Een vluchteling in je gezin

Kirsten en Erik Jan namen een vluchteling in huis - niet voor een paar dagen, maar zeker voor twee jaar. Waarom doen ze dat? En waar lopen ze tegenaan?

Gepubliceerd: 25 januari 2019 in Samenleving Tekst: Willemijn de Jong Beeld: Wendy Bos

Sinds afgelopen zomer woont Bernard (50) in bij Erik Jan en Kirsten. In het ruime nieuwbouwhuis in Utrecht wonen nu drie volwassenen en twee kinderen. Bernard is afkomstig uit Sierra Leone en heeft geen verblijfsvergunning voor Nederland.

Hoe komt Bernard bij jullie terecht? Kirsten: “We zagen een oproepje langskomen in de Facebookgroep van onze kerk. Er werd met spoed een woonplek gezocht voor Bernard. We hadden net een groot huis gekocht in Utrecht. Tja, dat was meteen duidelijk: dan moeten wij hem in huis nemen.”

Niet lang na hun verhuizing trekt Bernard bij ze in. Dat de beslissing snel werd gemaakt, betekent niet dat die niet weloverwogen was. Erik Jan werkt bij de politie en heeft daar, nadat Kirsten hem het oproepje liet zien, eerst het één en ander gecheckt bij zijn collega’s van de vreemdelingenpolitie. Want: is het niet strafbaar om Bernard in huis te nemen? Erik Jan: “Dat bleek niet zo te zijn. We hebben voor de zekerheid wel een brief geschreven naar de burgemeester om mee te delen dat Bernard bij ons kwam wonen. We kregen een heel sympathieke brief terug met daarin ‘Bernard is bij ons bekend als een keurige man.’ Dat was wel leuk om te horen.”

Waren jullie meteen zeker van je zaak? Kirsten: “Ik wilde altijd al graag een open huis hebben. Eerder hebben we tijdelijk een jongetje van acht opgevangen, voor twee dagen per week. Ook om te kijken of wij dat als gezin aankunnen.Toen we dit oproepje langs zagen komen, voelde dat meteen als een oproep aan ons. Ik werd meteen heel enthousiast. Maar na het eerste enthousiasme, vroeg ik me wel even af of het geen bevlieging van me was. Erik Jan is daar ook wat nuchterder in. We stelden voor onszelf eerst een proeftijd in. Als die goed zou gaan, zou Bernard tenminste twee jaar, gedurende zijn studie in Amsterdam, bij ons wonen.”

Erik Jan: “Dat klinkt heel verstandig, maar als het niet zou lukken, zou dat wel als falen voelen, hoor. We zagen het namelijk net zo goed als een proeftijd voor onszelf als voor Bernard. Ik was banger dat wij het niet goed zouden doen, dan dat Bernard zich niet zou gedragen, ofzo.”

Waren jullie allebei net zo overtuigd? Erik Jan: “Kirsten was iets enthousiaster dan ik aan het begin. Maar we besloten het wel samen. Elkaar overhalen voor zoiets, werkt natuurlijk niet. Onze vierjarige zoon lieten we kennis maken met Bernard door hem te vertellen: ‘Kijk, er komt iemand bij ons slapen’. Je let natuurlijk wel op hoe hij reageert, maar we lieten hem niet meebeslissen. Als vierjarige snapt hij er toch niet heel veel van. Maar we hopen dat hij later begrijpt: er zijn dus mensen zonder huis, en het is belangrijk om te delen met anderen.”

Maar Bernard is niet zomaar iemand zonder huis. Hij heeft geen verblijfsvergunning. Erik Jan: "Ik geloof in God. Dat betekent dat ik wil helpen als mensen dat nodig hebben. Als ik een kerkdienst kan delen, waarom dan niet ons huis? Tegelijkertijd was het lastig. Eerder vond ik namelijk altijd dat mensen die uitgeprocedeerd zijn in Nederland, terug moeten naar hun land. Als een Nederlandse rechter dat zegt, moet je daar naar luisteren. Dat systeem vond ik goed werken. Ik ging er pas anders over denken toen ik erachter kwam dat er ook mensen zijn die wel terug moeten, maar dat niet kúnnen. Die gewoon niet worden geaccepteerd door hun land van herkomst. Als je iemands persoonlijke verhaal leert kennen… Ja, dat appelleert wel aan je gevoel.”

En toen stond hij met zijn koffer op de stoep? Kirsten: “Dat is wel een zorgvuldig proces, hoor. We hebben eerst met de begeleiders van Bernard gesproken zonder dat hij erbij was. In dat gesprek was alles bespreekbaar. Ook de vraag: waar beginnen we precies aan? En: wat hebben we nodig? Ook heel praktisch, qua spullen. In het daaropvolgende gesprek met Bernard hebben we bijvoorbeeld gevraagd of hij mee wilde eten ’s avonds. Bernard bleek heel zelfstandig te zijn, maar komt buiten de spitsuren in het gezin wel gezellig een praatje maken in de woonkamer. Hij is daarin erg netjes. Hij klopt bijvoorbeeld op de deur voor hij binnenkomt. Het is een bescheiden man. Overdag is hij weg en werkt hij ontzettend hard. ’s Avonds studeert hij op zijn kamer. De perfecte huisgenoot, eigenlijk.”

