Han Zijspan: twaalf ambachten, één ongeluk

Han Klein Haneveld wordt niet gespaard: al twee keer nam hij afscheid van zijn vrouw, en hij verloor een zoon. Boos op God is hij nooit geweest. “Als God Sinterklaas zou zijn en moet zorgen dat wij het hier goed hebben, dán kun je boos worden.”

Gepubliceerd: 08 juni 2018 in Leven Tekst: Wilfred Hermans Beeld: Marleen Kuipers

“Je zult me op het station wel herkennen aan m’n hoed en baard,” kondigt Han zichzelf vooraf telefonisch aan. De markante Wijchenaar staat bekend als Han Zijspan, vanwege zijn zijspanhobby. Een grapje is bij hem nooit ver weg. Z’n hoed heeft het HZ-(Han Zijspan)keurmerk: toen hij de hoed met zijn motorhelm van een flatgebouw naar beneden gooide, was de helm kapot. De hoed mankeerde niets.

Motorrijden met handicap

In zijn Renault rijden we naar huis. We racen, eigenlijk. Han doet of de verkeersdrempels er niet zijn. “We nemen de artiesteningang,” zegt hij, terwijl we z’n garage binnenlopen. Aan de muur hangt een kinderfietsje met zijspan, leuk voor de kleinkinderen. Verder: zijn felrode BMW-zijspanmotor, en daarnaast de ‘solo’, een gewone motor. “Het is motorrijden met een handicap, de motor doet iets totaal anders dan je verwacht. Als je remt, ga je naar links, geef je gas, dan ga je naar rechts. Dat kan gevaarlijk zijn; degene die mijn vorige zijspan heeft overgenomen, reed zichzelf binnen een dag dood. Meestal ben je na de eerste keer voor je leven verkocht, óf je bent er meteen klaar mee. Maar als je eenmaal die reflexen onder controle hebt, is er niks mooiers.”

Zoon verloren

Han wordt vandaag 68. Zijn twee kinderen zijn al op bezoek geweest. Eigenlijk hebben ze drie kinderen, vertelt zijn vrouw met pijn in het hart, terwijl ze de koffie op tafel zet. Eén zoon overleed een dag na zijn veel te vroege geboorte. “Hij woog dertien ons. In het ziekenhuis wilde ik nog foto’s maken van dat kleine handje om mijn wijsvinger, maar de polaroidcamera was kapot. Die heb ik terplekke gerepareerd, want alles wat mijn ogen zien, kunnen mijn handen stuk maken. Later hebben we Seth nog gekregen. Zijn naam betekent: God heeft ons nieuw leven gegeven.”

Grote Baas

Han praat nuchter over het verlies van zijn zoon. Boos op God is hij nooit geweest. Absoluut niet, zelfs. Haast verontwaardigd: “Als God Sinterklaas zou zijn en zou moeten zorgen dat wij het hier goed hebben, dán kun je boos worden. Maar de juiste verhouding is: Híj is de grote Baas, en wij Zijn schepping. Hij is er niet voor ons, wij zijn er voor Hem. Beste jongen, lees de evangeliën eens. Mensen zeggen vaak: Jezus is lief voor iedereen en maakt zieke mensen beter, maar Johannes beschrijft hoe Jezus in dat ziekenhuis, Bethesda, maar één man geneest. Eén! En niet om hem een plezier te doen, maar om te laten zien Wie Hij was!"

‘Misschien heeft God me allerlei ellende bespaard’

Natuurlijk had God de dood van mijn zoon kunnen voorkomen, maar misschien heeft Hij me allerlei ellende bespaard. Ik heb rust gevonden, ook in dat verdriet. Mijn vrouw is drie keer aan haar hart geopereerd, we hebben al twee keer afscheid genomen en de begrafenis besproken. Maar wat er ook gebeurt, God heeft mijn leven in Zijn hand. Om mijn vader te citeren: het beste komt nog.”

Pilootzendeling

Als klein jochie wilde Han piloot worden. Maar omdat zijn vader predikant was, voelde hij zich bijna verplicht om de zending in te gaan. Dan maar pilootzendeling, dacht ‘ie. “In mijn kinderlijkheid zei ik tegen God: als U zorgt dat ik kan vliegen, zal ik voor U het evangelie verkondigen. Later vond ik dat niet meer eerlijk van mezelf en besloot ik bij de luchtmacht te gaan, dan kon ik in zo’n Starfighter vliegen. Ik hou van snelheid, daarom rijd ik ook motor. Met de solo rijd ik 240 hoor, vergis je niet.”

