‘Geld verdooft alleen maar’

Nadat Leroy drie overvallen pleegde, belandde hij in de gevangenis. Nu wast hij vol overgave de billen van bejaarden en wil hij met zijn muziek mensen verbinden en bemoedigen. “Als je gelooft dat je een slecht mens bent, ga je vanzelf slechte dingen doen.”

Gepubliceerd: 07 december 2018 in Leven Tekst: Wilfred Hermans Beeld: Eveline Kremer

Op de achtergrond klinkt geroezemoes van koffiedrinkende bewoners van het zorgcentrum. Leroy (28) beweegt zich zichtbaar in z’n element tussen hen door nadat hij koffie heeft gemaakt. “Toen ik hier kwam werken en al die oudere mensen ontmoette, raakte me dat. Vrede op aarde bestaat wél, dacht ik. Mijn manager nodigde me uit om een dagje mee te lopen op de pg-afdeling, met dementerenden. Best pittig om iemand te wassen, maar het gaf voldoening. Ik zag hen ervan opknappen en dacht: dit wil ik doen voor de kost. Recent heb ik mijn mbo2-diploma Helpende Zorg en Welzijn gehaald –drie tienen op mijn lijst – en een contract voor twintig uur gekregen. Het is zulk mooi werk! Iedereen hier is puur, terwijl de mensen uit mijn jeugd allemaal een masker droegen. Begeleiders, psychologen, medegevangenen. Hier houden maskers geen stand.”

‘Ik betaal nu belasting, man!’

“Ik kwam hier om te re-integreren ja, ik heb wat dingen op mijn kerfstok. Ik heb een bewogen jeugd gehad, zeven inrichtingen gezien. Dat leidde tot een zware burn-out met psychische klachten. Maar sinds een week ben ik van mijn uitkering af en officieel staatsburger. Ik betaal nu belasting, man! Vervelend? Helemaal niet. Genoeg belastinggeld opgemaakt in mijn leven, ik heb de komende zestig jaar nog wat goed te maken.” 

Hoop geld gezien
Op zijn arm prijkt een opvallende tatoeage met de tekst No monnie, no love. Zelf gemaakt, in de gevangenis, met inkt en een naald. Ontvreemd uit het knutselhok, lacht ‘ie. Bewust verkeerd gespeld, ook dat. “Omdat het nonsens is! We geloven allemaal dat geld ons gelukkig maakt, maar geld verdooft alleen maar. Geloof me, ik heb een hoop geld gezien. Ook had ik een tattoo van zo’n traantje onder m’n oog, maar die heb ik laten weghalen omdat ik nu aan mensen hun bed sta.”

Zo’n traan hebben alleen de zwaarste criminelen toch?  “Ja, de grotere dombo’s. Uiteindelijk ben je gewoon een dombo.” 

Was jij zo’n zware jongen? "Nou ja, zwaar... Ik zat niet voor winkeldiefstal.”

Leroy werd geboren in 1990, op een vrijdag. Op zijn vijfde werd Leroy naar een kindertehuis gebracht omdat zijn ouders gingen scheiden. “Mijn moeder kreeg een stevige burn-out, m’n vader was niet bij machte voor zijn drie kinderen te zorgen. Ik weet het nog precies: het was dinsdagmiddag, er kwam een auto aan en twee mannen stapten uit. ‘Kom ‘s?’ Ze pakten ons op en we werden meegenomen. Behoorlijk traumatisch, ja, afschuwelijk. Mijn moeder wilde het niet. Schreeuwen, huilen. Vanaf mijn zevende woonde ik wisselend bij mijn vader en moeder.” 

‘Ik kwam altijd op de fiets en had een plastic wapen bij me’

Wietverslaving
“Op mijn vijftiende besloot ik om overvallen te gaan plegen naar aanleiding van een ernstige wietverslaving. Ik rookte zes gram per dag. Dertig euro, dat moet je bekostigen. Met mijn krantenwijk redde ik dat niet. Eerst meldde ik mijn wietverslaving nog bij de huisarts. Die gooide het op de puberteit. Niet om mezelf vrij te pleiten, maar een week later pleegde ik mijn eerste overval. Ik dacht, als primitief jochie: als het systeem zo tegen mij doet, kan ik ook tegen het systeem ingaan.”

