Hoe bewijs je in hemelsnaam dat je gelooft?

Hekmat vluchtte uit Afghanistan en werd in Nederland christen. Om een Nederlands paspoort te krijgen, moet hij aan de IND ‘bewijzen’ dat hij wel echt christen is. En dat is niet makkelijk.

Gepubliceerd: 12 maart 2018 in Geloven Tekst: Willemijn de Jong Beeld: Madame Forêt

Hekmat Amiri is als jonge tiener vanuit Afghanistan naar Nederland gevlucht. Hier werd hij christen. Voor christenen is het erg gevaarlijk in Afghanistan. Maar bij de IND, waar ze aanvragen van vluchtelingen behandelen, geloven ze niet dat Hekmat echt is bekeerd. Binnenkort heeft hij een nieuw gesprek. Als hij er dan niet in slaagt te bewijzen dat hij echt christen is, mag hij niet in Nederland blijven. Maar hoe bewijs je in hemelsnaam de meest subjectieve ervaring van de mens: het geloof?

Het was niet zijn eigen beslissing om van Afghanistan naar Nederland te vluchten. Hij was veertien toen zijn vader zijn oudere broer en hem wanhopig op het vliegtuig naar Nederland zette. “In die tijd werd mijn vader vaak bedreigd; ze zeiden dat we zouden worden ontvoerd en gedood als hij geen losgeld betaalde. Mijn vader had namelijk een goedlopend bedrijf. Nadat hij een paar keer het losgeld had betaald maar het niet meer kon opbrengen, stuurde hij ons weg. Als je in een land als Afghanistan gevaar loopt, heb je niks aan de overheid. Om ons heen gingen continu mensen dood.”

Opgegroeid als moslim
Toen zijn vader hem wegstuurde, kreeg hij één opdracht mee: 'word geen christen daar in het Westen.' Dat is het ergste dat hij zijn Sjiitische familie aan kan doen. “Blijf vijf keer per dag naar Mekka bidden”, zei zijn vader. Eenmaal in Nederland voelde hij die druk om te bidden minder. “In Afghanistan waren dat soort dingen extreem belangrijk. Mijn vader was een heel strenge moslim en ik ben dan ook streng opgevoed. Er waren veel regels waar ik me aan moest houden, en dingen uitproberen mocht niet. Mijn vader en moeder bepaalden mijn manier van denken. Toen ik hier in zo’n open cultuur kwam, probeerde ik een toegewijde moslim te blijven. Maar zonder de oproep van de moskee en om mij heen mensen die het niet zo nauw namen, verwaterde dat.”

Hoe kwam je in aanraking met de Bijbel? “Het was niet alleen dat ik Nederlandser werd. Ik had het als tiener zonder mijn ouders heel moeilijk. Ik miste mijn moeder. Ik voelde me erg alleen, maar in de islam zoals ik die had geleerd, is Allah een God die ver weg is. Ik durfde niets aan God te vragen voor mijzelf. Een vriend van mij was christen. Hij blowde niet, zoals mijn moslimvrienden. Hij hielp me om goede keuzes te maken, de keuzes die mijn vader me zou hebben laten maken. Alleen zei deze vriend niet: dat moet gewoon. Hij maakte goede keuzes omdat hij het wílde. Toen hij merkte hoe ongelukkig ik me voelde, gaf hij me een christelijk boek.”

“De God van de Bijbel vond ik heel anders dan die van de Koran. De christenen die ik leerde kennen, leefden veel meer zoals past bij deze cultuur en bij deze tijd. Ze maken beslissingen vanuit het idee van genade, niet omdat het moet. Ik leerde door met christenen om te gaan dat je bij God welkom bent zoals je bent. Als moslim moest ik altijd hard mijn best doen en wist ik nooit zeker of God me goed genoeg zou vinden. Nu voelde ik me gered door Jezus.”

Wat was het moment dat je ervoor koos christen te worden? “Ik ging in de Bijbel lezen, ondanks dat ik wist dat mijn familie dat vreselijk zou vinden. Ik voelde me ontzettend onrustig. Toen ik het dikke boek opende, las ik het verhaal van de verloren zoon, die terug mocht komen bij zijn vader. Dat raakte me. Ik zag het als een signaal van God. Ik had nog nooit meegemaakt dat ik precies dingen las die ik nodig had. Maar ik piekerde veel en twijfelde of Allah God was of andersom. Toen ik op een dag op straat richting mijn huis liep en wat in mijzelf praatte, zei ik tegen God: ‘Help, ik wil U kennen. Wie bent U?’ Juist op dat moment kwamen er twee mannen en een vrouw naar me toe. Ze vroegen me waar ik in geloofde. Ik antwoorde dat ik in Allah geloofde. Ze vertelden me over Jezus. Voor mij was dat een teken dat Jezus echt bestaat. Ik ging huilend naar huis. Ik belde mijn vriend en zei: 'Ik geloof dat Jezus echt is, ik moet meer over Hem weten.' Na zes maanden ben ik gedoopt in Eindhoven, waar ik bijbelstudies volgde.”

