, 22, 33, 44 en 55. 33 is heel pittig, fijn voor een espresso. 44 ook, maar die is zachter. 11 is mijn favoriet, die heeft pit, is aanwezig, maar toch zachtaardig; een grote, knuffelende golden retriever met het karakter van een pitbull. Op welke koffie ikzelf lijk? Nou, ik zie er zachtaardig uit, maar kan heel pittig zijn, dus ik denk een mix van 11 en 33.”Normaal werkt ze drie dagen per week, maar deze week komt Daphne haar bed niet goed uit. “Andere shit aan m’n hoofd, trauma’s, PTSS, depressie, blablabla... Ik heb al eerder tegen mijn begeleidster gezegd dat ik grenzen opzoek en dat ze me dus streng mag aanpakken. Vanmorgen zei ze dan ook, min of meer voor de grap: ‘Ik maak koffie voor je en je bent hier voordat ‘ie koud is, anders hoef je volgende week niet meer te komen’. Dat hielp.”

Knuffelbeer

Daphne droomt van een eigen koffietentje. Ze heeft het plan al helemaal uitgedacht. “Ik wil het uitbreiden naar een restaurant, en zodra dat goed loopt, wil ik iedereen met een afstand tot de arbeidsmarkt de kans geven daar te werken. Daar krijgen ze een maand om zich te bewijzen, plus een kamer die ze moeten huren, of ik houd het van hun minimumloon in. Ikzelf word daar persoonlijk begeleider.”Vooralsnog werkt ze lekker verder in Koffiebranderij Overhoop, waar ze vooral geniet van de koffiegeur, de vriendelijke collega’s en het creëren van een glimlach op andermans gezicht. “Zodra ik binnenloop, word ik warm ontvangen, ik voel me er thuis. Iedereen kijkt me aan en groet vriendelijk. Ook als ik vrij ben, kan ik daar aanwaaien als het thuis even niet loopt. Daarbij: ik mag iedereen knuffelen, zelfs mijn begeleidster. Dat is prettig, want ik ben een knuffelbeer. Sterker nog, soms draag ik m’n haar in twee knotjes waardoor ik een beetje op een beer lijk.”