Ik heb er geen ervaring mee, maar is dat spannend, zo’n eerste overval? “Ik heb gekotst. Ik kwam altijd op de fiets en had een plastic wapen bij me. Waarom? Ik wilde niet in de situatie komen dat ik van spanning de trekker zou overhalen. Dat vind ik een misdaad tegen het leven zelf. Geen mens heeft het recht een ander te kwetsen, maar al helemáál niet om iemands leven te nemen.”

Je lijkt je verhaal met plezier te vertellen. “Omdat ik er uiteindelijk zo goed vanaf ben gekomen en er geen dodelijke slachtoffers zijn gevallen; ik pleegde gewapende overvallen op supermarkten. Dat moet voor het personeel zwaar zijn geweest, mentaal. Ik kan me voorstellen dat zo iemand niet meer kan werken. Of dat ‘ie denkt, zodra er een deur opengaat: daar heb je iemand met een wapen! Ik was vijftien en besefte dat allemaal niet. Later heb ik nog wel een excuusbrief geschreven, dat het niet persoonlijk bedoeld was. Ik wilde de slachtoffers ook graag opzoeken, maar zij wilden me niet spreken. Daardoor ging ik weer aan mezelf twijfelen; ben ik dan echt zo slecht? En als je gelooft dat je een slecht mens bent, ga je vanzelf slechte dingen doen.” 

Hoeveel overvallen heb je gepleegd? “Drie.” 

Heb je veel buitgemaakt? “Nee. Misschien drieduizend euro. Op je zestiende lijkt het dan alsof je de loterij hebt gewonnen, alsof je Holleeder zelf bent. Later handelde ik in opium, dan komen die bedragen per dag voorbij. Toen dacht ik wel: heb ik daar nou iemand zo veel schade voor berokkend?”

Voor die handel in opium werd Leroy uiteindelijk opgepakt en kreeg hij, zestien jaar oud, jeugd-tbs. Na vier jaar kwam hij vrij en werkte hij een tijdje als steigerbouwer. “De afspraak was dat ik me een half jaar wekelijks zou melden, inclusief urinecontroles en gesprekken met een psycholoog. Daarna zouden we afbouwen. Toen puntje bij paaltje kwam, plakten ze er nog een half jaar aan vast. Bij mij ging toen het licht uit. Ik nam m’n spaargeld op, ging feesten en begon aan harddrugs. Handelen en gebruiken. Inmiddels was ik gewend geraakt aan grote geldbedragen, waardoor ik zwichtte voor de verleiding.”

Platgespoten 
Er volgt een periode van overplaatsing na overplaatsing, Leroy is onhandelbaar. Een in zijn ogen autoritaire begeleider bedreigt hij met een mes. Tijdens woedeaanvallen maakt ‘ie voor tienduizend euro spullen kapot op een woongroep. “Vanwege de drugs, feestjes en de korte nachten kreeg ik op den duur psychische klachten en raakte burn-out. Ik werd van straat geplukt en in een psychiatrische instelling gezet.” 

Wanneer zat je op het dieptepunt?  “Toen ik vanwege mijn agressieve houding voor de derde keer platgespoten was en op de betonnen vloer van m’n cel zat. Alles draaide, ik wist van voren niet meer of ik van achteren leefde. Nú is het klaar, besloot ik. De knop ging om: dit wil ik niet meer. Dat bleek de enige manier.”  

Heb je een idee waar al die woede vandaan kwam?“Ik denk, onbewust, vanwege de plotselinge uithuisplaatsing. Het onrecht daarvan. Mijn ouders mochten me een lange periode niet bezoeken. Het kindertehuis was nog zo ouderwets dat als je schold, je bij de wasbak je mond moest spoelen met zeep. Misschien dat ik vanwege het gebrek aan erkenning nu zo actief met mijn muziekcarrière bezig ben. En omdat ik zo veel inrichtingen heb gezien, kan ik me maar moeilijk hechten. Als ik mezelf afvraag wat ik nodig heb, waar ik behoefte aan heb, dan weet ik het antwoord niet.” Een lach breekt door. “Mijn vriendin zegt weleens: ‘In je liedjes ben je zo open, waarom vertel je mij nooit wat? Wie is de mens achter de muzikant?’”