‘Met de solo rijd ik 240 hoor, vergis je niet’

Opeens drong het besef bij de jonge Han door dat hij bij de luchtmacht op enig moment ook bommen zou moeten gooien. Dat wilde hij niet, dus werd hij maar politieagent. “Op straat was ik geen goeie, want ik schreef geen bekeuringen. Ik zei tegen mijn brigadier: ‘Ben je niet trots op me, dat mensen zich zo netjes gedragen in mijn buurt?’ Als techneut kwam ik al snel bij de recherche terecht. We zaten achter de internationale wapenhandel aan en ik zorgde voor het aftappen van telefoonlijnen.” Toch bleef het kriebelen, dat besturen van een vliegtuig. Daarom stopte Han als rechercheur en besloot hij alsnog een vliegersopleiding te volgen. Na de nodige vlieguren kwam hij in Kenia terecht, waar hij in opdracht van EO Metterdaad ontwikkelingswerk coördineerde.”  

Smartlappenkoor

Terug in Nederland volgden talloze baantjes. Een leven van twaalf ambachten en één ongeluk, zegt hij er zelf over. Dat ene ongeluk gebeurde in 1998. “Toen ben ik tijdens de Elfstedentocht op de racefiets met mijn hoofd hard op het asfalt terechtgekomen, de voorvork was afgebroken. Daar heb ik blijvend hersenletsel aan overgehouden, mijn kortetermijngeheugen is beschadigd.”

‘Een oude zangvriend zit momenteel in de bak omdat hij zijn vrouw vermoord heeft’

Tegenwoordig brengt hij de post rond, en de overige vrije uurtjes steekt hij in zijn vele hobby’s. Zo is hij dirigent van een smartlappenkoor en stookt hij zijn eigen drankjes. Trots wijst hij op een fles Calvados, zijn nieuwste creatie. “Maar dat vindt het Leger des Heils natuurlijk niet leuk. Overigens weet iedereen dat ik christen ben, ook mijn smartlappenkoor. Hoe ze dat merken? Tja, hoe merk je dat… Ga maar een keer mee. Een oude zangvriend zit momenteel in de bak omdat hij zijn vrouw vermoord heeft, waarna zijn zelfmoord is mislukt. Buiten mij zoekt niemand hem meer op.”

Kleindochter William Booth

“Als ik een sloeber tegenkom die eten nodig heeft, geef ik hem dat, maar wat ‘ie nog veel harder nodig heeft, is geestelijk voedsel.” En daarom, om mensen de Bijbel te laten lezen, organiseert Han jaarlijks een zomerconferentie, namens de stichting Nederlands Bijbelstudie Centrum. Vroeger in het Leger des Heils-hoofdgebouw, tegenwoordig in Duitsland. “Toen mijn vader vroeger tentcampagnes organiseerde, heeft hij nog eens een legertent van koningin Wilhelmina gekregen. De oorlog was voorbij, de tenten werden niet meer gebruikt, dus stuurde hij de koningin gewoon een brief.” 

In de jaren tachtig ontmoette Han de kleindochter van William Booth, oprichter van het Leger des Heils. “Dat was in Bournemouth, waar een conferentie over zending onder de Joden plaatsvond. Zij woonde in dat conferentiecentrum. Vroeger kon ze prachtig zingen, maar inmiddels was ze de negentig al gepasseerd. We hebben nog over muziek gesproken, over oude en nieuwe harmoniestemmingen van de piano; had ze nog nooit van gehoord. Een aardig mens, en natuurlijk trots op haar afstamming.”

Rollator

Het is tijd, de post roept. Han heeft een zijspan op zijn mountainbike gemonteerd. Post erin en gaan, op hoge snelheid door de wijk. Dat het regent, deert hem niet. Nat wordt hij toch wel, van het zweet. “De man die mijn huidige zijspan heeft gebouwd, heeft er zelf eentje gemaakt waar de rollator van zijn vrouw op past.” Uit de voorkamer kijkt zijn vrouw op. “Je was toch niet van plan dat ook te doen?”