'Het korps maakt mij meer mens'

Chris studeerde Plantenwetenschappen aan de Universiteit in Wageningen en zocht een kerk om zich bij aan te sluiten. Hij koos voor het korps van het Leger des Heils in Ede. Waarom voelt hij zich daar thuis?

Gepubliceerd: 22 juli 2018 in Geloven Tekst: Willemijn de Jong Beeld: Margriet Alblas

“Ik ga nu sinds een jaar naar korps Valleistreek. Dat bevalt me heel goed.” Van huis uit hoorde Chris van Dam (24) bij de Nederlands Gereformeerde Kerk. Toen hij een kerk zocht in de buurt van zijn universiteit, maakt hij een lijstje van alle kerken in de omgeving. “Mijn vader werkt bij het Leger des Heils. Die zei tegen me: je zou voor de gein eens bij het korps moeten gaan kijken. Dat heb ik gedaan.”

De enige student

“Ik heb nog wel getwijfeld tussen een jonge Baptistengemeente en het korps. In die gemeenschap van Baptisten zat alleen maar jeugd. Bij mijn korps ben ik de enige student, er zijn vooral veel ouderen. Maar van die oude majoors leer ik heel veel. Zij laten me zien dat hulpverlening echt geen romantisch feestje is, geen makkelijke weg. Maar ze zijn heel erg gericht op het helpen van anderen. Ik ben zelf ook zo praktisch ingesteld. Ik vind het heel inspirerend om te zien hoe vaak mensen van het Leger langs gaan bij eenzame mensen en hoe de de Bij Bosshardt een huiskamer voor de buurt is.”

Het Leger is erg praktijkgericht. Vind jij genoeg inhoudelijke diepgang in het korps? “In Wageningen heb ik ook bij een PKN gekeken, waar veel professoren naar de kerk gaan. Daar hebben ze veel filosofische avonden enzo, dat spreekt mij ook wel aan. Maar ik lees thuis veel boeken. Bij een gemeente vind ik de gemeenschap belangrijker. Er zitten veel mensen in het korps die ik anders niet zou ontmoeten. De praktische instelling die veel heilssoldaten hebben, helpt me om te relativeren. Om te zien wat echt belangrijk is. Het maakt mij meer mens.”

Wat studeer je in Wageningen? Ik ben net klaar met mijn studie Plantenwetenschappen. Ik ben gespecialiseerd in plantveredeling. Ik zal proberen om uit te leggen wat dat is. Daar heb ik in het korps al een aantal keer mee geoefend, haha. Neem die cherrytomaatjes die nu overal in de supermarkten liggen. Tien jaar geleden is er een plantveredelaar geweest die dacht: er is markt voor kleine, smaakvolle tomaatjes, maar die bestaan nog niet echt. Hij is toen kleine tomaatjes gaan kruisen tot hij een plant had die het goed zou doen. Meestal kruisen plantveredelaars om ziektes tegen te gaan, maar tegenwoordig doen we ook veel tegen abiotische stress: problemen bij gewassen door klimaatverandering. Ik ben tijdens mijn studie naar Colombia gegaan om daar mee te werken aan een project met bruine bonen. Dit bonenras is een belangrijk eiwitgewas, maar over vijftig jaar kunnen ze bijna niet meer verbouwd worden, als we er niets aan doen. De plantjes van deze bonen kunnen namelijk niet tegen warmte in de nacht, en de temperaturen lopen steeds hoger op. Daarom kruisen we deze bonen met andere, wildere bonen die bijvoorbeeld in woestijngebieden groeien, en beter tegen de warmte kunnen.”

"Ik was opgelucht toen we bij het korps aankwamen: het korps bleek op de rand van de sloppenwijk te zitten, op een plek waar de kerk hoort te zijn."

