'Ik ben waarschijnlijk verhandeld'

De ouders van Esther dachten dat ze een weeskindje uit Bangladesh adopteerden. Maar nu wordt onderzocht of dat wel klopt. Esther is hoogstwaarschijnlijk één van de vele slachtoffers van georganiseerde kinderhandel in de jaren ’70.

Gepubliceerd: 17 december 2018 in Leven Tekst: Willemijn de Jong Beeld: Madame Forêt

Veertig jaar geleden sloten haar dolgelukkige adoptieouders Esther in de armen. Ze kwam aan met een vliegtuig van KLM waar nog twaalf andere baby’s uit Bangladesh mee naar Nederland waren gevlogen. Weeskindjes die anders geen toekomst hadden, dacht men. De waarheid blijkt anders. Esther is waarschijnlijk gestolen van haar biologische ouders, en voor veel geld verkocht. 

“Mijn ouders hebben me geadopteerd via Wereldkinderen, destijds heette dat Bureau Interlandelijke Adoptie. In mijn vliegtuig zaten alleen meisjes. Ik heb de foto nog, we kwamen ermee in de Libelle toen. Mijn ouders hebben bewust geadopteerd via een betrouwbare organisatie. De Kinderbescherming kwam bij hen langs, ons gezin werd helemaal doorgelicht. Dat gaf hen het vertrouwen dat het een betrouwbare procedure was. Er gingen destijds wel verhalen rond van een Vlaamse priester die illegale adoptie deed, maar daar bleven mijn ouders ver vandaan.”

Schoten naast het weeshuis
Toen alle meiden van haar vliegtuig vijfentwintig jaar in Nederland waren, werd er een reünie georganiseerd. Daar werden adoptieverhalen uitgewisseld. Toen vond Esther het al frappant dat haar adoptieverhaal wel héél veel overeenkomsten had met álle andere verhalen van het vliegtuig van ’78. “De grote lijnen waren hetzelfde, maar bepaalde details net iets anders. De één was door een tante afgestaan, de ander door een oom en een derde door de oma. Maar de situatie was exact hetzelfde. Vader was overleden, moeder kort daarna overleden, het gezin kwam uit een arm plattelandsdorpje. De tante, oom of oma was te oud en deed daarom afstand van het kind.” Dacht Esther niet: dat komt vast veel voor in Bangladesh? “Ja, had ik wel. Maar ik voelde diep van binnen wel dat er iets niet klopte. Ik was destijds zwanger, en dacht er verder niet te veel over na. Maar op de achtergrond bleef het wel door mijn hoofd spoken. Later lazen we een verhaal van iemand op internet dat het babyhuis waar ik vandaan kwam, een locatie was voor criminele afrekeningen. Het terrein naast het weeshuis was een werkterrein. Af en toe ging daar een fluitsignaal af, en moesten de kinderen naar binnen. Dan klonken er schoten, en als de kinderen weer naar buiten kwamen, waren opeens alle werkmannen weg. Dat verhaal ging me ook niet in de koude kleren zitten.”

Verloren kindjes
Esther en haar man kregen het zwaar voor de kiezen. Ze kregen een doodgeboren kindje. “Ik durfde niet te rouwen, doordat ik bijna direct weer zwanger raakte. Je wilt niet verdrietig zijn met een baby in je buik. Ik studeerde ook nog toen, had het heel druk. Wat ook niet hielp waren de domme opmerkingen die anderen maakten over ons gestorven kindje. Vlak nadat het was gebeurd vroeg iemand: ‘Huil je nou nóg?’ Ook kreeg ik opmerkingen als ‘Hoe durf je nu weer zwanger te raken, zeg.’ Vrienden die het af lieten weten... Ik stopte met huilen en raakte depressief.” Later kwamen er nog meer miskramen, en een heftige burn-out. “Ik heb veel therapie gehad voor mijn angsten. In zulke periodes denk je niet na over je identiteit, je bent aan het overleven. Het was serieus een grote uitdaging om mijn huis uit te durven.” Gelukkig werden ze ook gezegend met twee gezonde zoons.

Klokkenluider
Toen ze eenmaal in rustiger vaarwater was, kwam de adoptievraag toch weer boven. Esther besloot om de begeleidster van de BIA op te bellen, inmiddels een dame op leeftijd. ‘Hoe kan het dat onze adoptieverhalen zo op elkaar lijken?’ vroeg ze. De begeleidster antwoordde: ‘Niets is wat het lijkt, maar ik neem het mee mijn graf in. Ik vertel je niks.’ “Ik was een beetje overruled en pikte dat antwoord. Ze was oud en ziek, en ik durfde het niet te forceren. Twee jaar geleden is ze overleden, dus ze heeft het verhaal inderdaad haar graf mee ingenomen. Een aantal anderen van mijn vlucht waren via de stichting Shapla, een organisatie voor Bengaalse geadopteerde kinderen, bezig met het achterhalen van ons verhaal. Toen Jack Preger, een arts in Bengaalse kinderkampen, de klok luidde en op het nieuws vertelde dat er kinderen zijn verhandeld, ging het opeens heel snel.”