Dat lijkt me toch wel even wennen… “De eerste drie weken moesten we natuurlijk wel wennen. Je word je opeens heel bewust van alles dat je doet in je eigen huis. Bernard is er en maakt alles mee. Hij hoort de ruzietjes, dat je staat te zingen onder de douche. Je bent in eerste instantie niet helemaal op je gemak. Maar ja, het zijn ook dingen die gewoon horen bij een gezin. Het enige dat we echt moesten aanpassen was het op slot doen van de wc.” 

"In de eerste week wilde ik een keer de badkamer in, en toen zat hij op slot. Toen dacht ik wel even: hè, dat is eigenlijk irritant."

Erik Jan: “Je gaat je wel even minder vrij voelen in je eigen huis. In de eerste week wilde ik een keer de badkamer in, en toen zat hij op slot. Toen dacht ik wel even: hè, dat is eigenlijk irritant. Maar daar was ik zo overheen, hoor. Het is even wennen aan de nieuwe situatie. Wonen met huisgenoten was wel even geleden voor mij. Maar daar staat tegenover dat het voor Bernard veel fijner is op een vast adres dan in een slaapzaal in een opvang. Dat maakt ook dat je die ene irritatie direct kunt accepteren.”

Jullie zijn de proeftijd doorgekomen? “Na die drie maanden proeftijd hadden we een gesprek met de organisatie die Bernard aan ons had voorgesteld. Bernard en ik gingen samen naar dat gesprek. Kirsten en ik wisten al lang dat hij zou blijven, maar misschien was het toen voor Bernard nog spannend. Daarom begon ik het gesprek meteen met: 'het gaat echt hartstikke goed.'”

Zijn er ook dingen lastig? Kirsten: “Het is wel wennen dat Bernard zich soms nog heel dankbaar opstelt. Maar ik kan me dat ook wel voorstellen. Hij vroeg bijvoorbeeld aan het begin heel vaak of hij niet voor ons mocht schoonmaken. Ik zei dan: daar hebben we een schoonmaakster voor. Hij wilde zo graag helpen, ook om zijn dank te laten blijken, dat hij het lastig vond dat hij echt niets hoefde te doen. Pas toen ik uitlegde dat de schoonmaakster het geld ook hard nodig had, begreep hij het.” 

Erik Jan: “Tja, het is natuurlijk ook wel een stukje trots. Ik zou dat zelf ook hebben. Als je ergens mag wonen, wil je graag iets terug doen. Om je eigen waardigheid te behouden. Nu strijkt hij voor ons.”

Toch is iemand bij je laten wonen wel een heel ingrijpende manier van helpen. Kirsten: “Ik geloof dat ik niet op aarde ben om puur mijn eigen geluk na te jagen. De wereld is heel ongelijk verdeeld. Wij hebben het nu zo goed, waarom zouden we daar niet van delen? Misschien hebben wij later in ons leven weer hulp van anderen nodig. Ik voel me sowieso weleens ongemakkelijk met zoveel zegen. Toen ik zwanger was van één van onze zoontjes, vond ik dat bijvoorbeeld lastig om te zeggen tegen mensen van wie ik wist dat dat bij hen maar niet lukte. Er is zoveel verdriet om ons heen. Ik wil graag betrokken zijn bij mijn omgeving. Dan is huisgenoten worden van Bernard eigenlijk helemaal zo groot niet.”

Zijn jullie nooit eens bang? Je hebt toch een volwassen man in je huis. Kirsten: “Bang? Nee, ik vertrouw hem echt volledig.” Erik Jan: “Het zal ook wel te maken hebben met de persoon. Bernard is iemand die vertrouwen uitstraalt. Nee, dat heb ik echt geen moment gevoeld.”

Hoe reageerden mensen om jullie heen? Kirsten: “Er waren op mijn werk wel mensen die zeiden: 'Ha, dat is een makkelijke oppas.’ Maar zo zien wij het niet; wij hoeven niet te profiteren van zijn aanwezigheid in ons huis. Wie hij als persoon is, is echt genoeg. Verder hebben we alleen positieve reacties gehad.”

Hebben jullie wel eens spijt van deze keus? Kirsten: “Nee. Het is ook gewoon interessant om iemand met zo’n bijzonder levensverhaal in je huis te mogen hebben. We hebben voornamelijk mensen om ons heen met een goede baan en voorspoed. Het gebeurt gemakkelijk dat je alleen maar omgaat met mensen die op jou lijken. Het leven van Bernard is heel anders. Ik vind dat verrijkend en boeiend. Het is leerzaam voor ons om te zien hoe goed hij kan ontvangen en hoe afhankelijk hij in het leven kan staan.”  

Erik Jan: “Het voelt voor ons niet als iets groots. We zijn allebei avontuurlijk ingesteld, en dit voelt ook als een avontuur dat wij aankunnen.”