Hoe meer dood, hoe meer leven

Als er in het bos een tak van een boom sterft, komt er in diezelfde tak heel veel tot leven. Ecoloog en bosbouwer Jan ten Hoopen uit Arnhem weet daar alles van. Hij is een van de weinigen in Nederland die is gespecialiseerd in dood hout – en het leven wat daaruit voortkomt.

Gepubliceerd: 03 april 2017 in Duurzaamheid Tekst: Willemijn de Jong Beeld: Margriet Alblas

Jan pakt een stuk hout met heel veel kleine spoortjes erin. Dat zijn een soort ‘gangetjes’, die samen een doolhof vormen op de tak. “Kijk, hier zie je hoe larven van kevertjes zich tegoed hebben gedaan aan dit dode hout.” De gangetjes gaan over in een gaatje, waar een larve zijn weg heeft vervolgd naar de binnenkant van de tak. “De larven nestelen zich in het hout, zodat ze later kunnen ontpoppen tot een kevertje.” De tak die Jan vastheeft, heeft ontzettend veel van die gangetjes. Hoeveel kevertjes hebben zich een weg gegeten door deze tak? Jan telt en legt aan de dikte van de gangetjes uit dat het verschillende soorten kevertjes waren. Op tafel ligt een Zweedse encyclopedie. Meerdere dikke takken. Een doos met opgezette kevers. Maar ook goed bewaarde houtwespen en sluipwespen – allerlei dieren die hebben geleefd doordat er stukjes boom zijn gestorven.

Wanneer sterft een boom? “Bomen gaan rotten en gaan daar uiteindelijk helemaal dood van, of sterven eerst en gaan daarna rotten. Met dood hout bedoelen we hout dat niet meer meedoet aan het af- en aanvoeren van voedingsstoffen. Rot hout is hout waar schimmels in leven. Maar rot is niet per se een doodsoorzaak. Er zijn van die hele grote dikke eiken die helemaal uithollen vanbinnen, maar nog honderden jaren blijven staan. De kern van een boom bestaat uit dood hout, omdat dat hout zijn functie is verloren. Het hout van de boom dat niet meer mee doet aan het aan- en afvoeren van water of suikers (maakt de boom dus niet dood. Je kunt het vergelijken met onze nagels en haren. De meeste bomen hebben dode of rotte plekken en verliezen takken. Pas als een boom omvalt of alleen nog maar uit rot bestaat, is hij écht dood.”

Wat gebeurt er als hout sterft? “Als delen van een boom sterven, komt dat bijvoorbeeld door een tekort aan licht, doordat de ene tak de ander verdringt, of door beschadiging van buitenaf. Dat gebeurt wanneer een tractor tegen een boom aanrijdt of een specht een gat tikt. Elke boom wapent zich overigens tegen indringers. Een naaldboom maakt hars aan en sommige loofbomen hebben een soort gom. Ook zijn er heel veel chemische stofjes die de indringers niet lusten. Net als ons mensenlichaam zich met immuunstoffen wapent tegen indringers. Een rotte plek of dode tak wapent zich niet meer. Dat wordt dus een plek waar de indringers – insecten, schimmels, bacteriën – zich tegoed kunnen doen aan de boom.”

Hoe doen die organismen dat? “Insecten leggen eitjes in het dode hout, waarna de larven dus van die gangetjes eten. Schimmels hechten zich aan het dode hout omdat dat hun voedsel is. Het is eigenlijk hetzelfde als wanneer een dier sterft in de natuur: daar komen heel veel verschillende andere dieren, schimmels en bacteriën op af. Voor een ecoloog is dat prachtig. Als er één dier of boom doodgaat, hebben heel veel andere soorten daar profijt van. Als je dus dood hout of dode dieren laat liggen, is dat goed voor de diversiteit in de biologie. Zo ruimt de natuur zichzelf op – de één z’n dood is letterlijk de ander z’n brood.”

Voor een ecoloog is dat prachtig. Als er één dier of boom doodgaat, hebben heel veel andere soorten daar profijt van

Dus je vindt het niet jammer als er iets sterft in de natuur? “De natuur heeft zelf geen sentiment bij de dood. Mensen duiden een natuurramp of ziekte aan als iets slechts, iets dat we niet willen. We willen niet dat bomen doodgaan, omdat dat geld kost of omdat wij het hout willen gebruiken in plaats van aan de insecten geven. Of we vinden het jammer van die mooie boom. Dat werkt hetzelfde als bij dieren. Hoe meer ze op ons lijken, hoe minder we willen dat ze sterven. Maar de natuur is een kringloop en ziet de dood als een gegeven. Hoe meer dood, hoe meer leven. En als er grote stukken natuur sterven door ons menselijk handelen, dan anticipeert de natuur daarop. Het is wel dramatisch, maar de natuur blijft nooit bij de pakken neer zitten. Het is de mens die de dood een negatieve lading geeft.”

Maar olifanten rouwen ook als er een dier uit de roedel sterft. “Ja, dat is wel interessant. Hoe hoger de intelligentie van een dier, hoe meer rouw je ziet. Dieren als dolfijnen, apen en olifanten nemen afscheid als een soortgenoot hun ontvalt. Bij mensen is dat natuurlijk het sterkste.”

Voor veel mensen is de dood iets slechts, iets om bang voor te zijn. Hoe zie jij dat? “De dood is een voorwaarde voor ander leven. De mens is bang voor eindigheid, maar verder is dat niet echt aanwezig in de natuur. Er is een constant sterven en leven. De soort moet overleven, maar de dood hoort er gewoon bij. Zoals de natuur nu is, in al zijn rauwheid, zo is het goed.”