Het Leger des Heils en prostitutie

Het Leger des Heils strijdt al sinds zijn ontstaan tegen mensenhandel en prostitutie.

Gepubliceerd: 05 juli 2017 in Recht Tekst: Willemijn de Jong

‘Zolang er nog één meisje verloren op straat loopt, zal ik strijden’, zei oprichter William Booth vlak voor zijn sterven, in de begindagen van het Leger des Heils. Kwetsbare mensen zijn altijd welkom geweest bij het Leger. Ook vandaag zien we dat vrouwen in de prostitutie kwetsbaar zijn. Wat deden wij in de tijd van Booth voor vrouwen in de prostitutie? En wat doen we nu?

Opvanghuis voor prostituees

In 1881 meldt een jong meisje zich uit pure wanhoop bij het Leger des Heils. Ze wil niet terug naar het bordeel, maar kan verder nergens heen. Heilssoldaat Elizabeth Cottrill is een pionier op het gebied van hulpverlening aan prostituees. Ze neemt het meisje op in haar gezin. Het duurt niet lang of meer vrouwen en meisjes melden zich. Het eerste opvanghuis voor vrouwen en meisjes is geboren. Vanaf 1884 ontstaat er een georganiseerde vorm van opvang. Inmiddels is dit een wereldwijd netwerk.

Een jaar later schrijft William T. Stead een serie artikelen in zijn krant, de Pall Mall Gazette, over kinderprostitutie in Londen. Om aan te tonen aan de overheid dat het mogelijk is om meisjes letterlijk te kopen, ensceneert hij samen met Bramwell Booth, de zoon William, de koop van de dertienjarige Eliza Armstrong. Het lukt hen om het meisje van haar ouders te kopen om haar zogenaamd de prostitutie in de sturen. Eliza wordt overgebracht naar een heilssoldatengezin in Frankrijk en haar overkomt uiteraard niets, maar William Stead wordt desondanks veroordeeld tot een paar jaar cel. Zijn artikelenserie en de ‘verkoop’ zijn echter niet voor niets geweest. De zaak vormt de aanleiding tot de invoering van de Criminal Law Amendment Act, waardoor de seksuele meerderjarigheid voor meisjes in 1885 wordt verhoogd van 13 naar 16 jaar.

Het Leger laat het daar niet bij. In hetzelfde jaar lanceert men de Purity Crusade, een petitie om de leeftijd van seksuele meerderjarigheid nog verder te verhogen naar 18 jaar. De petitie van 30.000 handtekeningen wordt op een wagen, getrokken door geüniformeerde officieren van het Leger des Heils, in optocht naar het Lagerhuis gebracht.

Vechtpartijen met de pooiers

Deze actie is niet de enige van het Leger des Heils die wetgeving heeft doen veranderen. Begin 1900 wordt de commandant van het Leger des Heils in Japan, kolonel Henry Bullard, geconfronteerd met een bijna driehonderd jaar oud systeem van ‘legale’ prostitutie. Men kan meisjes tijdelijk verhuren aan een bordeel. Ouders met geldgebrek brengen hun dochters naar een wijk nabij Tokio, waar zo’n vijfduizend meisjes zitten. De ouders kunnen de lening zelden inlossen, omdat het kostgeld van de meisjes hoog is. De wijk wordt zwaar bewapend door politie en de rode lichtjes trekken zo’n honderdduizend klanten per week. 

Kolonel Bullard is vastberaden hier iets tegen te doen. Hij bestudeert de Japanse wet en komt erachter dat het niet is toegestaan om mensen als onderpand te geven voor een lening. Hij vertaalt de wetgeving in begrijpelijk Japans en publiceert dit op de voorkant van de Japanse Strijdkreet. Op 1 augustus 1900 marcheert een Leger aan heilssoldaten de wijk van de meisjes binnen en roept luidkeels dat de meisjes welkom zijn bij het Leger des Heils. Er ontstaan vechtpartijen met de souteneurs (pooiers), waarbij veel heilssoldaten gewond raken. Toch weten zeventig meisjes de weg naar het opvanghuis te vinden. Naar aanleiding van deze actie ondertekent de keizer in hetzelfde jaar een wet: elk meisje dat haar vrijheid terugwil, kan zich melden bij het politiebureau om zich uit te schrijven als ‘publieke vrouw’. Na deze wetswijziging worden in totaal twaalfduizend meisjes door het Leger in Japan uit de prostitutie gehaald en geholpen.

Bosshardt op de Wallen in Amsterdam

Ook bij het Nederlandse Leger des Heils worden sinds oudsher vrouwen en meisjes opgevangen en geholpen die uit de prostitutie willen. De bekende Majoor Bosshardt (1913-2007) werkte een groot deel van haar leven op de Wallen in Amsterdam. Ze bezoekt in die jaren de vrouwen die daar werken in de raamprostitutie en helpt hen waar zij kan. Het onderwerp gaat haar zo aan het hart dat zij zelfs Prinses Beatrix anoniem meeneemt om te laten zien wat er op de Wallen gebeurt. Daar is een historische foto van genomen. Bosshardt schrijft in 1961 een scriptie met de titel ‘Sociaal werk onder zich prostituerende vrouwen’. 

Haar stelling in dit onderzoek is dat vrouwen in de prostitutie zich in een noodsituatie bevinden, omdat ze geen contact hebben met de normale maatschappij. Ook vervullen zij een soort “vreemde functie van ‘voldoen aan de behoefte naar afwijkend seksueel gedrag’ maar worden zij tegelijkertijd afgekeurd”. Hulpverlening aan deze vrouwen heeft in haar perspectief het doel om hen uit de prostitutie te halen. Ze schrijft: “De uitweg ligt voor de hand: trachten hun de waarde van de ‘echte’ waarden te laten zien, aanknopend aan het knagende heimwee dat elk mens toch in een hoekje van zijn hart heeft, naar het echte, het goede, het zuivere, ja naar het Goddelijke. Dat vraagt begrip, geduld, meeleven, aanvaarding. Het vraagt van de betreffende vrouw veelal bovenmenselijke kracht, maar het kan, want die kracht is er in het geloof in Jezus Christus.”

Vrouwenhandel

Het Leger des Heils werkt inmiddels in 128 verschillende landen over de hele wereld. In de meeste landen worden ook vrouwen en meisjes geholpen die in de prostitutie zitten. Vooral in India is er veel vrouwenhandel en doen we er alles aan om die vrouwen uit de prostitutie te halen. Bij de hulpverlening houdt het Leger rekening met de wetgeving op dit gebied, die per land verschilt.

Maar boven alle wetten uit houdt het Leger zich vast aan de missie die William Booth ooit formuleerde in zijn open brief in de Strijdkreet over ‘fallen women’: “Thank God, The Salvation Army never sees an evil without asking the question: can anything be done to remove it? Something must be done. Something shall be done, and done at once. What shall it be?”