Colombia
"Trouwens, dat is wel een mooi verhaal! Toen ik in Colombia was, wilde ik daar ook graag naar de kerk. Ik ging eerst naar een kerk in een middenstandswijk waar toeristen zitten.  Daar heb je veel van die corrupte kerken waarvan de leden arm zijn, en de dominee heel rijk. Die verkondigt dan met een Rolex om zijn pols dat God de mensen ook zal zegenen als ze hem maar veel geld geven. Zulke dominees gebruiken hun kerk als melkkoe. Toen ik naar de stad Bogotá ging, zag ik dat er ook een korps van het Leger des Heils was. Ik was bang dat het Leger daar ook corrupt zou zijn. Ik appte naar de korpsofficier, maar die bleek er niet te zijn. Hij verwees me naar iemand anders, die er ook niet was. Die stuurde me weer door naar een nieuw nummer. Ik kreeg toen een bang vermoeden dat ze niet echt op een westerling zaten te wachten. Maar de derde persoon was heel enthousiast en vroeg waar hij me kon oppikken. Op de grens van de toeristenwijk waar ik zat, kwam hij aanscheuren op zijn motor. Ik mocht achterop. Dat zag er natuurlijk niet uit, ik was een kop groter dan hij, en ik zat niet echt ontspannen. Het verkeer is daar iets anders dan hier, en hij reed rechtstreeks de arme buurt in. Ik was opgelucht toen we bij het korps aankwamen. Ik had het overleefd, en het korps bleek op de rand van de sloppenwijk te zitten - op een plek waar de kerk hoort te zijn."

Dat is toch ook een gevaarlijke plek, de sloppen in Colombia? Als ik het nieuws en de films moet geloven is dat één groot drugskartel. "Ja, maar het stelde me toch gerust. Ik was zo blij dat het Leger daar niet ergens op een veilige plek subsidie uit Nederland zat op te vreten. Dit is een plek waar het Leger des Heils hoort. En de mensen waren heel echt. Ik dacht daar: mooi, hier kan ik iets betekenen. Ik zou echt veel liever op die plek willen wonen dan ergens in het centrum een toeristen-barista te zijn. Ik voelde me ook niet bang. Je moet natuurlijk wel opletten in de buurt, er zijn heel veel verslaafden. Maar ik voelde me bij de korpsofficier wel veilig. Hij wist duidelijk wat hij deed. Het korpsgebouw was geen mooi gebouw. De officieren leven helemaal niet rijk. Maar mij viel op dat het plafonnetje gloednieuw was, met led-lampen. En ze hadden een mooie wc. Bleek dat dit door Nederland was gesponsord, zodat ze de grootste kosten daar, elektriciteit en water, konden drukken."

Je klinkt idealistisch. Wat is je droom? "Ik wil een bijdrage leveren aan de voedselzekerheid. Er wordt nog weinig gewerkt aan tropische gewassen. Het is dus aannemelijk dat ik ergens in het verre buitenland door zal gaan met veredelen. Het is makkelijk om in Nederland bij een bedrijf te gaan werken en lekker te verdienen, maar ik vind het belangrijker dat gewassen die minder populair zijn, in arme landen, ook behouden blijven."

Doe je dat ook om mensen te helpen? "Ja, voor veel mensen is het desastreus als de klimaatverandering oogsten bedreigd. In arme landen zijn veel mensen afhankelijk van het verbouwen van die gewassen. Maar het idealisme beperkt zich bij mij niet alleen tot gewassen, hoor. Daarom past het Leger des Heils goed bij mij. In mijn tijd in Colombia las en luisterde ik veel over Cuba, een ander arm land. De korpsofficieren bleken Cubaans. Hij hoorde bij de frikis, een stroming die jaren terug veel AIDS heeft verspreid, door expres hun HIV-besmette bloed uit te wisselen om in de ziektewet te komen. Vlak voor dat gedoe met AIDS begon, heeft hij zich bekeerd. Eenmaal vrij van verslaving is hij bij het Leger gegaan en nu helpt hij andere verslaafden. Toen ik met hem praatte, ging ik veel beter begrijpen waarom mensen drugs gebruiken en hoe een verslaafde in elkaar zit. Dat helpt mij om niet veroordelend te zijn."

Korps Ede en Bogotá
"Die korpsofficieren kenden trouwens allemaal mensen uit mijn korps! Dat kwam omdat mensen van het Leger in Nederland een werkvakantie hebben gedaan bij het korps in Cuba, om hun gebouw helemaal op te knappen. Toen ik foto's liet zien van vrienden uit mijn korps begonnen ze helemaal te stralen. Ze waren zo dankbaar voor wat de broeders en zusters uit Nederland hadden gedaan. Door het internationale netwerk van het Leger konden ze namelijk goederen importeren die lastig naar Cuba zijn te krijgen, maar door samen te werken met het Leger in Canada kregen ze het toch voor elkaar. Ik ben nu bezig met een manier om vanuit ons korps in Ede het korps in Colombia te ondersteunen. Onze euro's zijn daar zoveel waard, je kunt echt verschil maken."