Waarom geloofde de IND in je eerste gesprek niet dat je christen was geworden? “Ik was toen nog niet zo lang gelovig. Veel dingen uit de Bijbel wist ik gewoon nog niet. Ik had erg slecht geslapen de nacht ervoor. De Afghaanse vrouw die voor mij vertaalde, sprak sommige Bijbelse namen verkeerd uit, doordat ze moslim was. Volgens mij heb ik die ontmoeting op straat ook niet goed verteld, met die mensen. Veel vragen die ze me stelden, begreep ik niet. Dan kom je al snel onbetrouwbaar over. En ik begrijp ook wel dat de IND rekening houdt met het feit dat vluchtelingen christen worden om in Nederland te kunnen blijven."

"Help, ik wil U kennen. Wie bent U?"

Speelde dat niet mee in je bekering, dat je dan sneller een verblijfsvergunning krijgt? “In de christelijke God gaan geloven, is niet iets dat je kan verzinnen. Dan zou ik mezelf diep ongelukkig maken. Daarbij is het heel eng om de God waarmee je bent opgegroeid de rug toe te keren. Als je Afghaans bent, is je familie ontzettend belangrijk. Het is een enorme drempel om mijn familie te vertellen dat ik christen ben.”

Toch kan ik me voorstellen dat dat geen reden is om je een status te geven. “Maar ik kan ook mijn geloof niet ontkennen. Tot geloof komen is iets dat met je gebeurt. Het wordt een deel van wie je bent. Als ik terug ben in Afghanistan, kan ik niet net doen alsof ik geen christen ben. Terwijl het daar voor christenen extra gevaarlijk is. Jezus zegt in de Bijbel dat hij zal negeren wie Hem negeert. Ik geloof dat Hij me heeft gered, dus ik kan niet meer terug. Mensen in Nederland begrijpen vaak ook niet goed hoe dat werkt in een moslimland. In Afghanistan zijn sjiieten en soennieten al met elkaar in oorlog. Ik was moslim, maar werd nog steeds door soennitische vrienden overgehaald om een ander soort moslim te worden. Van mijn vader moest ik mezelf als kind al geselen. Jezelf pijn doen hoorde bij onze manier van geloven. Los van waar ik woon: ik kan en wil geen moslim meer zijn.” 

Hoe zal het dan gaan als je nu terug moet? “Als ik in Afghanistan ben, zal mijn familie me misschien alleen met de nek aankijken. Maar andere moslims hebben een vrijbrief om me te doden. Christenen zijn kafir. Dat betekent dat elke moslim hen ongestraft mag doodmaken. Ik herinner me een meisje dat werd verbrand, omdat iemand anders over haar zei dat ze de Koran ontkende. Ik zal geen moment veilig zijn. ’s Nachts heeft de Taliban de macht en overdag de overheid. Maar beiden zullen me nooit beschermen. Daarbij: moslims in Afghanistan geloven dat ze in de hemel beloond worden als ze een christen doden. Als ik niet in Nederland mag blijven, moet ik terug naar Kandahar, het centrum van de Taliban en Al-Quada. Dan ben ik vogelvrij.”

"Christenen zijn kafir. Dat betekent dat elke moslim hen ongestraft mag doden."

Hoe overtuig je de IND dat je hier moet blijven? “Eigenlijk kan ik dat niet. Ik hoop en bid dat ze aan me kunnen merken dat ik oprecht ben. De IND kent de rapporten en de noodkreet van Amnesty International ook wel. Maar het is ook gewoon hun werk om niet elke vluchteling een Nederlander te maken. Je moet het dus bewijzen, maar hoe dan? Een christen hoeft niet vijf keer per dag te bidden. Het christelijke geloof is juist heel vrij, je mag het zelf invullen. Het zou makkelijker zijn als ik moest bewijzen dat ik moslim was. Moslims zijn vaak trots op hun geloof. Ze spreken veel uit hoe goed Allah is. In het christendom is het meer een kwestie van laten zien wat er in je hart leeft. Ik hoef voor Jezus niet mijn best te doen, Hij is er gewoon in alles wat ik doe. Ik ga wel elke zondag twee keer naar de kerk, geef Bijbelles aan kinderen van het asielzoekerscentrum, leid kampen voor vluchtelingenjongeren, geef taalles en doe zelf veel Bijbelstudie. Maar dat zijn maar activiteiten. De IND weet niet dat ik nu niet meer boos word als iemand gemeen tegen me is. Dat ik probeer te vergeven zoals Jezus dat doet. Dat ik vanuit genade en liefde mensen om mij heen zoveel mogelijk help. Je kunt pas echt zien of iemand christen is, als je kijkt naar hoe hij met zijn naasten omgaat. Maar dat is lastig te tonen in een enkel gesprek.”

Wat betekent Jezus voor jou? “Het bijzondere aan het christendom is dat Jezus geen man met vier vrouwen was, maar een heilig mens. Het verhaal van Mohammed gaat over oorlog, verschillende groepen en verdeeldheid. Jezus werd juist mens om verbinding te leggen. Hij stierf speciaal voor ons. Het contact met God is hierdoor veel hechter. Door Hem heb ik in Nederland een nieuwe familie gekregen. Alle mensen uit de kerken die ik bezoek, zie ik als broeders en zusters. Dat heeft mij ook geholpen om uiteindelijk tegen mijn familie in Afghanistan te vertellen dat ik christen ben. Ik hoop dat ze me ooit zullen begrijpen. Ik leef nu hier, ik voel me een Nederlander. Maar het blijft heel verdrietig dat ze niet meer met me willen praten. Om dat te accepteren, heb ik God hard nodig.”