Eten uit de vuilnisbak

Theo is freegan. Dat betekent dat hij zo weinig mogelijk nieuwe spullen en boodschappen wil kopen, en zoveel mogelijk wil leven van wat een ander weggooit. Hij is namelijk tegen verspilling.

Gepubliceerd: 07 november 2018 in Duurzaamheid Tekst: Willemijn de Jong Beeld: Madame Forêt

Met zijn vrouw en twee kleine kindjes woont Theo in een woongemeenschap in Nieuwegein. Het is de grootste woongemeenschap van Europa. Ze leven in een kleine deeleconomie: er wordt zo weinig mogelijk gekocht en weggegooid. Als je eten over hebt, kan de buurman er vast nog wat mee. Theo: “We vinden dat er in onze maatschappij veel te veel onnodig wordt weggegooid. Door in deze woongemeenschap te leven, heb ik geleerd anders te kijken naar hoe je met spullen om kunt gaan. Ik zag soms prachtige spullen weggegooid worden, die ik nog kon gebruiken - dus nam ik ze uit de container mee. Gaandeweg kwam ik erachter dat er zóveel onnodig wordt weggegooid, dat je daar makkelijk van kunt leven.”

Dan heeft Theo het vooral over boodschappen. Groente en fruit dat door supermarkten en groothandels wordt weggegooid. “Als ik fruit nodig heb, ga ik niet naar de supermarkt, maar naar de afvalbakken van de groothandel. Daar worden honderden kilo’s nog prachtig fruit weggegooid. Kijk, ik begrijp het wel - het kan economisch niet uit om een bak frambozen waarvan er twee beschimmeld zijn, te sorteren. Dat kost gewoon te veel manuren. Maar ik vind het ook zonde om al dat goede fruit dan maar weg te gooien.”

Gaat dat dan echt allemaal naar de vuilverbranding? Dat niet. “Men zegt dat het voedsel wordt voor vee. Dus op zich wordt veel fruit nog omgezet in rundvlees. Maar ik vind het een mooier idee als mensen het opeten, zeker als die geen voedsel van de supermarkt kunnen betalen.”

Skippen

Als Theo gaat ‘dumpster diven’ of ‘skippen’ (voedsel redden uit de vuilnisbak), is dat niet helemaal stiekem. “Veel eigenaren van groothandels of supermarkten vinden het ook zonde als al dat eten verloren gaat. Daarom is het ook niet keihard verboden. Aan het begin schaamde ik me nog weleens als ik zo’n vuilniskar openhaalde achter de Albert Heijn. Maar dat ging algauw weg. Door de kick om zoveel goed eten gratis te scoren én doordat ook steeds meer tot me doordrong: het weggooien is iets om je voor te schamen, niet het redden ervan. Maar om niet enkel in de schemer in de vuilnisbak te hoeven duiken, maken we ook weleens dealtjes met managers. Zo krijgen we veel oud brood van een bakker en restpartijen van twee supermarkten in de stad.”

Al die bakken fruit, salades, zuivel en groente houdt Theo niet voor zichzelf. “Als we hebben geskipt, komen er heel veel mensen langs die het financieel moeilijk hebben, om het gratis mee te nemen. Het kost best veel tijd en moeite, maar zo kunnen er een heleboel mensen van eten die zelf de moed niet hebben om een vuilniscontainer in te duiken.” Veel van die mensen met een smalle beurs zijn vluchtelingen die lid zijn van de kerk waar Theo voorganger is. “Ik geloof dat we al dit eten van God krijgen. Ik ging pas eten brengen bij een vrouw uit mijn gemeente, en die zei: ik heb God gebeden om een wonder vandaag. Zij had de hele dag nog geen hap gegeten, omdat ze gewoon letterlijk geen cent meer had. Ik geloof dat we op deze manier een wonder voor elkaar mogen zijn.”

Houdbaarheidsdatum

Zo positief als hij is over het verzamelen van het weggegooide eten, zo negatief is Theo over het feit dat er zoveel wordt weggegooid. “Ik was pas in een supermarkt waar een medewerker alle producten die een dag over de houdbaarheidsdatum waren, uit de schappen haalde. Ik vroeg hem of ik het misschien alsnog mocht kopen. Maar dat mag officieel niet. Toch wilde ik graag een punt maken. De manager van de winkel vroeg me om een voorstel. Zie je wel, dacht ik, ze vinden dit eigenlijk ook niet kunnen maar hebben wat creativiteit nodig. In ieder geval kreeg ik het voor elkaar alle producten die die dag werden weggegooid op te kopen. Niets daarvan had ik nodig, maar ik kon het niet verkroppen dat het anders weg werd gegooid. De mensen in mijn woongemeenschap en mijn kerk waren er heel blij mee.”

Over die houdbaarheidsdatum heeft Theo ook nog wel iets te zeggen. “Je hebt de THT - ten minste houdbaar tot - en de TGT - te gebruiken tot. Dat zijn adviezen waar een economische prikkel achter zit. Mensen denken dat ze iets moeten weggooien als het over de THT is. Dat is onzin, meestal is het daarna nog heel lang goed. Mijn opa en oma kenden vroeger geen houdbaarheidsdata, maar ze voelden, roken en proefden gewoon of iets nog goed was. Mensen wisten meer over het voedsel wat ze in handen hadden, en waardeerden meer dat het voor hen was gegroeid of geproduceerd. TGT staat op producten die gevaarlijk zijn om te gebruiken na een bepaalde datum. Het is logisch om daar op te letten. Maar die THT slaat echt nergens op. Binnenkort wordt in de Tweede Kamer besproken of die data van onze boodschappen afgehaald kan worden. Dan verspillen mensen ook minder uit hun eigen koelkast.”