Dagblad de Trouw schrijft in een artikel over de misstanden in de adoptie: 'Het Nederlandse ministerie van buitenlandse zaken heeft een dik dossier over de adopties vanuit Bangladesh. Daaruit blijkt dat Nederland al in het najaar van 1978 is gewaarschuwd voor de Bengaalse adoptiepraktijken. De Engelse arts Jack Preger, die in de jaren zeventig werkte in het straatarme land, leverde een brief af op de Nederlandse ambassade in Dhaka. Hij beweerde dat de lokale tussenpersoon die de adopties moest regelen, bekend onder de naam Manzur, niet deugde. Manzur was ook landendirecteur van Terre des Hommes Nederland in Bangladesh. Vanuit die positie zou hij kinderen onder valse voorwendselen van hun ouders hebben afgenomen, zodat ze daarna konden worden geadopteerd in Nederland. Preger liet weten dat hij een lijst had met namen van ouders.'

Esther: "Er zijn onderzoeksjournalisten op gezet. Toen kwam uit dat wij hoogstwaarschijnlijk ook bij de verhandelde kinderen hoorden uit Bangladesh. Mijn persoonlijke dossier moet nog gecheckt, maar het zou wel heel uitzonderlijk zijn als ik níet ben gestolen. Jack Preger was een soort Moeder Theresa in de kinderkampen na de oorlog. Je moet weten dat er in de jaren zeventig een oorlog woedde tussen India en Pakistan, en dat er veel kampen waren in Bangladesh met slachtoffers van die oorlog. Het was een gruwelijke oorlog, er werden veel vrouwen verkracht en er liepen veel wezen rond. Een Nederlandse vrouw van het Leger des Heils heeft daar toen een adoptiebureau opgericht voor de weeskinderen. Deze Mevrouw den Hartog heeft dat later overgedragen aan Manzur, de man die verantwoordelijk is voor de handel in baby's. Jack Preger heeft daarover destijds al alarm geslagen. Maar toen is hij door Terre des Hommes en de Nederlandse overheid afgeserveerd als een onbetrouwbare arts die onzin praatte. Die Manzur, die officieel Moslem Ali Khan heet, ontkent zijn betrokkenheid. Hij wijst naar de Nederlandse overheid. Ik heb hem op tv zien zeggen: 'It were the bloody Dutchmen.' En de Nederlandse overheid en Terre des Hommes wijzen weer terug naar Bangladesh. Op die manier wordt er niemand verantwoordelijk gehouden."

Hoe dan
Maar hoe ging dat dan precies, het stelen van de baby's? "Aan het begin, toen het nog door het Leger des Heils werd gerund, werden er inderdaad weeskindjes ter adoptie aangeboden. Maar op een gegeven moment waren er daar niet meer genoeg van, terwijl de vraag enorm steeg vanuit Nederland. Opeens wilden heel veel Nederlandse ouders een kindje uit het buitenland. Manzur zag hoeveel geld erin te verdienen was, en besloot aanbod te creëren. Dat ging op verschillende manieren. Arme ouders werden voorgelogen. Men deed alsof de kleine kinderen naar een soort kostschool werden gestuurd, waar ze een opleiding, eten, drinken en medische zorg zouden krijgen. In werkelijkheid zetten deze ouders hun handtekening om hun kind helemaal af te staan. Zij dachten dat ze hun kind af en toe zouden bezoeken op de kostschool, maar hun kind bleek helemaal verdwenen. Er zijn nog altijd ouders in Bangladesh die wanhopig met grote borden rondlopen en toeristen aanklampen: heeft u mijn kind gezien?' Over leeftijden werd er veel gelogen, de adoptieverhalen werden bedacht. Baby's werden ook vaak uit ziekenhuizen ontvreemd. Dat is waarschijnlijk mijn verhaal. Ouders brachten hun zieke baby naar het ziekenhuis, maar moesten gewoon werken. Er gelden daar andere regels dan in Nederland, hè. Als ze dan na hun werk terugkwamen bij het ziekenhuis, werd hen verteld dat de baby was overleden. Ondertussen was die baby al vervoerd naar een weeshuis of een vliegtuig."

DNA
Inmiddels is er een DNA-bank opgezet door Stichting Shapla, die de belangen behartigt van geadopteerde mensen uit Bangladesh. Voor sommige mensen heeft dat geholpen bij het vinden van hun familie. "Als je geadopteerd bent, héb je het vaak al moeilijk met het verhaal van je afkomst - laat staan als dat verhaal dan óók niet blijkt te kloppen. Er zijn ook nog veel dingen onduidelijk. Verklaringen die wij krijgen zijn wollig en wijzen naar anderen. Zinnen als: ’Tegen de tijd afgezet was adoptie toen noodzakelijk’. Daar kunnen we natuurlijk niks mee."

