Een vies vet varken?

Janne heeft Body Dismorphic Disorder (BDD). Ze denkt dat ze extreem lelijk is, maar is dat niet. Hoe kan dat? "De obsessie met mijn uiterlijk was niet normaal."

Gepubliceerd: 19 januari 2017 in Leven Tekst: Willemijn de Jong

Lichtblond glanzend haar, gebruind gezicht, stralende ogen en heel slank. Dat is de eerste indruk die Janne maakt. Janne, een vrouw van in de dertig gekleed in een felrode jas, stapt met een soepele zwaai vrolijk uit haar auto. Is dit de vrouw die zichzelf monsterlijk lelijk vond? Heeft déze vrouw een psychische afwijking?

“Dat was wat ik later in mijn medisch dossier las. Daar werd ik beschreven als ‘oogt heel normaal, kijkt anderen recht aan.’ Ik ben geen typische BDD'er, maar ergens ook weer wel. Mensen met Body Dismorphic Disorder hebben een psychische afwijking. Ze dénken dat ze extreem lelijk zijn, maar zijn dat helemaal niet! Ik was goed in het verbloemen van mijn afwijking, dus ik kwam ook niet wegduikend over. Dat hebben veel BDD'ers wel. Die mijden contact met mensen.”

Vertekend zelfbeeld

Janne woont met haar vriend in een prachtig, kleurrijk huisje, niet ver van Amsterdam. Waar precies, blijft onbenoemd. “Ik praat over mijn afwijking, maar ik wil niet met mijn naam en woonplaats in de Strijdkreet. Ik blijf graag anoniem omdat mensen je anders beoordelen als ze weten dat je een psychische aandoening hebt. Ook al ben ik ervoor behandeld en gaat het nu stukken beter met me, als ik solliciteer voor communicatiedeskundige – wat dat is mijn vak - dan zou ik toch niet willen dat mensen weten dat ik BDD heb. Je kunt niet aan mij zien dat ik een vertekend zelfbeeld heb, en dat is ook maar goed. Wij plaatsen anderen al zo snel in een hokje zonder daadwerkelijk goed te kijken naar de persoon.”

Lekker ding

Janne vindt zichzelf vanaf het begin van haar tienerjaren ontzettend lelijk. Op dat moment weet ze nog niet dat dit een officiële afwijking is. “Ik hield als zestienjarige een dagboek bij en daarin staat een tekening die ik van mezelf had gemaakt. Eronder staat in dikke letters: ik ben een vies vet varken! Ik vond mezelf dik en lelijk. Nu vinden meiden zichzelf in hun puberteit doorgaans niet heel mooi, maar bij mij ging het een stapje verder dan onzekerheid. Ik was geobsedeerd door mijn zogenaamde vetrollen. BDD is niet iets dat je wordt aangeleerd, dus ik heb geen traumatische jeugd gehad en ik heb ook geen reden om mezelf niet mooi te vinden. Ik werd ouder, ging na mijn studie werken, had vriendjes – niemand kon iets aan me merken. Ik had ook genoeg aandacht van jongens trouwens. Als meid weet je het als je goed ligt bij de mannen. Dan hoor je via-via dat ze je een lekker ding vinden. Daar snapte ik totaal niks van. Ik wist zeker dat ik een dik mormel was.”

Perfect zijn

Ik vraag aan Janne hoe het kan dat mensen niet doorhadden hoe ze over zichzelf dacht. Is ze gewoon een goede leugenaar? Ze begint te lachen. “BDD'ers zijn de beste leugenaars! In mijn therapiegroep zaten stuk voor stuk hoogopgeleide mensen. Succesvol, omdat ze zo perfectionistisch zijn en meesters in het verbergen van hun afwijking. BDD heeft veel raakvlakken met OCD: Obsessive Compulsive Disorder. Elke BDD-er wil ergens perfect in zijn. Mensen met BDD hebben vaak geen trauma, maar hun hersenen maken bepaalde verbindingen niet, die bij andere mensen wel gemaakt worden. Soms hebben ze al iemand in de familie met soortgelijke klachten, want het is dus wel erfelijk. En artsen herkennen de afwijking niet snel, omdat ze extreme onzekerheid vaak koppelen aan traumatische gebeurtenissen in het verleden in plaats van aan een psychische aandoening.”

Ruzie in de winkel

“Je kunt op een gegeven moment niet meer normaal functioneren. Ik was mezelf áltijd aan het spiegelen in ruiten. Was constant bezig met een houding te vinden waarop ik er het voordeligst uitzag. Ruzie in de winkel met mijn vriend omdat ik niet in de passpiegel wilde kijken. Ik wilde bijvoorbeeld ook niet dat hij me naakt zag. Als hij me complimenteerde met mijn uiterlijk, reageerde ik resoluut met ‘je liegt!’, omdat ik zeker wist dat hij dat niet meende. Je bent je de hele dag bewust van jezelf. Van hoe je eruit ziet, van hoe je overkomt. Dat, in combinatie met het feit dat je jezelf ontzettend lelijk vindt, is slopend. En dat merken anderen ook, hoe vrolijk en zogenaamd zelfverzekerd je ook tegen je vrienden kunt doen. Het ‘normaal doen’ kostte me elke keer heel veel moeite. Ik zei wel tegen mezelf ‘ziejewel, je hebt gewoon vrienden, dus ik heb heus niks geks.’ Maar je vrienden zien ook niet hoe het écht met je gaat. Ik deed er alles aan om ze niets te laten merken. Mijn vriend merkte het natuurlijk wel en die stuurde me dan ook naar een psycholoog. Hij had wel door dat de obsessie met mijn uiterlijk niet normaal was. Op een avond zag hij Oprah Winfrey op tv en riep hij vanuit de kamer: ‘Dit moet je kijken, dit gaat over jou!’ De uitzending ging over BDD, de ziekte is in Amerika namelijk veel bekender dan in Europa. Ik was verbijsterd door de herkenning. Ik kreeg een boek van mijn psycholoog over de afwijking en er ging een wereld voor me open! Het boek heet ‘broken mirror’ en ik herkende elke bladzijde ervan. 

