“Het doet mij zeer dat mensen de dupe worden van het systeem”

Edo Paardekooper Overman werd onderscheiden als mensenrechtenmens 2018. Hij was de eerste die deze onderscheiding van het College van de Rechten van de Mens ontving. Het is een waardering voor het jarenlang opkomen voor de rechten van dak- en thuislozen in Nederland, waaronder de deelnemers van het Leger des Heils.

Gepubliceerd: 19 februari 2019 in Samenleving Tekst: Willemijn de Jong Beeld: Marleen Kuipers

Vijftien jaar is het geleden dat Edo zelf op straat belande, nadat zijn relatie uitging. “Ik wist helemaal niet dat het Leger des Heils bestond. Ik had wel eerder in mijn leven ervaring gehad met afhankelijkheid. Maar dakloos zijn is een hele nieuwe dimensie. Ik wilde de eerste weken zo onzichtbaar mogelijk door het leven gaan. Ik zat in publieke ruimtes waar ik anoniem was, wilde geen bekenden tegenkomen. Ik bouwde een muurtje om me heen en wilde met rust gelaten worden. Het enige waar ik mee bezig was, was de dag doorkomen. Ik had nog wel een uitkering, maar dat was een WAO – ook geen vetpot. Daarvan sliep ik een aantal nachten in een goedkoop hotelletje. Dan kon ik even douchen. Dat was 45 euro per nacht. Na tien nachten is je WAO dan op. En dan heb ik het nog niet over de kosten van eten en drinken. Het leven op straat is duur. Je moet alles kant en klaar kopen, een kopje koffie kopen om warm te kunnen zitten.”

Niet gevraagd wie ik ben
De honger dwong Edo hulp te zoeken. “Ik kon niet in schuurtjes blijven slapen. Je stapt over je schaamte heen als je geld op is. Een ex heeft me de goede richting op geduwd. Ik kwam terecht bij de nachtopvang. Gelukkig zagen ze daar wel in dat ik zo snel mogelijk 24-uursopvang nodig had. Eenmaal in de molen van hulpverlening kwam ik echter allerlei dingen tegen die niet goed waren geregeld. Ik noem maar iets: mij is bij binnenkomst niet gevraagd wie ik ben en hoe het kwam dat ik daar terechtkwam. De eerste zorg van de opvang was of ik aan de regels voldeed. Natuurlijk werd er wel even het een en ander geïnventariseerd, maar ik kreeg geen vragen over mijn belangrijkste problemen. Dat ik uiteindelijk schuldhulpverlening kreeg, kwam doordat ik dat zelf op het spoor kwam. Daar heeft de opvang me niet bij geholpen. Ik had het idee dat er weinig bekend was van de sociale kaart.”

Dat gun ik niemand
Het zette Edo aan om op te komen voor de rechten van hemzelf en de andere deelnemers in de opvang. Waarom ook voor anderen? “Ik merk dat andere mensen minder goed kunnen verwoorden waar ze behoefte aan hebben dan ikzelf. Ik heb competenties om aan te geven hoe ik mijn zorgtraject voor me zag, om mijn vragen te formuleren en om een netwerk op te bouwen. Als je eenmaal ervaart hoe kwetsbaar je als mens bent als je op straat staat… Het doet mij zeer om andere mensen de dupe te zien worden van een niet goed functionerend systeem. Toen ik dakloos was, voelde ik me niet gezien en niet gehoord. Niet erkend als volwaardig mens. Dat gun ik echt niemand. Ik kan niet anders dan daartegen in opstand komen.”

Via een andere deelnemer in de opvang hoorde Edo van de cliëntenraad. Omdat Edo verontwaardigd was dat hij zijn eigen cliëntendossier niet meteen in mocht zien, besloot hij daar zitting in te nemen. “Ik hoorde verhalen over mezelf die niet klopten. Ik wilde checken wat er in mijn dossier stond. Ik moest het uiteindelijk via de directeur regelen. Ik merkte dat ik als een lastige cliënt werd gezien. Terwijl ik dacht: joh, ik ben juist een waardevolle cliënt, ik help om de hulpverlening beter te maken. Maar dat voelde niet zo. Ik voelde me ontmenselijkt in het zorgsysteem.” 