Terwijl je nu heel open bent. “Ja, over mijn verleden. Maar om te vertellen wat het mij doet, vind ik lastiger. Ik weet het zelf nauwelijks. Oud zeer heeft wel een plek gekregen. Ik worstel vooral nog met nieuwe prikkels. Ik leefde in een wereld waar iedereen elkaar belazerde. Dan is het wennen om met mensen om te gaan die oprecht het beste met je voor hebben. Mijn zelfverdedigingsmechanismes werken in de gewone maatschappij niet.”

Bijvoorbeeld? “Toen ik als wiet rokende puber in de klas zat en iemand begon over de stank, dan stond ik op en zei: ‘Wacht maar, als de leraar weg is, stamp ik je in mekaar!’ Helemaal losgeslagen was ik. Dat is veranderd. Laatst reed een oudere meneer me met zijn karretje aan in de supermarkt. Even kwam die oude reflex weer op, maar ik kon me beheersen. Hij excuseerde zich en ik besefte opeens: hij bedoelde het niet verkeerd. Tien jaar geleden had ik gedacht: hij wil me irriteren!”

Ritmische Dichter 
Onder de klinkende artiestennaam ‘De Ritmische Dichter’ werkt Leroy momenteel hard aan een muziekcarrière. Hij schrijft teksten en rapt. “Als ik hoor waar het gemiddelde Nederlandse rapnummer over gaat, word ik boos. Allemaal leugens, onzin, waarom wordt daar naar geluisterd? Als je vertelt dat je tonnen maakt op straat, ben je toch niet lekker in je hoofd? Ik wil met mijn muziek mensen verbinden en bewust maken van hun mogelijkheden. Mijn EP die binnenkort uitkomt, heet ‘Kennis spreekt, wijsheid luistert’. Wijsheid is stil, hoeft niks te vertellen. Wijsheid past kennis toe, terwijl kennis steeds weer moet uitdelen, niet wetend hoe je die kennis moet toepassen.”

Heb je een zin of taalvondst waar je trots op bent? Leroy buigt voorover, concentreert zich. “Ja. Ongelooflijk gelooflijk gelovige geloven in geloven die geloven dat je alles moet geloven wat de Goden die daarboven met de mens hebben besproken fuseer de Kerk met de moskee en de grootste Synagoge. Daarmee zeg ik dat alleen wijzelf de controle hebben, en dat God de boel bij elkaar houdt. Ik probeer te leven naar de maatstaven van Christus, ja. Toen ik vastzat, heb ik me in diverse religies verdiept, alleen aan het christendom was ik niet toegekomen. Daarom las ik, nadat ik vrijkwam, twee keer per week uit de Bijbel, met m’n oma.”  

Ondanks alle worstelingen uit het verleden is de band tussen Leroy en zijn ouders volledig hersteld. Ze hebben weer plezier samen. “Met mijn vader heb ik begin dit jaar twee diploma’s gehaald om fitnessinstructeur te worden. En ik eet vaak bij mijn moeder, dan praten we over gekke, leuke dingen van vroeger.”  

Hoe zijn carrière ook zal verlopen, het contact met de ouden van dagen wil hij niet missen. Niettemin hoopt hij wel hogerop te komen in de zorg. “Het liefst iets met toegepaste psychologie. Als ervaringsdeskundige geef ik al lezingen aan jonge hulpverleners van het Leger des Heils, omdat ik me kan voorstellen dat zij soms de moed verliezen met al die afglijdende jongeren. M’n doel is dat ze hoop blijven houden, zien dat het tóch goed kan komen.”

Crowdfundactie
In februari 2019 start De Ritmische Dichter een crowdfundactie op www.voordekunst.nl. Het doel van deze actie is om 2800 euro aan sponsoren te vinden zodat hij zijn EP kan laten drukken. Van de opbrengst gaat 33 procent naar goede doelen die verbonden zijn aan het Leger des Heils. Met de rest wil Leroy een reeks video’s maken om te laten zien wat beide goede doelen met het geld hebben gedaan. De productiekosten van de EP heeft hij zelf bekostigd, de EP is zo goed als klaar.