Een gesprek over voetbal

De één heeft ‘geen cent te makken’, de ander hoeft geen moment na te denken over geld. Twee verschillende mensen, in verschillende situaties maar met één passie: voetbal. De één probeert na een moeilijke jeugd zijn leven op de rails te krijgen. De ander is een gevierd topsporter die na zijn voetbalcarrière toe is aan een volgende stap. Een ontmoeting tussen Mark van Bommel en Andy Peters.

Gepubliceerd: 23 oktober 2016 in Leven Tekst: Jurjen Sietsema Beeld: Tom van Limpt

Mark van Bommel voetbalt al zijn hele leven. Vanaf vijfjarige leeftijd speelt hij zich via regionale competities naar een carrière als profvoetballer. Hij voetbalt zeven jaar bij Fortuna Sittard om daarna via PSV terecht te komen bij Europese topclubs als FC Barcelona, FC Bayern München en AC Milan. Ook is hij een vaste waarde op het middenveld van Oranje. Zijn laatste jaar als profvoetballer speelt hij opnieuw bij ‘oude liefde’ PSV. Zijn carrière als voetballer mag dan voorbij zijn, de volgende stap komt eraan: “Ik wil graag de trainersopleiding doen.”

Andy is al van kleins af een fervent voetballer. Hij speelt in een van de teams van de Dutch Street Cup; de landelijke voetbalcompetitie voor dak- en thuislozen. Deze competitie levert, naast het spelplezier, een bijdrage aan het ontwikkelen van eigenschappen als teamgeest, doorzettings- en incasseringsvermogen. Andy heeft een lastige jeugd achter de rug en kwam via een aantal internaten uiteindelijk op straat terecht. Hij werd opgevangen door het Leger des Heils en werkt nu aan een zelfstandig leven met een betaalde baan en een eigen dak boven zijn hoofd.

Contrast

Ze ontmoeten elkaar in het Limburgse Meerssen. Het dorp waar Mark woont. Andy is een tikje gespannen. Vlak voor het gesprek trekt hij zijn Dutch Street Cup shirt aan met daarop het PSV-logo. Andy’s team wordt wekelijks begeleid door één van de PSV-trainers. Na het gesprek signeert Mark het shirt. “Die lijst ik straks in,” lacht Andy.

Het contrast tussen de levens van Mark en Andy kan bijna niet groter. Ze groeiden op in totaal verschillende omstandigheden. “Ik ben begonnen bij de amateurvereniging in mijn geboorteplaats Maasbracht,” zegt Mark. “Ik was enig kind en mijn vader zat in het bestuur. Het was vanzelfsprekend dat ik ging voetballen.”

“Dat zat er voor mij niet in,” reageert Andy. “Er was nooit geld om de contributie te betalen of om schoenen of kleren te kopen. Mijn moeder was aan de drugs en had schulden. Er bleef vaak zelfs te weinig over om van te eten. Eén van mijn broers voetbalde bij een vereniging. Hij was keeper. Ik ging altijd kijken bij de wedstrijden en stond vanaf de zijlijn altijd wel fanatiek te juichen maar had zelf ook wel graag bij die vereniging willen spelen.” Mark knikt: “Als je in een vereniging speelt en je bent goed, dan is de kans groot dat je gezien wordt door de juiste mensen. Als je op een pleintje speelt en je bent goed dan ziet niemand dat.” Andy: “Als ik de kans en goede begeleiding had gehad, dan had het misschien iets kunnen worden. Ik trap namelijk best een aardig balletje.”

Geen geld

“Het is bij mij allemaal vanzelf gegaan,” zegt Mark. “Je bent elke zaterdag aan het voetballen en hebt plezier. Ik heb er voor mijn gevoel ook niets extra voor gedaan. Als ik jou zo hoor, Andy, dan denk ik ‘ik heb het wel heel erg gemakkelijk gehad.’ Voor mij was het normaal dat ik kon voetballen en dingen kon doen die geld kostten. Geld speelde nooit een rol bij ons thuis. Als jij niet kon voetballen, kon je dan bijvoorbeeld ook niet op schoolreisjes of meedoen aan andere dingen?”