Hoe voelt Esther zich over haar verhaal? "Het is bizar als je erachter komt dat het summiere verhaal dat je hebt over je afkomst waarschijnlijk een verzinsel is. Momenteel wordt onderzocht of ik ook ben gestolen, maar dat is vrijwel zeker. Wij hebben zelf een baby verloren, maar nu blijkt dat mijn ouders mij ook zouden zijn verloren - zij het op een andere manier. Dat onrecht doet wel pijn. Die Manzur is steenrijk, leeft in een huis vol weelde. Hij heeft hiervoor vastgezeten, maar is later weer gerehabiliteerd door Terre des Hommes. Terwijl hij over de ruggen van misschien wel honderden families, levens uit elkaar heeft gescheurd. Je haalt niet één leven over de kop, maar dat van heel veel families. Misschien dacht hij: die baby's merken er toch niks van. Dat is natuurlijk onzin. Zoveel geadopteerde kinderen uit Bangladesh zitten in psychische nood. Ik begrijp niet dat hij zichzelf nog in zijn gouden spiegel aan kan kijken."

Erkenning
Toch zorgt haar verontwaardiging niet voor een zucht naar wraak. "Ik ben blij dat ik God heb. Weet je, ik ben hier in Nederland in een warm gezin opgegroeid. Mijn ouders waren er altijd voor me. Ze hebben me kennis laten maken met de Bijbel en met Jezus. Al sinds ik heel klein ben, geloof ik dat God altijd bij mij is. En dat mijn identiteit in Hem ligt. Het maakt niet uit waar ik vandaan kom, of wat me is aangedaan - ik ben een geliefd kind van God. Dat klinkt misschien simpel. Ik heb het ook wel een tijdje als een soort houvast gebruikt, terwijl ik daardoor mijn gevoelens niet toeliet. Als een soort wegwuiven van mijn verdriet. God houdt van mij, dus hoef ik niet te huilen. Dat is nu wel anders. Ik houd me nog steeds vast aan het feit dat God bepaalt wie ik ben. Dat ook als mensen me onrecht aandoen, mijn waarde vastligt. Hij is er altijd bij geweest. Op een of andere manier geeft dat me troost. Ik hoef niet zo nodig mijn ouders te zoeken in Bangladesh. Ik ken die mensen helemaal niet. Ik zou ze hooguit willen laten zien hoe goed ik terecht ben gekomen. Maar erkenning van de instanties dat ze fouten hebben gemaakt, daar hoop ik wel op. Dingen vaag houden, geen informatie geven, niet toegeven dat er onrecht is gedaan - dat kun je mensen niet aandoen. Er hoeven geen koppen te rollen, maar mij zou het helpen als ze iedereen persoonlijk zouden vertellen: 'Wat er met jou is gebeurd, was verkeerd. Dat hebben we verkeerd gedaan. Het spijt ons vreselijk.' Maar zolang dat niet gebeurt, weet ik dat God de uiteindelijke Rechter is. Hij komt op voor de zwakken, en straft de egoïsten. Daar hoef ik gelukkig mijn handen niet aan te branden."

Identiteit
Esther doet inmiddels een opleiding HBO Social Work. "Ik ben door heel veel moeilijke dingen gegaan in mijn leven. Daardoor begrijp ik wat mensen voelen als ze worstelen met het leven. Ik wil graag mensen helpen. Misschien om zin te geven aan alles wat er is gebeurd, maar ook om iets te doen met mijn talenten. Dat is één van de dingen die nu mijn identiteit bepalen. Het feit dat ik ook echtgenote ben, moeder van twee geweldige zoons, dat ik dingen kan. En dat ik me kan uitspreken tegen onrecht, en mensenhandel. Mijn identiteit ligt niet alleen in wie mijn ouders zijn, wat mij is overkomen of wat anderen mij hebben aangedaan. Mensen hebben veel geld verdiend aan mij, maar Jezus heeft ook voor mij betaald. Hij heeft wat ik zelf verkeerd heb gedaan van mij afgenomen, zijn leven voor mij gegeven. Dat maakt mij wat ik ben: Gods geliefde kind."

Meer weten?

Bekijk hier de uitzending van Nieuwsuur over de babyroof in Bangladesh. Lees hier hoe Nederlandse ambtenaren meewerkten aan de handel in gestolen baby's. En kijk hier een interview met Jack Preger, waarin hij vertelt over de kinderhandel vanuit de kampen. Lees hier een uitgebreid interview met Jack Preger over de kinderhandel die tot op vandaag doorgaat (in het Engels).