Hoe een talibanstrijder een heilssoldaat werd

Talibanstrijder ontvluchtte de waanzin: “Ik strijd nu om anderen te redden”

Gepubliceerd: 07 augustus 2017 in Geloven Tekst: Menno de Boer Beeld: Wendy Bos

Muhammad Khurram. Zijn achternaam betekent: een blij mens. En dat is hij ook, ondanks tegenslagen   en   een   leven  van krankzinnig geweld. Geboren in Pakistan, vlakbij de hoofdstad Islamabad en opgegroeid in een wereld waar ‘de waarheid’ bepaald wordt door  de loop van een geweer. Ooit kreeg hij van zijn Taliban-commandant de opdracht een geboeide en geblinddoekte man dood te schieten. Vreemd genoeg was dat het begin van zijn weg met God.

“Waar ik ben opgegroeid, bepaalt de Taliban de waarheid. Deze extreem fanatieke moslims hebben altijd gelijk, een andere mening telt niet. En wie anders denkt, wordt hardhandig op andere gedachten gebracht… of vermoord. In de naam van Allah is alles geoorloofd.”

Het begint al op school

Muhammads vader is een strenge moslim, die dertig jaar in Saoedi Arabië tussen extreem fanatieke moslims doorbracht. Alhoewel hij zelf niet actief was in de strijd van de Taliban om de sharia (de streng religieuze leer van plichten en regels) overal te laten gelden, ondersteunde Muhammads vader wel het gedachtegoed. En zowel thuis als op de madrassa – een religieuze school waar de islam wordt onderwezen – werden de extreme regels van het moslim fundamentalisme met de paplepel ingegoten. “Op school begint het proces van hersenspoeling,” zegt Muhammad. “De extremisten hebben enorme invloed op de scholen en gebruiken de lessen om kinderen te trainen. Ik heb meegemaakt dat kinderen van een jaar of acht in een afgesloten ruimte werden gezet met een heleboel kuikentjes. Hun opdracht was om die kuikentjes dood te trappen. Uit naam van Allah. Zo begint de gewenning aan het nemen van een leven. Langzamerhand ga je zo steeds meer grenzen over.”

Rambo

“Ik groeide dus op in een wereld van geweld en extreme opvattingen. Ik moet eerlijk bekennen dat het ‘heldendom’ me wel aansprak. Je loopt rond met een geweer en voelt je net Rambo. Voor een jonge man is dat best stoer. Maar ik had wel een hekel aan de opstelling van de leiders, die altijd gelijk hadden. Ik had daar altijd vragen bij. ‘Waarom heb jij gelijk en ik of iemand anders niet?’ dacht ik vaak. Ik stelde ook te veel vragen volgens de leiders. Dat hoorde niet. Je moest gewoon gehoorzamen.”

"Weigeren was geen optie. Ik haalde de trekker over en..."

Schiet hem maar dood

Het leven als Talibanstrijder, waarin aanslagen aan de orde van de dag waren, sleepte zich voort. “In de strijd om altijd maar gelijk te hebben, vallen veel slachtoffers. Het meest onder de eigen bevolking. De meeste aanslagen worden gepleegd op moskeeën van gematigde moslims,” weet Muhammad. De vraag of er een god was die voorspoed, vrede en geluk voor mensen op het oog had, werd voor hem steeds belangrijker. “Ik begon te twijfelen of die god er wel was,” vertelt hij. “En die twijfel viel weg toen ik, na afronding van mijn training, iemand dood moest schieten. Het was een moslim journalist uit Pakistan, die geboeid en geblinddoekvoor me op zijn knieën zat. ‘Schiet hem dood’ was de eerste opdracht die ik van mijn commandant kreeg. Ik aarzelde en dacht: God waar bent u? Maar ik moest schieten. Weigeren was geen optie. Ik haalde de trekker over en…Niks. ‘Het geweer doet het niet’ zei ik tegen de commandant. ‘Nog eens’ luidde het antwoord. Ik haalde opnieuw de trekker over, maar opnieuw weigerde het wapen. ‘Neem mijn wapen maar…’ Wonder boven wonder weigerde ook het wapen van de commandant. Toen besefte ik: God is er! De commandant keek hij mij aan en zei: ‘Er is iets vreemds met jou’. We zijn weggelopen en helaas is de gevangene later wel door iemand anders vermoord. Maar daar begon mijn weg met God.”