Mooie ontwikkeling
Inmiddels is Edo al lang niet meer dakloos. Hij zit wel in diverse cliëntenraden en komt onophoudelijk op voor de rechten van de meest kwetsbaren in de samenleving. Ziet hij nog verschil tussen vijftien jaar geleden en nu? “De cliënt staat nog steeds niet helemaal centraal in de zorg. Het staat wel mooi in elk beleidsplan, en dat is ook heel goed, maar dat is nog niet voldoende de realiteit. Onder cliënten heerst nog altijd het gevoel dat zij er zijn voor de instelling in plaats van andersom. Inmiddels staat de term ‘shared-desicion-making’ eindelijk in het meerjarenbeleid van GGZ Nederland. Ook worden er steeds meer ervaringsdeskundigen ingezet. Daar zie ik een mooie ontwikkeling. Maar we moeten niet te snel tevreden zijn, hoor. In New York zijn ze daar veel verder in. De maatschappelijke opvang in Nederland loopt daar lichtjaren op achter.”

Aan jezelf te wijten
De luis in de pels zijn, levert meestal geen prijzen op. Toch is Edo nu onderscheiden door het College van de Rechten van de Mens. “Ik vind het te waarderen dat ze de eerste onderscheiding op het thema dakloosheid hebben gericht. Ik denk dat het een goede keus is om iemand te onderscheiden die zelf dakloos is geweest. Dat is het hele thema van alles wat ik doe: erkenning van de rechten van een mens, los van diens situatie. Los van wat iemand bijdraagt aan de maatschappij. Iedereen heeft recht op een menswaardig bestaan. In onze maatschappij ligt een enorme stigmatiserende beeldvorming op daklozen. Dat je het aan jezelf te wijten hebt als je geen dak hebt. Dat je wel dronken en verslaafd zal zijn. Dat je overlast veroorzaakt. De werkelijkheid is heel divers.”

“Ik zal niet zeggen dat er geen daklozen zijn waar die kenmerken voor gelden. Maar er zijn ook daklozen die jarenlang een succesvol advocaat zijn geweest. Of een ervaren automonteur. Ze hebben een gezin gesticht en kinderen grootgebracht. Als ze dan dingen meemaken als ziekte, ongeluk of andere niet verwijtbare omstandigheden waardoor ze zichzelf tijdelijk niet meer kunnen redden, worden ze vaak direct buiten de samenleving geplaatst. Je mag niet meer meedoen. Dat is uitsluiting. Het beeld bestaat dat je zelf verantwoordelijk bent voor je situatie. Is zo’n maatschappij wil toch niemand leven? Dat je erbuiten ligt zodra je iets overkomt. Dat verwijtbare is direct gekoppeld aan dakloosheid. Ik wil tegen die karikatuur strijden.”

Zincreatie
“Zo’n onderscheiding helpt hopelijk aan het ontkrachten van dat beeld van daklozen. Ik doe dit werk fulltime vrijwillig. Maar het levert mij natuurlijk ook iets op. Ik krijg waardering, heb hierdoor een groot sociaal netwerk en het maakt me gelukkig. Ik noem dat zincreatie. Ik denk dat Majoor Bosshardt het ook zo had kunnen noemen. Zin wordt niet gegeven, zoals in het woord ‘zingeving’, maar je ontwikkelt zin. De zin is er al.” 

Meer dan je situatie
De belangrijkste boodschap van al het lobby- en beleidsbeïnvloedingswerk van Edo is dat mensen meer zijn dan hun situatie. Tegenover de maatschappij, maar ook binnen de hulpverlening. “Er moet aandacht zijn voor het hele leven van mensen in de hulpverlening. Voor alle levensgebieden. Er moet ruimte zijn om jezelf te mogen zijn. Dat gebeurt ook al steeds meer, denk aan projecten waarbij studenten met daklozen gaan wonen. Ik geloof heel erg in het mixen van groepen mensen. Daklozen hoeven niet in een hoekje te worden weggestopt. Er moet ruimte zijn voor mensen die niet passen in een rijtjeshuis. We hebben zoveel welvaart dat er makkelijk ruimte is voor mensen die niet voldoen aan de strakke norm. Zo ontstaan ook interessante dingen als kunst en alternatieve woonvormen.”