Andy schudt zijn hoofd. Mark buigt zijn hoofd en er valt even een diepe stilte. “Dat raakt me. En dan zie ik mijn kinderen die gewoon naar school gaan en voor wie een schoolreisje of wat dan ook geen enkel probleem is. Het kan gewoon. Dat is iets waar je niet altijd bij stilstaat. Ik ben er echt over gaan nadenken toen mijn schoonvader (voormalig bondscoach Bert van Marwijk, red.) ambassadeur werd van een stichting die ervoor zorgt dat kinderen die door gebrek aan geld niet kunnen sporten, een bijdrage krijgen. Als die stichting er in jouw tijd al was geweest, dan was het misschien wel anders gelopen met je.”

Een goed leven

“Toch zijn een stabiele thuissituatie en geld niet de enige voorwaarden voor succes,” geeft Mark aan. “Je hebt discipline, doorzettingsvermogen en talent nodig. En dan is talent niet eens de belangrijkste van die drie. In mijn jeugd heb ik jongens gezien die beter konden voetballen dan ik. Ze hadden talent maar niet de discipline of het doorzettingsvermogen. Ik heb er veel voor moeten doen om zover te komen, maar misschien nog wel meer voor moeten laten. Ik heb jongens meegemaakt die heel snel heel ver kwamen, maar die net zo makkelijk uit beeld verdwenen zodra ze één van die drie elementen willen halen. Een doel voor ogen hebben.”

“Aan de top komen is misschien niet gemakkelijk, maar simpeler dan er tien jaar blijven. Dat vraagt elk jaar meer van je. Dat moet je op kunnen en willen brengen. Dat beseffen maar weinig mensen. De motivatie om ver te komen moet in jezelf zitten én je moet het geluk hebben dat je de juiste mensen in je leven hebt en treft. Je ouders, je gezin, maar ook, in mijn geval, de goede trainers en de goede situatie. Ik heb in mijn leven misschien wel vijftig trainers gehad. Een aantal daarvan zag het helemaal niet met mij zitten. Dan moet je in jezelf blijven geloven. En dat is niet gemakkelijk. Dat is ook een mooie voor jou, Andy. Ik heb natuurlijk makkelijk praten. Ik ben profvoetballer geworden, heb mooie dingen meegemaakt en heb een meer dan goed leven. Maar dat moet ook jouw doel zijn. Een goed leven.”

Sport verbroedert

“Gelukkig heb ik nog een heel leven voor me, ik ben nu 24,” zegt Andy. “Dat geloven in mijzelf lukt nu al beter. Ik heb vertrouwen dat het goed gaat komen. Is het niet nu, dan later wel. Er zijn gelukkig genoeg mensen die mij stimuleren en ondersteunen.” Mark: “Ik heb jongens in situaties vergelijkbaar met die van jou gekend die er al niet meer zijn omdat ze met de verkeerde mensen in aanraking zijn gekomen. Put er kracht uit dat mensen je helpen en dat er betere tijden komen.” Andy: “Ik probeer positief te blijven denken. Als ik dat niet doe dan kom ik niet verder”.

De waarde van een teamsport als voetbal, is wat Mark betreft groot. “Het verbindt en verbroedert. Het zorgt ervoor dat iedereen gelijk is. Als je bij elkaar in een team speelt dan moet je elkaar helpen. Als de één een fout maakt, moet de ander het corrigeren. Als je bij elkaar bent, maakt het niet uit of je zoals ik bent opgegroeid of zoals Andy. Dat speelt dan niet meer, dan ben je gelijk.” Andy: “In het team gaan we maar voor één ding. Samen voetballen en samen winnen.”