Naar Nederland

Na jaren van uitzichtloos geweld, was Muhammad het zat. Hij kon er niet meer tegen: “Ik ben naar Nederland gevlucht en in mijn laatste gesprek met mijn moeder zei ik: ‘Mam, ik kom niet meer terug. Dat weet je hè?’ Ze wist het. Dat was de laatste keer dat we elkaar zagen; nu zo’n zes jaar geleden. Geld had ik genoeg in die tijd. Ik had veel geld verdiend in Pakistan, dat op een rekening in Dubai stond. Daarmee kon ik een nieuwe start in Nederland maken. Ik had al snel een mooi appartement, een baan en een relatie. Op Oudejaarsavond 2010 keek ik uit over de stad vanuit mijn appartement en bad tot God: ‘Ik weet dat U er bent, maar ik wil zo graag een perfecte connectie met U’. Mijn gebed werd op een vreemde manier verhoord toen de politie in juli 2011 op de stoep stond met de mededeling dat ik illegaal in Nederland verbleef. Of ik maar mee wilde komen. Ik belandde in de gevangenis tussen de moordenaars en de verkrachters en was even helemaal de weg kwijt. Ik raakte alles kwijt; mijn woning, mijn vriendin en mijn werk. Ik had niets meer.”

Jezus in een droom

“Drie maanden later zat ik op zondag te huilen in de stiltekamer van de gevangenis. Een rooms-katholieke priester kwam binnen, legde zijn hand op mijn schouder en zei: ‘Jongen, ook Jezus werd gestraft terwijl hij niets gedaan had. Het komt goed.’ Ik ging terug naar mijn cel en viel in slaap. Op een moment dat ik anders nooit slaap. En ik droomde. Ik was in een wat mistige ruimte waar een tafel met voedsel stond en mensen in lange gewaden rondliepen of muziek maakten. Links van mij stond een groepje mensen waarvan er twee naar mij toe kwamen. ‘Er is iemand die je roept’ zeiden ze. Ik liep naar het groepje toe en de groep week uiteen. In het midden zat iemand. ‘Was dat Jezus?’ vroeg ik me af. De man keek me aan en lachte. Toen wist ik: Hij is het! ‘Daar ben je dan eindelijk’ zei Hij, zonder zijn mond te bewegen. Ik was de enige die het hoorde… ‘Wees niet bang. Je bent niet alleen’ verzekerde Jezus mij. En toen werd ik wakker.”

“Soup, soap, salvation,” grijnst Muhammad. “Ik wil nu actief zijn in een ander leger.”

Uit de gevangenis

“De volgende dag werd ik geroepen, kreeg ik mijn mobiele telefoon terug en werd ik vrijgelaten. Eenmaal buiten de gevangenis belde ik direct mijn advocaat. Die was stomverbaasd. ‘Je hele dossier ligt hier, we hebben er nog niets aan gedaan. Hoe kun jij vrij zijn?’ was zijn reactie.” Muhammad was alles kwijt, maar vol vertrouwen. “Alles in je leven gebeurt met een reden. God zorgt voor de balans,” verzekert hij. Na een korte zwerftocht kwam hij terecht bij een van de korpsen van het Leger des Heils. “Soup, soap, salvation,” grijnst Muhammad. “Ik wil nu actief zijn in een ander leger. Een leger waar we strijden om anderen te redden. Natuurlijk ben ik soms nog boos als ik aan het verleden denk en aan de mensen die mij van alles hebben aangedaan, maar ik bid nu voor hen. Ik wil iedereen, moslims, hindoes, joden, atheïsten, enzovoort, vertellen van de genade van God. Die er ook voor hen is.”