Er valt altijd wat te lachen. Zelfs op een crematie.

Valt er nog wat te lachen tegenwoordig? Brigitte Kaandorp vindt van wel. De cabaretière trekt altijd volle zalen, zelfs in een tijd waarin er misschien voor velen wat minder te lachten valt.

Gepubliceerd: 23 november 2013 in Geluk Tekst: Jurjen Sietsema Beeld: Nick van Ormondt

Het is een warme zonnige maandagmiddag in Haarlem. Brigitte Kaandorp, met zonnebril en hondje Sproet op haar schoot, heeft gekozen voor het terras maar daar blijkt het te rumoerig om het gesprek te kunnen voeren. Daarom gaan de tas, het bronwater, de cola en Sproet (type Jack Russell met een mix aan ander genetisch materiaal) mee naar binnen. Sproet lijkt zijn vrouwtje vaker naar interviews te vergezellen.

Of er nog iets te lachen valt in het Nederland van 2013? Brigitte buigt zich voorover naar het opnameapparaat en zegt: “Ha, ha, ha. Ja, hij doet het. En ja, er valt best nog wat te lachen. Daarom gaan mensen ook naar het  theater. Om even al hun sores te vergeten: de crisis, hun slechte gezondheid of andere problemen. Ik vind het fijn als mensen naar mijn show komen en daarna een beetje vrolijker en gelukkiger de deur uitgaan. Zelf hebben ze dan vaak niet eens in de gaten hoe dat kwam.”

“Ook als het lijkt alsof er niets te lachen valt, valt er altijd nog wel iets te lachen. En dat moet vooral zo blijven.”

Troost

Ze heeft al van kleins af de lach aan haar broek hangen. Haar eerste liedjes, zoals ‘Annelies van der Pies’ (over een meisje met één groot gebrek: “dat is, dat ik nogal lek”) werken door de eenvoud, de herkenbaarheid en de manier waarop ze het brengt (in het begin van haar carrière vooral met ukelele) meteen op de lachspieren. “Ik geloof dat ik heel snel het absurde van dingen inzie. Een situatie begint altijd heel normaal, maar kan daarna snel ontaarden in iets kolderieks. Daarom gaan mensen ook mee in wat je doet op het podium. Omdat ze in het begin iets hebben van ‘het kan ons allemaal gebeuren’. Toch ben ik altijd op zoek naar een omslagpunt waarop het eigenlijk echt niet meer kan, maar toch nog geloofwaardig is. Die spanning, dat is altijd weer een zoektocht.”

Dat haar grappen ook wel eens een hele verrassende uitwerking kunnen hebben, bleek onlangs uit een wel heel bijzondere vraag. “Ik krijg regelmatig e-mails van mensen die schrijven dat ze troost putten uit mijn liedjes. Bijvoorbeeld uit het liedje ‘Ik heb een heel zwaar leven’. Dat gaat over iemand die helemaal geen zwaar leven heeft, maar zich gewoon vreselijk aanstelt. Ik heb nu drie keer gehoord van zieke kinderen - ten dode opgeschreven, met kanker, bestraald en weet ik het - dat die dan vrolijk in het ziekenhuis, hondsberoerd, ‘ik heb een heel zwaar leven’ zingen.”

Crematie

“Ik heb het onlangs zelfs op de crematie van één van die kinderen gezongen. Ik heb het meisje nooit ontmoet, hoewel ik nu het gevoel heb dat ik haar wel ken. Ik kreeg een mailtje van haar moeder, die schreef dat haar dochter een enorme fan van mij was en veel steun aan mijn liedjes had. Het meisje wilde graag naar een show van mij, maar ze wisten nooit wanneer ze goed genoeg was om te kunnen komen. Of ik het liedje dan alsjeblieft een keer voor haar wilde zingen in het ziekenhuis. Ik zei dat het prima was, maar kreeg een tijdje later een mailtje dat het niet meer nodig was omdat het meisje was overleden. Of ik het op haar crematie wilde zingen? Dan kun je geen nee zeggen. Toen ik daar eenmaal stond, was het wel een idiote situatie. Dat je daar een grappig liedje naast de kist staat te zingen, terwijl daar mensen zitten die intens verdrietig zijn, maar tegelijkertijd om je moeten lachen. Dat was wel heftig.”

Verwondering

Brigitte Kaandorp op het podium is iemand anders dan in een gesprek onder vier ogen. Haar podiumpersoonlijkheid is wat onhandig, onnozel zelfs misschien. Het overkomt haar allemaal maar. Hoewel ze wel steeds volwassener wordt. “Je kunt namelijk niet altijd de onnozele hals blijven uithangen. Ik ben een moeder van twee kinderen en heb van alles meegemaakt. Maar ik speel wel altijd alsof het ter plekke allemaal per ongeluk gebeurt. Dat wel. Ik speel vanuit een soort verwondering.”

Verwondering is iets wat Brigitte ook buiten het theater kent. “Het zijn enorme clichés, maar wij gaan elke meivakantie fietsen, een traditie in de familie van mijn man. Er is bijna niks mooier dan in het voorjaar, als alles uitkomt, door de natuur te fietsen. In een week bot dan vaak alles uit. Langs de IJssel met de wolken boven je, van het ene naar het andere simpele kampeerterreintje van Staatsbosbeheer of zo. Je tent opzetten en dan ’s morgens wakker worden in een galmend concert van vogelgeluiden. Enorm cliché, maar zo mooi.” 

Uitverkoren

“Ik heb nu drie keer gehoord van zieke kinderen - ten dode opgeschreven, met kanker, bestraald en weet ik het - dat die dan vrolijk in het ziekenhuis, hondsberoerd, ‘ik heb een heel zwaar leven’ zingen.”

Ze noemt zich zelf uitverkoren. Ze werkt nog steeds en verdient haar geld met wat ze leuk vindt om te doen. “Ik ben een A-merk. De Douwe Egberts bij de Albert Heijn, zeg maar. Ik verkoop sowieso wel. Toch ziet ze om zich heen hoe er soms ook helemaal niet zo veel te lachen valt. “Er valt van alles om in theaterland. Mensen moeten straks nog wel iets hebben om naartoe te gaan, als ze eens een avondje weg van de tv of de computer willen om te kunnen lachen. Jonge talenten zijn er genoeg, maar ze krijgen bijna geen kans meer om hun talent ergens te kunnen scherpen. Ergens lekker te klooien. Daar is eenvoudigweg geen geld meer voor. Daarom denk ik er wel eens over na om ze in een soort voorprogramma te laten optreden. Het wordt een beetje schraal zo, net als in de rest van Nederland.”

Mensen aan het lachen maken. Dat is de drijfveer van Brigitte. En misschien zelfs nog een klein beetje meegeven om over na te denken. Maar nooit zonder die lach, een eerste levensbehoefte. Daarom gaat ze door met wat ze doet en zet ze zich in voor de ontwikkeling van nieuw talent. “Ook als het lijkt alsof er niets te lachen valt, valt er altijd nog wel iets te lachen. En dat moet vooral zo blijven.”