Gefixeerd

Zodoende kwam ik er ook achter dat mijn aandoening bij het Academisch Medisch Centrum (AMC) in Amsterdam behandeld wordt. Ik ben daar in dagbehandeling gegaan en dat is de beste keuze van mijn leven geweest. Toen kwamen mijn vrienden er dus ook achter. Voor hen vielen veel dingen op z’n plek. Tijdens de behandeling in het AMC zat ik met BDD'ers die allemaal een eigen obsessie hadden. De één ziet haartjes in haar gezicht en haat zichzelf daarom. Een ander had vlekken op zijn gezicht die niemand kon zien, behalve hijzelf. De vrouw had wel wat meer donshaartjes en de man had ook wel kleine vlekjes, maar zij waren er zó op gefixeerd – dat ze zichzelf erdoor haatten. Kleine afwijkingen, of dingen die gewoon normaal zijn, zoals rimpels, worden voor een BDD'er het einde van de wereld. Ze kunnen niet met afwijkingen aan hun uiterlijk omgaan.”

Sneue dingen

Janne zit er nu stralend bij. Ze is wel erg slank, maar lijkt allesbehalve ongezond. Is dat dan ook een masker, of gaat het echt beter met haar? “Je komt nooit echt van BDD af. Ik ben nu vier jaar geleden met die dagbehandeling begonnen en ben sinds die tijd eindelijk gelukkig geworden. Ik heb nu geleerd met mijn BDD om te gaan en dat helpt me enorm. Ik kan nu mijn ratio van mijn emotie scheiden. Het zelf inzien dat ik een probleem had, was al een eerste stap. En er daarna iets aan willen doen. In therapie kregen we bijvoorbeeld de opdracht om zeven punten te noemen die we mooi vonden aan onszelf. Het mocht geen ontkenning zijn en we mochten het woord ‘niet’ niet gebruiken. Dus bijvoorbeeld ‘ik vind mijn huidskleur mooi, want …’. Ik vond dat zó lastig. Dan kon ik met pijn en moeite een stukje onderarm vinden dat ik op zich wel oké vond. Sowieso vond ik het eerst belachelijk dat we zulke opdrachten moesten doen. Ik dacht alleen maar ‘bah, nu ben ik zo’n vrouw die sneue dingen tegen zichzelf moet zeggen’, maar het hielp wél."

Overwinning

"Ze bouwen de therapie ook stapsgewijs op. Eerst moet je voor de spiegel staan en word je geconfronteerd met je uiterlijk, terwijl je dat niet wilt zien. Later moet je door het ziekenhuis gaan lopen en krijg je een opdracht mee. Liep ik daar met wc-papier in mijn kleren om me dikker te laten lijken. Moest ik opletten of mensen mij zouden bekijken. Ik moest ook een keer met een zakje M&M's in de hal gaan zitten. En een M&M eten. Ik vond het vreselijk, ik dacht dat alle mensen naar me staarden en dachten: waarom eet dat dikke mens?! Maar toen dat lukte, was het wel een enorme overwinning, waardoor zulke dingen steeds beter gingen. Daarom werkt deze therapie zo goed, je moet dingen dóen in plaats van erover praten.”

Opvoeding

Niet genezen dus, maar het gaat wel veel beter. Janne neemt geen koekje bij de thee en haar schoenenrek staat vol sportschoenen. “Tja, ik let dus nog steeds heel erg op wat ik eet. Ik weeg al mijn eten en weet precies wat er in zit. Als er morgen iemand jarig is, weet ik dat ik een gebakje moet gaan eten. Dan neem ik het weekend ervoor niets zoets. Ik heb nooit anorexia gehad, want ik wist wel dat uithongeren slecht voor je was. Maar ik sport wel heel veel. Om met je stoornis te kunnen omgaan, moet je van jezelf winnen. Ik denk elke dag bewust terug aan hoe ik me vroeger voelde en hoe goed het nu met me gaat. Dat maakt me dankbaar. Verder heb ik met mijn vriend afgesproken dat we, als we later kinderen hebben, niet over eten praten. Je mag eten wat je wilt en eruit zien zoals je wilt. Dat ongelukkige gevoel dat ik had, gun ik niemand en zeker niet mijn kinderen. En complimenten geven, dat doet heel veel goed. Ik probeer elke dag een compliment aan mezelf en aan een ander te geven.